vrijdag 28 oktober 2011

In the Far West - Tupiza

Hoera, gisterenavond om 19u de bus uit Potosí richting Tupiza genomen. "gezellige" boel wel. Naast mij zat een oud Boliviaans mannetje. Hij had een klein draagbaar radio´tje, voor ons een anno 1980-model, meegebracht. En maakte muziek voor gans de bus. Gezellig... . Gelukkig liggen de dorpen hier ver uit elkaar. Wat wil zeggen dat de radiofrequenties ook snel genoeg verdwijnen. En toen kwam de stilte..., oef.
Verder leven genoeg op de bus. De ene brengt 12 kartonnen eieren mee, de ander een berg emmers.

Om 2.30u ´s nachts waren we dan in Tupiza. Slaperig naar onze hostel gestapt en hier meteen in ons bed gedoken.

Vanochtend de dag begonnen met irritante bureaucratie. We moesten aan ons agentschap in La Paz een waarborg betalen voor onze amazonetoer van volgende week. Maar hier in het stadje is geen ATM (banccontact) en ook niet het type bank (blijkbaar een kredietbank) waar we die waarborg konden gaan betalen. We stelden ons agentschap in Tupiza voor om via kredietkaart die waarborg aan hen te betalen, zodat zij het op hun beurt zouden overschrijven aan het agentschap in Tupiza. Maar in het agentschap van onze hostel werden onze kredietkaarten niet aanvaard. "omdat het bedrag te groot is en de bank (respectievelijk KBC en Argenta) niet gekend (lees: louche en niet te vertrouwen) is". Voor hier was het te betalen bedrag (bijna 600 euro) inderdaad groot, maar naar onze europese standaarden is dat geen reden om onze kaarten te weigeren. Dan naar een bank gegaan om met diezelfde kredietkaarten dat bedrag af te halen. En tiens tiens, onze louche kredietkaart werd toch wel aanvaard zeker. Wij met dat bedrag terug naar ons agentschap, in de hoop dat zij die waarborg nu correct hebben overgeschreven op de rekening van het organiserende agentschap in La Paz.

Vandaag hebben we hier in Tupiza, een soort woestijnstadje, een triatlontour gedaaan. Gewandeld, met de jeep gereden (uiteraard ons laten rijden) en paard gereden in de indrukwekkende woestijnomgeving. Echt, zo´n uniek geërodeerd berglandschap heb ik nog nooit gezien. Een berglandschap dat alle kleuren (rood, geel, blauw...) en vormen (palen, speren, golven...) heeft. Je waant je in de Far West. Ook omdat de temperatuur hier zalig is; een goeie 27 of 30 graden. Zalig.

Morgenvroeg laten we Tupiza achter ons, en starten we aan onze 4-daagse toer over de lagunes en de zoutvlaktes van Bolivia. Het zou naar verluid het hoogtepunt van onze reis moeten worden. Ik houd jullie op de hoogte!

woensdag 26 oktober 2011

En we zijn weer on the road - oef!!

Hoera, het duimenwerk en de gebrande kaarsen hebben hun vruchten afgeworpen!! De president en de mijnwerkers zijn tot een vergelijk gekomen, de wegblokkades zijn opgeheven.
We zijn ontzettend opgelucht. Want gisteren zag het er echt niet goed uit. We kregen overal slecht nieuws te horen. Sommige agentschappen dachten dat we hier ten vroegste zondag zouden kunnen vertrekken. Andere agentschappen verwezen naar een vergelijkbare staking een jaar geleden; die duurde 15 dagen.
We voelden ons hier nogal tamelijk gegijzeld, omdat hier in het stadje niets (meer) te doen was voor ons, we het stadje zelfs niet uitkonden. Uit irritatie hebben we zelfs naar de Belgische ambassade gemaild, met de vraag wat zij ons adviseerden om te doen. Want er werden ons vanuit de agentschappen in Potosí wel wat "vluchtalternatieven" voorgesteld, maar we konden niet inschatten hoe veilig die wel waren. Maar tot dusver van de ambassade nog geen antwoord. Maar het is ook niet meer nodig.

