donderdag 10 november 2011

Via Titicaca en La Paz terug naar België

Copacabana, in Brazilië is het een funky stad. In Bolivië is het een pelgrimsttadje. Er staat een kathedraal, en Bolivianen komen er (soms zelfs wandelend vanuit La Paz) naartoe om hun zonden te laten vergeven, hun huis of wagen te laten zegenen... . De kathedraal had wel iets; het leek op een moorse constructie zoals je er wel meerdere vindt in Andalusië.
We hebben zelf ook een kleine pelgrimactie ondernomen; de berg naar het "heiligdom" op de berg naast Copacabana beklommen. Niet omwille van de religieuze waarde ervan, wel omdat je vanop de top van de berg een mooi zicht hebt op Copacabana, de baai van Copacabana, het Titicacameer en het nabijgelegen Peru. En omdat je vanop de berg een zonsondergang kon meepikken, onze 1ste in Bolivië. Maar tevergeefs, net voor de zon onderging kwam daar een hele donkere wolk aangeslopen. Dag zonsondergang, welkom felle wind en avondkilte.

De volgende ochtend zijn we een bootje opgekropen richting Isla del Sol. 3u´tjes varen om dan aan te spoelen op het noordelijk deel van het eiland. We hadden er meteen een (knap) vriendje: een Zwitserse kerel die ook van het noorden van het eiland naar het zuiden (ongeveer een 8-tal kilometer) zou wandelen. Tegen knap gezelschap zeggen wij meisjes nooit nee. Maar onze Zwitser bleek een echte berggeit. Isla del Sol is een erg bergzaam eiland, met steile heuvels op en af. Reken daarbij een loodzware zon (wel erg toepasselijk, de naam van het eiland), en wij moesten al puffend ons hypersportieve, knappe wandelgezelschap laten gaan. Dan maar op eigen houtje verder gewandeld. En verdienstelijk. We hebben gepuft en gezwoeft (de hoogte, meer dan 4000m op Isla del Sol, blijft ons ferm op onze adem trappen). Maar na 5-utjes wandelen op ons eigen tempo, en genietend van het mooie landschap, hebben we het eiland toch vlotjes afgewandeld. En het Titicacameer mag er zijn. Het meer heeft een mooie, quasi unieke blauwe kleur, met onderstromen die zich aftekenen. Daartussen vind je allerlei grotere en kleinere eilandjes. Het geheel heeft iets weg van de Griekse eilanden.

Toen we in Yumani, het stadje in het zuiden van het eiland toekwamen, vonden we dat we wel een vers fruistapje of milkshake (want ze zijn hier zo lekker) hadden verdiend. We gingen op zoek naar een restaurantje. Maar alles bleek gesloten of ongezellig kil vanbinnen. Onderweg kwamen we 3 oudere dames tegen. We vroegen aan hen of zij geen restaurantje kenden waar we iets konden drinken en iets konden eten. Ze keuvelden wat onder elkaar. En dan zegt er ene: "boven is restaurant Las Vales, je kan daar gaan eten, zij (1vd3 dames) zal met je meegaan tot daar." We hadden het echt gehad met het stijgen en dalen. Maar we hadden niet veel keuze, dus zijn we met die vrouw meegegaan. Alweer klimmen klimmen klimmen, zweten, zwoegen, op je adem trappen. We hadden ook geen idee waar die vrouw ons naartoe zou brengen. Ze vertelde enkel dat het restaurantje in het bos, bovenop de berg gelegen was. Op onze vraag of het toch zeker geopend ging zijn, antwoordde ze bevestigend. We bleven argwanend. Maar eens boven op de berg zijn we rijkelook beloond geweest. We hadden een fenomenaal zicht op de westzijde van Isla del Sol. Dus konden we de zon zien ondergaan. Deze keer met veel succes; een prachtige zonsondergang. Een vers fruitsapje of milkshake konden we dan wel niet krijgen (op het eiland is geen elektriciteit). Maar het eten dat we kregen - en dat de vrouw die ons naar het restaurent leidde uiteindelijk zelf bereidde - was fenomenaal lekker. Forel in papillotte, met look, wijn, basilicum, tomaat en puree en verse groentjes. Zonder twijfel de beste maaltijd die we hier tot nu toe hebben gegeten. En dat bij kaarslicht, want jawel, geen elektriciteit. Geluk zit hem soms in kleine onverwachte hoekjes. Want waren we deze vrouw en haar 2 vriendinnen niet tegengekomen, hadden we hen niet gevraagd waar we iets konden eten, dan waren we hier nooit beland. En dan hadden we een heerlijke boliviaanse maaltijd op een prachtige locatie gemist.

