donderdag 10 november 2011

Via Titicaca en La Paz terug naar België

Copacabana, in Brazilië is het een funky stad. In Bolivië is het een pelgrimsttadje. Er staat een kathedraal, en Bolivianen komen er (soms zelfs wandelend vanuit La Paz) naartoe om hun zonden te laten vergeven, hun huis of wagen te laten zegenen... . De kathedraal had wel iets; het leek op een moorse constructie zoals je er wel meerdere vindt in Andalusië.
We hebben zelf ook een kleine pelgrimactie ondernomen; de berg naar het "heiligdom" op de berg naast Copacabana beklommen. Niet omwille van de religieuze waarde ervan, wel omdat je vanop de top van de berg een mooi zicht hebt op Copacabana, de baai van Copacabana, het Titicacameer en het nabijgelegen Peru. En omdat je vanop de berg een zonsondergang kon meepikken, onze 1ste in Bolivië. Maar tevergeefs, net voor de zon onderging kwam daar een hele donkere wolk aangeslopen. Dag zonsondergang, welkom felle wind en avondkilte.

De volgende ochtend zijn we een bootje opgekropen richting Isla del Sol. 3u´tjes varen om dan aan te spoelen op het noordelijk deel van het eiland. We hadden er meteen een (knap) vriendje: een Zwitserse kerel die ook van het noorden van het eiland naar het zuiden (ongeveer een 8-tal kilometer) zou wandelen. Tegen knap gezelschap zeggen wij meisjes nooit nee. Maar onze Zwitser bleek een echte berggeit. Isla del Sol is een erg bergzaam eiland, met steile heuvels op en af. Reken daarbij een loodzware zon (wel erg toepasselijk, de naam van het eiland), en wij moesten al puffend ons hypersportieve, knappe wandelgezelschap laten gaan. Dan maar op eigen houtje verder gewandeld. En verdienstelijk. We hebben gepuft en gezwoeft (de hoogte, meer dan 4000m op Isla del Sol, blijft ons ferm op onze adem trappen). Maar na 5-utjes wandelen op ons eigen tempo, en genietend van het mooie landschap, hebben we het eiland toch vlotjes afgewandeld. En het Titicacameer mag er zijn. Het meer heeft een mooie, quasi unieke blauwe kleur, met onderstromen die zich aftekenen. Daartussen vind je allerlei grotere en kleinere eilandjes. Het geheel heeft iets weg van de Griekse eilanden.

Toen we in Yumani, het stadje in het zuiden van het eiland toekwamen, vonden we dat we wel een vers fruistapje of milkshake (want ze zijn hier zo lekker) hadden verdiend. We gingen op zoek naar een restaurantje. Maar alles bleek gesloten of ongezellig kil vanbinnen. Onderweg kwamen we 3 oudere dames tegen. We vroegen aan hen of zij geen restaurantje kenden waar we iets konden drinken en iets konden eten. Ze keuvelden wat onder elkaar. En dan zegt er ene: "boven is restaurant Las Vales, je kan daar gaan eten, zij (1vd3 dames) zal met je meegaan tot daar." We hadden het echt gehad met het stijgen en dalen. Maar we hadden niet veel keuze, dus zijn we met die vrouw meegegaan. Alweer klimmen klimmen klimmen, zweten, zwoegen, op je adem trappen. We hadden ook geen idee waar die vrouw ons naartoe zou brengen. Ze vertelde enkel dat het restaurantje in het bos, bovenop de berg gelegen was. Op onze vraag of het toch zeker geopend ging zijn, antwoordde ze bevestigend. We bleven argwanend. Maar eens boven op de berg zijn we rijkelook beloond geweest. We hadden een fenomenaal zicht op de westzijde van Isla del Sol. Dus konden we de zon zien ondergaan. Deze keer met veel succes; een prachtige zonsondergang. Een vers fruitsapje of milkshake konden we dan wel niet krijgen (op het eiland is geen elektriciteit). Maar het eten dat we kregen - en dat de vrouw die ons naar het restaurent leidde uiteindelijk zelf bereidde - was fenomenaal lekker. Forel in papillotte, met look, wijn, basilicum, tomaat en puree en verse groentjes. Zonder twijfel de beste maaltijd die we hier tot nu toe hebben gegeten. En dat bij kaarslicht, want jawel, geen elektriciteit. Geluk zit hem soms in kleine onverwachte hoekjes. Want waren we deze vrouw en haar 2 vriendinnen niet tegengekomen, hadden we hen niet gevraagd waar we iets konden eten, dan waren we hier nooit beland. En dan hadden we een heerlijke boliviaanse maaltijd op een prachtige locatie gemist.