Vanavond pakken we onze biezen. Met de 1ste bus - een nachtbus - vertrekken we naar Tupiza. we komen daar in het midden van de nacht toe. Maar we pakken het veilig aan; iemand van de hostel komt ons oppikken. Dan moeten we in´t midden van de nacht dus geen taxis met gure, louche bestuurders aanspreken.

In afwachting van de nachtbus trekken we zo meteen naar "el ojo del Inca", een warmwaterbron hier in de bergen, op een dik uur rijden van Potosí. Het water uit de krater zou helende krachten hebben. Ik ben benieuwd.

Zo, we zijn weer op reisschema en enthousiast dat we verder kunnen trekken door dit toch wel indrukwekkende land. Tot hoors!

dinsdag 25 oktober 2011

En als de mijnwerkers staken, dan zitten de toeristen vast.

En we zitten vast! Vast vast vast. Sinds gisteren staken de mijnwerkers in Potosi. De overheid heeft de taxen die mijnwerkers aan de overheid moet betalen bijna verdubbeld. En dat zorgt hier voor heel wat ongenoegen, terecht natuurlijk. Maar die staking is voor ons niet zo voordelig. In Potosi zelf hebben we ondertussen alles gezien wat er hier te zien valt. Buiten de stad, op 20km zijn er warmwaterbronnen in het gebergte. Maar die kunnen we door de wegblokkades van de mijnwerkers niet bezoeken. Bussen rijden niet uit. Taxis die het toch proberen worden naar verluid bekogeld met stenen. We zitten hier dus nog zeker een dag vast vast vast. Dat wordt terrasjes doen, boekje lezen in de aangenaam warme zon, de tijd proberen te doden met turen naar mensen... .

Morgen zouden we normaalgezien naar Tupiza doorreizen. Als de mijnwerkers zich houden aan de termijn van een 48-urenstaking, zou dat normaalgezien moeten lukken. Maar de vrouw van onze hostel zei daarjuist ook doodleuk: "maar soms kan een staking hier een maand duren". Slik. Laten we ervan uitgaan dat de overheid hier snel toegevingen doet, en morgen alles achter de rug is. En anders, tja, dan zullen we het reisschema over een andere boeg moeten gooien. Maar bon, die staking hebben we dan ook maar eens meegemaakt.

De hoogte speelt ons nog altijd parten, vooral door hoofdpijn. Maar ondertussen heb ik ontdekt dat cocathee goed helpt. Het is zelfs tamelijk lekker om te drinken, wat vergelijkbaar met lindethee. Dankzij die cocathee verdwijnt de hoofdpijn vrij snel.

Gisterenavond hebben we ons culinair gezien eens "laten gaan". Voorgerecht, hoofdgerecht en dessert voor 3 personen. Ontzettend lekker gegeten voor alles samen, houd u vast, 25 euro. Tsjing tsjing. Onze normen qua foodkost zijn hier echt wel veranderd. Als we hier 3 euro zien staan voor een spaghetti denk we al snel: afzetters! Dat wordt in Belgenlandje dus weer ferm aanpassen aan de prijzen van eten en drinken.

Zo, dat was het voor vandaag. Hopelijk gaat de dag vandaag snel, en zijn de problemen met de mijnwerkers hier vandaag nog van de baan. Meeduimen en een kaarsje branden is zeker niet verboden!!

In hogere, adembenemende sferen!!

Hier zijn we weer! nog steeds levend en wel. En met alweer heel wat drukke dagen achter de rug.

Zondag hebben we een klein "Neckermanneke" gedaan. In de hostel een tour geboekt naar de zondagsmarkt van Tarabuco, een bergstadje op anderhalf uur rijden van Sucre. Een Neckermanneke, omdat we onszelf gedropt hadden tussen 30 andere toeristen op de bus. Maar hey, wel eens leuk om te lachen met het grotere massatoerisme.
In de Lonely Planet stond de markt van Tarabuco aangeschreven als een toerist trap. Maar eigenlijk was het dat niet. Een hele charmante markt, die heel authentiek aanvoelde. De meeste marktkramers waren traditioneel gekleed, spraken Quechua, verkochten meer dan alleen maar spullen voor toeristen, kookten traditionele lekkernijen... . En tot de bezoekers kon je niet alleen toeristen rekenen. 90% van de bezoekers waren zeker bolivianen. Een leuke ervaring dus.