Deze ochtend dan Isla del Sol terug ingeruild voor Copacabana. anderhalf uur dobberen op het water, om dan de bus op te kruipen naar La Paz. Wat een sardientjeservaring, die bus. Ik had de eer om boven het wiel van de bus te zitten. Boven dat wiel zit natuurlijk een boog, wat je beenruimte inperkt. Tjongejonge, 3,5 uur mijn benen niet kunnen strekken, buigen, bewegen... . De tijd duurt lang zo.

Maar hier zijn we dan weer, in La Paz. Morgen is onze laatste dag hier. En we gaan die lui invullen. Uitslapen, nog op zoek naar de laatste souveniertjes, de laatste verse sinaasappelsapjes en milkshakes drinken... .

Vrijdagochtend pakken we hier onze biezen. Om na 30u onderweg onze voeten terug op Belgische bodem te zetten. We zien tegen de heenreis op, want zoooo vreselijk lang. Maar het is ook goed geweest. We hebben ons met z´n drietjes een maand heerlijk geamuseerd, prachtige dingen gezien, leuke mensen ontmoet, genoten van heerlijk zonnig weer. Maar het is tijd om de hoogvlakte en het gebrek aan zuurstof in te ruilen voor een overvloed aan lucht, en om de topjes en zonnecreme weg te steken en in te ruilen voor belgische sjaals, mutsen, laarsjes, warme choco´s en gezelschap van de leuke mensen rondom ons!

Tot zo!!!

maandag 7 november 2011

Ter land, ter zee en in de lucht naar en in het Amazonegebied!

Bolivia, zonder twijfel een land met heel wat contrasten. Donderdag ruilden we de hooglanden  in voor de laaglanden van het land, het Amazonegebied. We kozen voor de korte pijn, en kropen in een propellervliegtuigje. Er kon ochottekes 20 man in, rechtstaan was niet mogelijk, en je kon de cockpit  en de piloten vanuit je stoel bezig zien. Veel lawaai, maar verder geen klachten van "de vlucht".
Op amper een half uurtje vliegen stonden we in Rurrenabaque, het stadje aan de voet van het Amazonegebied. Het luchthavengebouw was om te gieren. Stel je een gebouwtje voor dat de helft zo groot was als het gebouw op het vliegveld van Grimbergen. Petieterig klein dus. De landingstrook was al even grappig; gewoon een strook gras. Je had er even goed een balletje kunnen sjotten.

Het verschil tussen hoog- en laagland is natuurlijk de warmte. We hebben het overal al aardig warm en zonnig naar onze zin gehad. Maar in Rurre was het wat te veel van het goede. Erg warm, ondraaglijk vochtig. We hebben ons voor de rest van de dag beperkt tot hangmathangen :).

De dag nadien zijn we met onze gids, den Ivan, naar onze lodge midden in het Amazonewoud vertrokken. De 1ste indruk van Ivan was tegenvallend. Rare kerel, heel rare manieren, loom, keek ook heel eigenaardig naar ons (klein persoonlijkheidsstoorniske misschien? ;)).  Maar veel keuze hadden we niet. Bootje opgekropen. En stel u geen Flandria-boot voor. Maar een houten bootje waar je met een 8-tal man in kan. De rand van de boot bevindt zich op een 20-tal centimeter van de toch behoorlijk wilde rivier. Spannend hoor, zo af en toe een klotske in de boot.
Heenwaarts (stroomopwaarts) hebben we er een 6-tal uren over gedaan on in Chalalanlodge te geraken, een prachtige lodge aan de rand van een ovaalvormig meer. Veel heb ik zelf van de bootrit niet bewust meegemaakt. Ik heb quasi de hele tijd geslapen. Want jawel, daar waren de 1ste ziektekiemen: krampen. Hel! Maar ik heb altijd een apotheek voor een heel leger mee. Dus met buscopan en enterollekes zijn de krampen toch vrij snel bestreden.

In Chalalan heeft den Ivan zich dan van zijn andere kant laten zien. Zijn kennis van het Amazonewoud was echt wel fenomenaal. 10-tallen verhalen over planten en bomen (bomen die slechte geesten uitlokken, bomen waarvan je kan sterven, bomen die naar look ruiken...), verhalen over zijn gemeenschap (wat je betaalt voor de lodge is overigens ten goede van de gemeenschap, waarmee ze ondertussen een schooltje en ziekenhuis hebben kunnen bouwen). Maar den Ivan kon ook alle dierengeluiden nabootsen. Daarmee probeerde hij dieren te lokken. En soms wel met succes. We hebben apen gezien, verschillende soorten vogels, papegaaien,  ... . Specialiteit van den Ivan: een soort everzwijnen lokken. zaten wij als een bende onozelaars - op zijn instructies - te sluipen achter stinkende zwijnen. En waren we ineens omsingeld door een troep zwijnen. Zegt den Ivan bloedserieus : "they are agressive, they want to attack".  Jaja, geestig. Maar bon, ze zijn toch afgedropen (nadat den Ivan een geluid maakte waar zwijnen niet van houden).