Deze ochtend dan Isla del Sol terug ingeruild voor Copacabana. anderhalf uur dobberen op het water, om dan de bus op te kruipen naar La Paz. Wat een sardientjeservaring, die bus. Ik had de eer om boven het wiel van de bus te zitten. Boven dat wiel zit natuurlijk een boog, wat je beenruimte inperkt. Tjongejonge, 3,5 uur mijn benen niet kunnen strekken, buigen, bewegen... . De tijd duurt lang zo.

Maar hier zijn we dan weer, in La Paz. Morgen is onze laatste dag hier. En we gaan die lui invullen. Uitslapen, nog op zoek naar de laatste souveniertjes, de laatste verse sinaasappelsapjes en milkshakes drinken... .

Vrijdagochtend pakken we hier onze biezen. Om na 30u onderweg onze voeten terug op Belgische bodem te zetten. We zien tegen de heenreis op, want zoooo vreselijk lang. Maar het is ook goed geweest. We hebben ons met z´n drietjes een maand heerlijk geamuseerd, prachtige dingen gezien, leuke mensen ontmoet, genoten van heerlijk zonnig weer. Maar het is tijd om de hoogvlakte en het gebrek aan zuurstof in te ruilen voor een overvloed aan lucht, en om de topjes en zonnecreme weg te steken en in te ruilen voor belgische sjaals, mutsen, laarsjes, warme choco´s en gezelschap van de leuke mensen rondom ons!

Tot zo!!!

maandag 7 november 2011

Ter land, ter zee en in de lucht naar en in het Amazonegebied!

Bolivia, zonder twijfel een land met heel wat contrasten. Donderdag ruilden we de hooglanden  in voor de laaglanden van het land, het Amazonegebied. We kozen voor de korte pijn, en kropen in een propellervliegtuigje. Er kon ochottekes 20 man in, rechtstaan was niet mogelijk, en je kon de cockpit  en de piloten vanuit je stoel bezig zien. Veel lawaai, maar verder geen klachten van "de vlucht".
Op amper een half uurtje vliegen stonden we in Rurrenabaque, het stadje aan de voet van het Amazonegebied. Het luchthavengebouw was om te gieren. Stel je een gebouwtje voor dat de helft zo groot was als het gebouw op het vliegveld van Grimbergen. Petieterig klein dus. De landingstrook was al even grappig; gewoon een strook gras. Je had er even goed een balletje kunnen sjotten.

Het verschil tussen hoog- en laagland is natuurlijk de warmte. We hebben het overal al aardig warm en zonnig naar onze zin gehad. Maar in Rurre was het wat te veel van het goede. Erg warm, ondraaglijk vochtig. We hebben ons voor de rest van de dag beperkt tot hangmathangen :).

De dag nadien zijn we met onze gids, den Ivan, naar onze lodge midden in het Amazonewoud vertrokken. De 1ste indruk van Ivan was tegenvallend. Rare kerel, heel rare manieren, loom, keek ook heel eigenaardig naar ons (klein persoonlijkheidsstoorniske misschien? ;)).  Maar veel keuze hadden we niet. Bootje opgekropen. En stel u geen Flandria-boot voor. Maar een houten bootje waar je met een 8-tal man in kan. De rand van de boot bevindt zich op een 20-tal centimeter van de toch behoorlijk wilde rivier. Spannend hoor, zo af en toe een klotske in de boot.
Heenwaarts (stroomopwaarts) hebben we er een 6-tal uren over gedaan on in Chalalanlodge te geraken, een prachtige lodge aan de rand van een ovaalvormig meer. Veel heb ik zelf van de bootrit niet bewust meegemaakt. Ik heb quasi de hele tijd geslapen. Want jawel, daar waren de 1ste ziektekiemen: krampen. Hel! Maar ik heb altijd een apotheek voor een heel leger mee. Dus met buscopan en enterollekes zijn de krampen toch vrij snel bestreden.