voor zondagavond hadden we bustickets gekocht, om om 17u naar Potosi te vertrekken. Een half uur op voorhand komen we toe in het busstation. Blijken onze zetels niet gereserveerd te zijn, of weggegeven te zijn... . De reden was vrij duister. Zijn we/ik even uit onze spaanse krammen geschoten. Heeft de busmaatschappij ons toch een andere rit geregeld, een van een uur later. Met in plaats van een upgrade, een downgrade :) . Een gammel busje, dat nogal weinig motorkracht had om de bergen op te puffen. Voordeel daaraan: de bus kon deze keer geen wilde toeren uithalen op de gammele bergwegen. Deze keer werd ons busje vlot ingehaald door het modernere werk op 4 of meer wielen. Nadeel: we waren pas om 21.45u in Potosi. Op dat uur moesten we nog logies zoeken. Die waren snel gevonden. Maar we hadden ook vreselijk veel honger - als sinds 's middags niet gegeten. En de eigenaar van de lodge zei zelf: het is heel gevaarlijk op straat nu. Maar we hebben onze moed toch bij elkaar geraapt. We zijn de verlaten straten van Potosi opgesneld. Gelukkig hebben we nog snel een van de weinige restos gevonden die op dit late uur en op een zondag nog open was. Om dan na die snelle hap terug te spurten naar onze lodge, weg van de ongure types op straat. Dat spurten was tamelijk uitputtend, want Potosi ligt op 4200m. En dat hebben we aan den lijve ondervonden. Van dat snel stappen waren we compleet buiten adem. Ook alle andere inspanningen kosten ons hier veel energie. Je draait je om in je bed, en je bent buiten adem. Je poetst je tanden, en je bent buiten adem. Deze middag hebben we de toren van de kathedraal beklommen. Niets eens zo hoog, pakweg 40 trappen. Maar onze tong lag bijna op onze tenen. Ikzelf heb - buiten slapeloosheid  en kortademigheid - geen last van de hoogte. Geen hoofdpijn of misselijkheid. Het kan hopelijk alleen maar beter worden.

Deze namiddag hebben we de Cerro Rico, de berg met de zilvermijn van Potosi bezocht. We hebben toch even getwijfeld of we dit zouden doen. Want bezoek is op eigen risico. Gassen (zoals asbest) kunnen vrijkomen, de gangen zijn claustrofobisch, en in een primitieve mijn als deze kan natuurlijk altijd iets mislopen... . Maar we zijn er toch voor gegaan, en samen met een gids tot 100m onder de grond afgedaald. In smalle, lage gangen die inderdaad claustrofobisch overkomen. Ook wel beklijvend om de mijnwerkers bezig te zien. Onder zo'n slechte werkomstandigheden liggen die mannen voor weinig geld hard en onveilig werk te verrichten. Als bezoeker draag je een klein steentje bij. Je koopt een flese limonade (stoer!) en een zak cocabladeren om aan de mijnwerkers onderweg te geven. Die cocabladeren kauwen ze samen met iets anders achteraan hun kaak. Door de combinatie van die twee stoffen voelen ze dan geen dorst, geen honger, worden ze niet moe, kunnen ze niet in slaap vallen.... . Van al die cocabladeren hebben ze wel gigantisch lelijke tanden. Wij hebben het goedje maar laten passeren.