Het leukst van al waren mischien wel de nachtwandelingen . Stonden op het menu: tarrantullas (veel te veel tarrantulas), kikkers en kaaimannen. Leuk en vooral heel spannend. De tarrantullas zaten echt overal, waardoor we ook schrik hadden om naar de wc te gaan. Besluit: we hadden het pact gesloten om ´s nachts niet alleen naar de wc te gaan, maar elkaar wakker te maken. want vieze, en gevaarlijke beesten die meerpoters.

Een regenwoud is natuurlijk vochtig. En wie vochtig en warm zegt, zegt ook kakkerlakken. De 1ste nacht waren we in ons hutje op zoek naar een grote kever die was binnengevlogen. Kwamen we in de plaats een halve kudde kakkerlakken tegen. Slik. Een paar kunnen vangen met een glas, maar dat is natuurlijk hopeloos. Verstand op nul, en je muskietennet goed onder je matras bevestigen. De volgende ochtend, bij het opruimen van onze zak, was het iets minder grappig. Mijn pull hing gewoon aan de kapstok. Wat komt daar uit gekropen: een  kakkerlak natuurlijk. Wat zit er lekker te zonnen op mijn ingepakte slaapzak: een kakkerlak. Ggggggggrrrrrrrrrrr. En wij - meisjes blijven meisjes - maar gillen natuurlijk. Beik, vieze beestjes. Eventjes aan de Ivan gevraagd of kakkerlakken ook eitjes leggen. Zegt die natuurlijk met een greins toch achter zijn oren: "natuurlijk". Slik. Hij heeft mijn spullen eens geinspecteerd op dat vuile ongedierte. En normaalgezien zou dat eiloos moeten zijn. Hopelijk zijn de beestjes ook ginder gebleven, en zien ze op tegen een reisje naar Belgie.

In de lodge ook het "beste" feestje van de laatste maanden meegemaakt. Uiteraard, zo´n communitylodge wil dan zijn muziekinstrumten en dansen tonen. Gieren!!! De locale mannen kwamen ons dan halen om met hen te dansen. Nog nooit met zo´n kleine mannen gedanst. Zo klein, dat hun ogen en neus quasi tussen je borsten staken. Och ja, ze kunnen het maar gehad hebben.

Gisteren zijn we dan zelf met het miniatuurvliegtuig teruggevlogen naar La Paz. De weergoden waren ons goedgezind; na de felle ochtendregens (niet abnormaal in een regenwoud), klaarde de hemel vanaf de middag steeds open. En konden we vanop het graspleintje van Rurre vlot vertrekken.

Vanochtend hebben we La Paz ingeruild voor Copacabana. Vergis u niet, niet de Braziliaanse funky stad. Maar wel een klein stadje aan het Titicacameer. Het stelt niet zo veel voor, maar het is wel charmant, het zonnetje schijnt heerlijk. Morgen nemen we de boot naar het Isla del Sol, voor een dagje wandelen. Woensdag keren we dan terug naar La Paz. Om dan stilletjesaan terug naar Belgenlandje terug te keren.

De volgende blog wordt waarschijnlijk de laatste. Hasta la proxima!

woensdag 2 november 2011

In de hoogst gelegen hoofdstad ter wereld

La Paz, het contrast met de Altiplano kon niet groter zijn. De Altiplano, dat was 100den of zelfs 1000den kilometers eenzame natuur. Desolate landschappen, stilte, weg van de (geciviliseerde) wereld zijn, geen gsm-bereik, ... . La Paz, de hoogst gelegen hoofdstad ter wereld (3600m), is daar compleet het tegenovergestelde van. Stel je volgend straatbeeld voor: smog, druk heen en weer gerei van auto´s, vrachtwagens, minibusjes, vuile straten, getuuter overal. De straat oversteken is op zich ook een hele uitdaging. Auto´s deinzen er niet voor terug om je omver te rijden terwijl je de straat oversteekt. Een spannende en gichelende onderneming dus.
Het architecturale van La Paz stelt ons ook teleur. Op zich zijn er hier wel wat koloniale wijken. Maar de huizen zijn allemaal heel slecht onderhouden/vervallen. Als je alles optelt, is er hier 1 klein, charmant en mooi onderhouden steegje in koloniale stijl. Ook de plaza met het presidentieel paleis mag er zijn. Voor de rest is La Paz vooral een functionele, administratieve stad. Eigenlijk is La Paz het mooist als het donker is. Als het donker wordt en de straatverlichting op de bergheuvels aanspringt, is het hier eigenlijk 1 groot kersttafereel. En dat is wel een mooi schouwspel.

