maandag 7 november 2011

Ter land, ter zee en in de lucht naar en in het Amazonegebied!

Bolivia, zonder twijfel een land met heel wat contrasten. Donderdag ruilden we de hooglanden  in voor de laaglanden van het land, het Amazonegebied. We kozen voor de korte pijn, en kropen in een propellervliegtuigje. Er kon ochottekes 20 man in, rechtstaan was niet mogelijk, en je kon de cockpit  en de piloten vanuit je stoel bezig zien. Veel lawaai, maar verder geen klachten van "de vlucht".
Op amper een half uurtje vliegen stonden we in Rurrenabaque, het stadje aan de voet van het Amazonegebied. Het luchthavengebouw was om te gieren. Stel je een gebouwtje voor dat de helft zo groot was als het gebouw op het vliegveld van Grimbergen. Petieterig klein dus. De landingstrook was al even grappig; gewoon een strook gras. Je had er even goed een balletje kunnen sjotten.

Het verschil tussen hoog- en laagland is natuurlijk de warmte. We hebben het overal al aardig warm en zonnig naar onze zin gehad. Maar in Rurre was het wat te veel van het goede. Erg warm, ondraaglijk vochtig. We hebben ons voor de rest van de dag beperkt tot hangmathangen :).

De dag nadien zijn we met onze gids, den Ivan, naar onze lodge midden in het Amazonewoud vertrokken. De 1ste indruk van Ivan was tegenvallend. Rare kerel, heel rare manieren, loom, keek ook heel eigenaardig naar ons (klein persoonlijkheidsstoorniske misschien? ;)).  Maar veel keuze hadden we niet. Bootje opgekropen. En stel u geen Flandria-boot voor. Maar een houten bootje waar je met een 8-tal man in kan. De rand van de boot bevindt zich op een 20-tal centimeter van de toch behoorlijk wilde rivier. Spannend hoor, zo af en toe een klotske in de boot.
Heenwaarts (stroomopwaarts) hebben we er een 6-tal uren over gedaan on in Chalalanlodge te geraken, een prachtige lodge aan de rand van een ovaalvormig meer. Veel heb ik zelf van de bootrit niet bewust meegemaakt. Ik heb quasi de hele tijd geslapen. Want jawel, daar waren de 1ste ziektekiemen: krampen. Hel! Maar ik heb altijd een apotheek voor een heel leger mee. Dus met buscopan en enterollekes zijn de krampen toch vrij snel bestreden.

In Chalalan heeft den Ivan zich dan van zijn andere kant laten zien. Zijn kennis van het Amazonewoud was echt wel fenomenaal. 10-tallen verhalen over planten en bomen (bomen die slechte geesten uitlokken, bomen waarvan je kan sterven, bomen die naar look ruiken...), verhalen over zijn gemeenschap (wat je betaalt voor de lodge is overigens ten goede van de gemeenschap, waarmee ze ondertussen een schooltje en ziekenhuis hebben kunnen bouwen). Maar den Ivan kon ook alle dierengeluiden nabootsen. Daarmee probeerde hij dieren te lokken. En soms wel met succes. We hebben apen gezien, verschillende soorten vogels, papegaaien,  ... . Specialiteit van den Ivan: een soort everzwijnen lokken. zaten wij als een bende onozelaars - op zijn instructies - te sluipen achter stinkende zwijnen. En waren we ineens omsingeld door een troep zwijnen. Zegt den Ivan bloedserieus : "they are agressive, they want to attack".  Jaja, geestig. Maar bon, ze zijn toch afgedropen (nadat den Ivan een geluid maakte waar zwijnen niet van houden).

Het leukst van al waren mischien wel de nachtwandelingen . Stonden op het menu: tarrantullas (veel te veel tarrantulas), kikkers en kaaimannen. Leuk en vooral heel spannend. De tarrantullas zaten echt overal, waardoor we ook schrik hadden om naar de wc te gaan. Besluit: we hadden het pact gesloten om ´s nachts niet alleen naar de wc te gaan, maar elkaar wakker te maken. want vieze, en gevaarlijke beesten die meerpoters.

Een regenwoud is natuurlijk vochtig. En wie vochtig en warm zegt, zegt ook kakkerlakken. De 1ste nacht waren we in ons hutje op zoek naar een grote kever die was binnengevlogen. Kwamen we in de plaats een halve kudde kakkerlakken tegen. Slik. Een paar kunnen vangen met een glas, maar dat is natuurlijk hopeloos. Verstand op nul, en je muskietennet goed onder je matras bevestigen. De volgende ochtend, bij het opruimen van onze zak, was het iets minder grappig. Mijn pull hing gewoon aan de kapstok. Wat komt daar uit gekropen: een  kakkerlak natuurlijk. Wat zit er lekker te zonnen op mijn ingepakte slaapzak: een kakkerlak. Ggggggggrrrrrrrrrrr. En wij - meisjes blijven meisjes - maar gillen natuurlijk. Beik, vieze beestjes. Eventjes aan de Ivan gevraagd of kakkerlakken ook eitjes leggen. Zegt die natuurlijk met een greins toch achter zijn oren: "natuurlijk". Slik. Hij heeft mijn spullen eens geinspecteerd op dat vuile ongedierte. En normaalgezien zou dat eiloos moeten zijn. Hopelijk zijn de beestjes ook ginder gebleven, en zien ze op tegen een reisje naar Belgie.

In de lodge ook het "beste" feestje van de laatste maanden meegemaakt. Uiteraard, zo´n communitylodge wil dan zijn muziekinstrumten en dansen tonen. Gieren!!! De locale mannen kwamen ons dan halen om met hen te dansen. Nog nooit met zo´n kleine mannen gedanst. Zo klein, dat hun ogen en neus quasi tussen je borsten staken. Och ja, ze kunnen het maar gehad hebben.

Gisteren zijn we dan zelf met het miniatuurvliegtuig teruggevlogen naar La Paz. De weergoden waren ons goedgezind; na de felle ochtendregens (niet abnormaal in een regenwoud), klaarde de hemel vanaf de middag steeds open. En konden we vanop het graspleintje van Rurre vlot vertrekken.

Vanochtend hebben we La Paz ingeruild voor Copacabana. Vergis u niet, niet de Braziliaanse funky stad. Maar wel een klein stadje aan het Titicacameer. Het stelt niet zo veel voor, maar het is wel charmant, het zonnetje schijnt heerlijk. Morgen nemen we de boot naar het Isla del Sol, voor een dagje wandelen. Woensdag keren we dan terug naar La Paz. Om dan stilletjesaan terug naar Belgenlandje terug te keren.

De volgende blog wordt waarschijnlijk de laatste. Hasta la proxima!

Geen opmerkingen:

Een reactie posten