In Chalalan heeft den Ivan zich dan van zijn andere kant laten zien. Zijn kennis van het Amazonewoud was echt wel fenomenaal. 10-tallen verhalen over planten en bomen (bomen die slechte geesten uitlokken, bomen waarvan je kan sterven, bomen die naar look ruiken...), verhalen over zijn gemeenschap (wat je betaalt voor de lodge is overigens ten goede van de gemeenschap, waarmee ze ondertussen een schooltje en ziekenhuis hebben kunnen bouwen). Maar den Ivan kon ook alle dierengeluiden nabootsen. Daarmee probeerde hij dieren te lokken. En soms wel met succes. We hebben apen gezien, verschillende soorten vogels, papegaaien,  ... . Specialiteit van den Ivan: een soort everzwijnen lokken. zaten wij als een bende onozelaars - op zijn instructies - te sluipen achter stinkende zwijnen. En waren we ineens omsingeld door een troep zwijnen. Zegt den Ivan bloedserieus : "they are agressive, they want to attack".  Jaja, geestig. Maar bon, ze zijn toch afgedropen (nadat den Ivan een geluid maakte waar zwijnen niet van houden).

Het leukst van al waren mischien wel de nachtwandelingen . Stonden op het menu: tarrantullas (veel te veel tarrantulas), kikkers en kaaimannen. Leuk en vooral heel spannend. De tarrantullas zaten echt overal, waardoor we ook schrik hadden om naar de wc te gaan. Besluit: we hadden het pact gesloten om ´s nachts niet alleen naar de wc te gaan, maar elkaar wakker te maken. want vieze, en gevaarlijke beesten die meerpoters.

Een regenwoud is natuurlijk vochtig. En wie vochtig en warm zegt, zegt ook kakkerlakken. De 1ste nacht waren we in ons hutje op zoek naar een grote kever die was binnengevlogen. Kwamen we in de plaats een halve kudde kakkerlakken tegen. Slik. Een paar kunnen vangen met een glas, maar dat is natuurlijk hopeloos. Verstand op nul, en je muskietennet goed onder je matras bevestigen. De volgende ochtend, bij het opruimen van onze zak, was het iets minder grappig. Mijn pull hing gewoon aan de kapstok. Wat komt daar uit gekropen: een  kakkerlak natuurlijk. Wat zit er lekker te zonnen op mijn ingepakte slaapzak: een kakkerlak. Ggggggggrrrrrrrrrrr. En wij - meisjes blijven meisjes - maar gillen natuurlijk. Beik, vieze beestjes. Eventjes aan de Ivan gevraagd of kakkerlakken ook eitjes leggen. Zegt die natuurlijk met een greins toch achter zijn oren: "natuurlijk". Slik. Hij heeft mijn spullen eens geinspecteerd op dat vuile ongedierte. En normaalgezien zou dat eiloos moeten zijn. Hopelijk zijn de beestjes ook ginder gebleven, en zien ze op tegen een reisje naar Belgie.

In de lodge ook het "beste" feestje van de laatste maanden meegemaakt. Uiteraard, zo´n communitylodge wil dan zijn muziekinstrumten en dansen tonen. Gieren!!! De locale mannen kwamen ons dan halen om met hen te dansen. Nog nooit met zo´n kleine mannen gedanst. Zo klein, dat hun ogen en neus quasi tussen je borsten staken. Och ja, ze kunnen het maar gehad hebben.

Gisteren zijn we dan zelf met het miniatuurvliegtuig teruggevlogen naar La Paz. De weergoden waren ons goedgezind; na de felle ochtendregens (niet abnormaal in een regenwoud), klaarde de hemel vanaf de middag steeds open. En konden we vanop het graspleintje van Rurre vlot vertrekken.

Vanochtend hebben we La Paz ingeruild voor Copacabana. Vergis u niet, niet de Braziliaanse funky stad. Maar wel een klein stadje aan het Titicacameer. Het stelt niet zo veel voor, maar het is wel charmant, het zonnetje schijnt heerlijk. Morgen nemen we de boot naar het Isla del Sol, voor een dagje wandelen. Woensdag keren we dan terug naar La Paz. Om dan stilletjesaan terug naar Belgenlandje terug te keren.