Wat valt verder op aan de bolivianen:
  • het zijn echte zoetebekken. Op elk hoekje van de straat vind je wel een ijsventer die ijsjes verkoopt, en waar de bolivianes duchtig op afkomen. Jong en oud, man of vrouw, allemaal lopen ze met een ijsje in hun handen. Dat artisanale ijs wordt trouwens eenvoudig maar efficient koel gehouden: in een isomobox. Life can be easy.
  • Bolivianen die werken voor busmaatschappijen zijn echt hatelijke mensen. Onvriendelijk, tam, helemaal niet behulpzaam. Je zou ze zo vanachter hun bureau willen trekken en wakker schudden. Ggggrrrr.
  • Bolivianen die je op straat aanspreekt - om de weg of iets anders te vragen - zijn dan weer wel heel vriendelijk, lief en hartelijk. Ook heel nieuwsgierig naar ons, belgie...
En tot slot, de wereld is toch echt wel klein. Zijn we de trappen van de kathedraal aan het beklimmen, horen we belgische stemmen. Er komen twee belgische jongens de trap opgekropen. Ik zeg tegen de 1ste kerel: "ha, belgen zie". Zegt die kerel terug: "en jij bent Sofie he?" Ik stond even aan de grond genageld. Inderdaad, we kenden elkaar vanuit een toch al iets of wat ver verleden. 7 jaar geleden ben ik met een groepje van een 10-tal man naar Rock Werchter geweest. En die kerel, Kristof, maakte toen ook deel uit van dat groepje. We hadden elkaar sindsdien niet meer gezien. Maar het is toch echt onwaarschijnlijk dat je elkaar op zoveel 1000den kilometers van huis terug tegenkomt.

Tot schrijfs!!

zaterdag 22 oktober 2011

En eindelijk in Bolivia!!

En hier zijn we dan, in bolivia. geen eenvoudige bestemming om te geraken. 9u naar chicago vliegen, meer dan 2u daar wachten op een vlucht naar miami. 3u naar miami vliegen, en daar meer dan 3u wachten op de vlucht naar santa cruz. een vlucht die opnieuw meer dan 9u in beslag neemt. En dat in het gezelschap van american airlines; geen aanrader. Slechte service (geen ontbijt gekregen na meer dan 12u niet gegeten te hebben, drank moet je zelf gaan halen en nemen...) en oude toestellen. Tijdens de vlucht van miami naar santa cruz was de ruit van de cockpit gebarsten. Geen klein barstje, de ruit was helemaal gebarsten. Dus konden we wegens luchtdrukverlies terugvliegen naar miami. Ggggrrrrrrrr. Daar toch opnieuw meer dan anderhalf uur gewacht. Gelukkig was er vrij snel een ander toestel. Om dan eindelijk met ferm wat vertraging in bolivia te landen. Hoera!!

We hebben meteen koers gezet naar Samaipata. Volgens de reisgidsen zou dit een stadje moeten zijn, het Ibiza van Bolivia. Heel charmant gelegen in de bergen, zonnig weertje, kleurrijke huizen... . Maar een stadje, laat staan een uitgaansstad, kan je het toch echt niet noemen. Vergelijk het maar met een gehucht.

Op anderhalf uur rijden van Samaipata ligt NP Amboró. Wij zijn er (behoorlijk stevig) gaan wandelen rond de volcanos, bergen die lijken op uit de grond opgerezen vulkanen. Erg knappe omgeving, met watervallen, mooie vogels, watervallen, prachtige vlinders, indrukwekkende boomsoorten... .
Nu de spieren toch opgewarmd waren, zijn we de dag erna opnieuw gaan wandelen. Deze keer naar El Fuerte, een pre-incanederzetting. De omvang en pracht ervan is niet om van omver te vallen. Maar het is wel eens leuk om te doen. Ook de wandeling terug huiswaarts was meer dan de moeite. Het zonnetje scheen weelderig, mooie bergen om naar te turen, af en toe een adelaar die te spotten is, camioneurs die bij het voorbijrijden van die 3 moeidig wandelende meisjes enthousiast zwaaien... .

Samaipata hebben we gisterenavond dan ingeruild voor het iets grotere werk: het koloniale stadje Sucre. Gisterenavond zijn we voor een 12 uur durende rit op de nachtbus gekropen, temidden van wat Sarah en Eñy "geile Bolivianen" noemen. Best wel een spannende rit. De chauffeur reed gigantisch snel op deze bergwegen. Stel je ook geen deftig geasfalteerde bergwegen voor, maar veldwegen die in erg slechte staat zijn. En maar gas geven, andere vrachtwagens of bussen voorbijsteken... . Op sommige stukken of bochten is de weg ook te smal om met én een bus én een vruchtwagen de bocht te nemen. Maar geen uitdaging is voor die bolivianos te klein. De bus staat met zijn wiel op een paar centimeters van de afgrond, en toch blijven ze manoeuvreren tot bus én vrachtwagen elkaar in de bocht kunnen kruisen. De adems werden even ingehouden... .