Vandaag ook een ander leuk en zelfs uniek spectakeltje kunnen aanschouwen. Sarah werkt als psycholoog in de gevangenis van Oudenaarde. En ja, beroepsgewijs zijn we dan hier toch ook eens een kijkje gaan nemen aan de gevangenis die in het centrum van de stad ligt. Niet zo´n heel groot gebouw. En vooral een gebouw waarvan je denkt dat het niet zo moeilijk is om uit te ontsnappen. Hele lage muren, muren die in slechte staat zijn en die verder ook niet beveiligd zijn tegen ontsnappingen (geen prikkeldraad bijvoorbeeld). We hebben een tijdje staan kijken naar de ingang van het gebouw. Om te kijken hoe bezoekers de gevangenis binnen gingen Maar vooral omdat er wat gerumoer was aan de gevangenispoort. En dat rumoer was er niet zomaar. Want ineens kwam er een gevangenisbusje aangereden, geflankeerd door motors en pickups, allemaal geladen met tot de tanden bewapende militairen/politieagenten/special forces. De straat voor de gevangenis werd helemaal afgezet. En wij keken vanuit het parkje voor de gevangenis, ongeveer 20m voor de gevangenispoort, toe wat er stond te gebeuren. En jawel, daar kwamen een 10-tal gevangen, gekleed in een kogelvrije vest en vastgeboeid aan hun bewaker, de gevangenis uit. Om dan meteen het gevangenisbusje, dat op zich toch ook niet zo gepantserd leek, op te stappen met hun bewaker. Dat alles heeft alles bij elkaar max. 5 minuten geduurd. Waarna de hele kolonne - bus en alle flankerende voertuigen - wegreden van de gevangenis. Op zich allemaal heel spannend om te zien, zeker als je weet dat in die gevangenis mensen worden vastgehouden die veroordeeld zijn voor zware misdaden, drugbarons zijn... . Geen brave jongens dus. Maar ook dat stukje van de boliviaanse samenleving hebben we dus meegepikt.

Vandaag, 2 november, is het hier officiele feestdag. De Bolivianen trekken vandaag allemaal naar het kerkhof. De meeste winkels zijn toe. Vanochtend om 8.30u wel door de fanfare gewekt. Het is eens wat anders dan getoeter en gebrul van auto´s die in file staan voor het pompstation voor onze hostal. Maar kom, we hebben toch 12u kunnen slapen. Jawel, 12u. Dat was ook wel nodig na het nachtbusavontuur vanuit Uyuni. We hadden een ´comfortbus´geboekt. Maar weinig comfort aan. De weg op zich was alweer een ramp, waardoor je continu heen en weer werd geschud. Door al het gerammel leek de bus op elk moment ook uit elkaar te kunnen vallen. De versnellingsbak leek ook op sterven na dood. Tot overmaat van ramp was er ook continu een lampje dat rood flikkerde én tuutte op het dashboard van de bus (wij zaten vooraan de bus dus konden alles horen en zien). Maar na 12 lange, slapeloze uren toch heelhuids in La Paz geraakt. En die 12 slapeloze uren hebben we ondertussen ingehaald.

Morgenvroeg houden we La Paz voor bekeken. We nemen een binnenvlucht naar Rurrenabaque, een stadje aan de voet van de Boliviaanse Amazone. De weergoden moeten ons goed gezind zijn, want bij regen kan het kleine vliegtuigje er niet landen. De landingsbaan is er immers niet geasfalteerd, maar bevindt zich nog in charmante toestand (gewoon grond). Dus, fingers crossed dat de hemelsluizen dicht blijven. Vandaag heeft het hier in La Paz al wat geregend. Onze 1ste regendruppels hier in Bolivia. Maar wat er vandaag uitvalt, kan morgen niet meer uit de hemel vallen (wishful thinking). Dus hopelijk geraken we er. En dan spenderen we 4 dagen in het Boliviaanse regenwoud. Op zoek naar alligators, papegaaien, spinnen, slangen, dolfijnen en ander moois. Dat worden weer 4 dagen natuur en weg van de wereld zijn. Heerlijk!!

Hasta la proxima vez!