Maar, veilig en wel toegekomen in Sucre. Ook hier schijnt het zonnetje weelderig. We hebben vandaag het witte stadje en de 101 kerken, kloosters... kunnnen bewonderen. Alles op´t gemakje. We kuieren, geven onze ogen de kost, proberen de plaatstelijke culinaire potjes uit, drinken smoothies, kijken naar de locals... .

Bolivia valt tot dusver goed mee. Lekker eten, heerlijk fruit. Mensen zijn aanvankelijk wat nors, maar als je vriendelijk volhoudt worden ze ook losser en vrolijker. Maar bovenal valt de variatie in bolivianos op. Sommigen zijn nog erg traditioneel, met hun kleurrijk geweven kleren, lange vlechten en hoedjes. Maar de meeste bolivianos hebben de traditionele klederdracht ingeruild voor een westerse outfit.
Met mijn spaans loopt het ook wel los. Ik kan mij overal vrij vlot uitdrukken, begrijp het meeste ook wel. En vooral, het is zo leuk om met hen een potje te kunnen babbelen.

Tot hoors!!

woensdag 15 juni 2011

Bangkok express

En we zitten sinds gisteren weer in Bangkok. Omdat we onszelf weer wat wilden voorbereiden op het lekkere stressvolle leven in Belgie, hadden we gekozen voor een lekker strak en stresserend reisschema richting Bangkok:
  • 11u: overzetbootje vanop Don Khong, de Mekong over, naar het vasteland van Laos. 20minuten varen. Reisschema: tot dusver gerespecteerd.
  • 12u: mini-busje naar Pakse, normaalgezien 2,3u rijden. Reisschema: al totaal in de war. Het busje kwam maar niet. Wachten wachten wachten, hopen en smeken dat het busje toch zou komen. Want daar stonden we, als 2 enigen tussen niet-engels sprekende Laotianen. Om 12.30u (lao-time voor 12u) kwam het busje er dan toch eindelijk door. Racen racen racen richting Pakse. Ons ergerend omdat onderweg Jan en alleman nog overal op't gemakske kan instappen, uitstappen, treuzelen. Wij moesten weliswaar onze bus naar Thailand halen om 15.30u. Gaaaas geven dus. Maar ondanks Lao-time: reisschema terug intact.
  • 15u, oef, toch op tijd toegekomen in Pakse voor de bus naar Ubon Ratchatani. Het stresshormoon in ons bloed kon weer eventjes relaxen. Wij ook. Paar uurtjes op de bus, boekje lezen, stempeltjes aan de grens met Thailand verzamelen.
  • Iets voor 19u toegekomen aan de ene kant van Ubon Rachatani. Om dan tegen 19.30u de nachttrein aan de andere kant van de stad te halen. Gelukkig stond er een pick-up klaar om ons daar naartoe te voeren. Rugzak in de laadbak gesmeten, mezelf erbij gesmeten. En in volle vaart door de stad; stresshormoon piekte weer even.
  • Oef, de trein gehaald. Maar ook daar wouden ze ons weer even ambeteren. Wij op't gemakje zo rond 19.15u naar de trein aan het wandelen. Hij vertrok toch maar om 19.30u. Begint de trein ineens lichtjes te rijden. Aaaaaaaaarrrggghhhh, alweer stress. Ik zag het al zo voor mij dat ik in Bollywood-stijl op een rijdende trein zou moeten springen. Maar oef, hij stond weer eventjes stil. Om onszelf dan geladen met de rugzak rustig tussen de te smalle treindeurtjes te kunnen heisen.
En dan de nachttrein. Ik vond het heerlijk. En oude rammelende bak, nostalgie tot en met. De ramen open, de buitendeuren van de trein die niet dicht zijn, ijzeren inrichting, basic en wat primitief, keiveel lawaai, een te klein bed. Doe daar nog een paar Thaise biertjes bij, een leuke babbel met 2 andere backpackers, en het was een leuke rit. Voor herhaling vatbaar.

En dus nu terug in Bangkok. Gisterennamiddag zijn we gaan koken. Een workshop gevolgd waar je 4 thaise gerechtjes leerde maken en kon proeven. Allemaal lekker. Maar we moesten zoveel Thaise gerechten op zo'n korte tijd naar binnen werken, dat ik het nu ECHT heb gehad met het Thaise voedsel. Ik heb het tot gisteren altijd lekker gevonden, en nooit echt goesting gehad in Belgische stuff. Maar na de workshop absoluut wel. Trop is trop, teveel is teveel. Ik kijk nu dus reikhalzend uit naar lekkere zomerse, Belgische maaltijden. mmmmmmmmmmm.

Deze voormiddag dan nog een uitstapje gedaan naar de Khlongs, Thaise kanaaltjes waarop handel gevoerd wordt. Vrij toeristisch. Maar niettemin weer mooie foto's met vele kleurige taferelen kunnen maken.

En nu wachten we. Op onze vlucht naar Belgie. Iets na 20u hebben we een vlucht naar Abu Dhabi. Om 2u 's nachts stijgen we daar op richting Brussel. En dan home sweet home. Het was een erg mooie reis. Maar ook blij om terug huiswaarts te keren, want:
  • geen verse kleren meer, haha
  • ik wil eindelijk eens een properen bril kunnen opzetten
  • ik wil eindelijk, na het douchen, eens op een droge badkamervloer kunnen staan
  • ik heb zin in Belgisch eten
  • ik kijk uit naar een leuke Belgische zomer met festivalletjes hier, uitstapjes daar, feestjes ginder, terrasjes daar.
HOERA!!!!

zaterdag 11 juni 2011

Beerlao en vuurwerk in Laos

En hier zijn we weer, deze keer vanuit Laos. Een nieuw land is een nieuwe reeks stempels in het paspoort. Altijd leuk.

We zitten nu op Si Pan Dhon, ook wel gekend als de 4000 Eilanden in de Mekon, het zuiden van Laos. We hebben daarvoor doorstaan:
  • 8u busreizen
  • 8u geflikflooi tussen een oude Australische sekstoerist en zijn zeg maar gore Cambodiaanse seksvriendin, aan de linkerzijde van ons. Zijn vriendin, lieflijk gekleed in sexy pyjama, heeft ons wel in contact gebracht met een van de lokale gewoontes die we nog niet gezien hadden: het souperen van een gefrituurde vogelspin. Mjam, zag er lekker krokant uit.
Eigenlijk waren we van plan om meteen naar Don Khong, het grootste eiland van Si Pan Dhon te gaan. Maar omdat we de enigen waren die daar in het gigantisch onweer zouden afstappen, hebben we dat wijselijk maar niet gedaan. Net als 20 anderen zijn we dan afgestapt  aan de toegangsweg naar Don Det, het meest toeristische eiland van de hele reeks. En het enige middel om aan de boot te geraken was: louche Jamie, Jamie voor de vrienden. Jamie bood - sympathiek en goed van inborst als hij was - voor 3 dollar een busrit naar de boot en de bootovertocht aan. Op voorhand wisten we dat hij niet te vertrouwen was, maar veel keuze hadden we niet. Hij heeft ons en de 20 anderen extra proberen af te rippen. maar zonder veel succes. Ik ben stevig uit mijn krammen geschoten toen hij extra geld voor de boot wou vragen. Vanessa ook. Als het moet, dan staan we - voor de hele groep - stevig ons mannetje. En dan voelde ons vriendje Jamie zich in het nauw gedreven: "sorry, I'm busy..., euh, how are you?'. Bon, veilig en wel in het onweer en drijfnat op Don Det geraakt. Rugzak behoorlijk nat. Eruitziend als een Gentse waterzooi, althans boven de nek. Daaronder heeft de poncho van 2,5 euro alweer zijn dienst bewezen. Absoluut het koopje van het jaar.

Vandaag dan een fietstoertje gedaan op Don Det en Don Khone, het zuidelijke eilandje. Rijstvelden, waterbuffels, de Mekong, een strandje hier, een waterversnelling daar. Allemaal heel sympathiek. Maar Don Det vonden wij te druk en te toeristisch; de ene lodge na de andere, vele jonge backpackers die op zoek zijn naar feest, drank... .
Wij hebben het ingeruild voor Don Khong, het grootste eiland. En tot nu toe is het hier erg sympathiek. Net een Beerlao gedronken; lekker fris, voldoende in volume (meer dan 600ml bier in 1 fles). En dat op een terrasje waarop je kan turen naar de Mekong, de zonsondergang en het komende onweer. Het schijnt hier ook feest in het dorp. Er zijn net een 3-tal vuurwerkstokken de lucht in gegaan. Er staat een podium, het volk (lees: 30 man ofzo) komt "van heinde en ver". Voor kinderen is het hier hoogdag; ze lopen hier allemaal met een speciaal ballonnetje - bijvoorbeeld van Hello Kitty - rond.

Vandaag ook een zware discussie gehad met de dame van de lodge uit Don Det. Om 10.30u wilden we uitchecken, de eigenares was er niet. Wel haar 2 jonge kinderen (jonger dan 12jaar). Maar zij begrepen of wisten niet hoe we moesten betalen, en waar onze zakken te laten. We zijn dan maar gaan fietsen en om 13u komen betalen. Natuurlijk kregen haar 2 kinderen in ons bijzijn stevig onder hun voeten, dat we buiten de check-out uren kwamen betalen. Terwijl het helemaal niet hun fout was. De eigenares - als volwassene - had tussen de check-out uren aanwezig moeten zijn om alles met ons te regelen. Niet de onwetende kinderen. Ik heb haar proberen uit te leggen dat ze kwaad moest zijn op zichzelf, niet op haar kinderen. Maar tevergeefs. En daar sta je dan. Je weet dat je die kinderen in een moeilijke positie brengt, dat zij het de rest van de dag zullen moeten ontgelden. Je kan dan nog zo vaak zeggen dat zij er had moeten zijn tijdens de check-out uren, dat is tevergeefs. Daar heeft zij geen oren naar. En dat wringt wel. Alleszins, ik hoop dat ze als eigenares leert uit hetgeen zich heeft voorgedaan, en ze er voortaan wel is tussen de check-out uren. Maar ook daar vrees ik voor. De kinderen zitten hier niet op school, ze worden hier ingezet als werkkrachten. Jammer.

Nog wat weetjes over het lokale leven:
  • Ik loop in de winter 's zondags ook wel eens graag in mijn pyjama rond. Zeker als ik weet dat ik die dag niemand moet zien, is dat lekker lui. Maar hier komen ze zelfs met pyjama-achtige kleren buiten, overdag. Mooi om zien hoor, hier zo op straat. We hebben ook al overwogen om onze pyjama's aan te houden voor een dag - ik zou hier wel mooi integreren tussen de anderen, met mijn witte pyjama met kersen. Maar we hebben na diep beraad besloten om onszelf te blijven. Geen pyjama's dus. 
  • Het engels beheersen de locals echt niet. Als je vraagt: 'is het de linkse bus?', dan antwoorden ze diep knikkend: 'yes'. Vraag je een seconde later, voor alle zekerheid: 'is het de rechtse bus?', dan antwoorden ze even diep knikken van yes. Ze hebben hier dus geen idee wat je vraagt. Ze zijn hier veel te braaf, veel te weinig assertief, veel te onderdanig naar westerlingen toe. Ik word er soms onbehoorlijk ongemakkelijk van dat locals alles willen doen (je zelfs naar de mond willen praten) om je toch maar te behagen, niet teleur te stellen, ... .
Zo, dat is het weer. Morgen verkennen we met de fiets Don Khong. Maandag zijn we weer on the road. Dan trekken we via boot, mini-busje, bus en nachttrein naar Bangkok. Om dan woensdagavond op het vliegtuit te springen.

Tot ziens!