De volgende blog wordt waarschijnlijk de laatste. Hasta la proxima!

woensdag 2 november 2011

In de hoogst gelegen hoofdstad ter wereld

La Paz, het contrast met de Altiplano kon niet groter zijn. De Altiplano, dat was 100den of zelfs 1000den kilometers eenzame natuur. Desolate landschappen, stilte, weg van de (geciviliseerde) wereld zijn, geen gsm-bereik, ... . La Paz, de hoogst gelegen hoofdstad ter wereld (3600m), is daar compleet het tegenovergestelde van. Stel je volgend straatbeeld voor: smog, druk heen en weer gerei van auto´s, vrachtwagens, minibusjes, vuile straten, getuuter overal. De straat oversteken is op zich ook een hele uitdaging. Auto´s deinzen er niet voor terug om je omver te rijden terwijl je de straat oversteekt. Een spannende en gichelende onderneming dus.
Het architecturale van La Paz stelt ons ook teleur. Op zich zijn er hier wel wat koloniale wijken. Maar de huizen zijn allemaal heel slecht onderhouden/vervallen. Als je alles optelt, is er hier 1 klein, charmant en mooi onderhouden steegje in koloniale stijl. Ook de plaza met het presidentieel paleis mag er zijn. Voor de rest is La Paz vooral een functionele, administratieve stad. Eigenlijk is La Paz het mooist als het donker is. Als het donker wordt en de straatverlichting op de bergheuvels aanspringt, is het hier eigenlijk 1 groot kersttafereel. En dat is wel een mooi schouwspel.

Vandaag ook een ander leuk en zelfs uniek spectakeltje kunnen aanschouwen. Sarah werkt als psycholoog in de gevangenis van Oudenaarde. En ja, beroepsgewijs zijn we dan hier toch ook eens een kijkje gaan nemen aan de gevangenis die in het centrum van de stad ligt. Niet zo´n heel groot gebouw. En vooral een gebouw waarvan je denkt dat het niet zo moeilijk is om uit te ontsnappen. Hele lage muren, muren die in slechte staat zijn en die verder ook niet beveiligd zijn tegen ontsnappingen (geen prikkeldraad bijvoorbeeld). We hebben een tijdje staan kijken naar de ingang van het gebouw. Om te kijken hoe bezoekers de gevangenis binnen gingen Maar vooral omdat er wat gerumoer was aan de gevangenispoort. En dat rumoer was er niet zomaar. Want ineens kwam er een gevangenisbusje aangereden, geflankeerd door motors en pickups, allemaal geladen met tot de tanden bewapende militairen/politieagenten/special forces. De straat voor de gevangenis werd helemaal afgezet. En wij keken vanuit het parkje voor de gevangenis, ongeveer 20m voor de gevangenispoort, toe wat er stond te gebeuren. En jawel, daar kwamen een 10-tal gevangen, gekleed in een kogelvrije vest en vastgeboeid aan hun bewaker, de gevangenis uit. Om dan meteen het gevangenisbusje, dat op zich toch ook niet zo gepantserd leek, op te stappen met hun bewaker. Dat alles heeft alles bij elkaar max. 5 minuten geduurd. Waarna de hele kolonne - bus en alle flankerende voertuigen - wegreden van de gevangenis. Op zich allemaal heel spannend om te zien, zeker als je weet dat in die gevangenis mensen worden vastgehouden die veroordeeld zijn voor zware misdaden, drugbarons zijn... . Geen brave jongens dus. Maar ook dat stukje van de boliviaanse samenleving hebben we dus meegepikt.

Vandaag, 2 november, is het hier officiele feestdag. De Bolivianen trekken vandaag allemaal naar het kerkhof. De meeste winkels zijn toe. Vanochtend om 8.30u wel door de fanfare gewekt. Het is eens wat anders dan getoeter en gebrul van auto´s die in file staan voor het pompstation voor onze hostal. Maar kom, we hebben toch 12u kunnen slapen. Jawel, 12u. Dat was ook wel nodig na het nachtbusavontuur vanuit Uyuni. We hadden een ´comfortbus´geboekt. Maar weinig comfort aan. De weg op zich was alweer een ramp, waardoor je continu heen en weer werd geschud. Door al het gerammel leek de bus op elk moment ook uit elkaar te kunnen vallen. De versnellingsbak leek ook op sterven na dood. Tot overmaat van ramp was er ook continu een lampje dat rood flikkerde én tuutte op het dashboard van de bus (wij zaten vooraan de bus dus konden alles horen en zien). Maar na 12 lange, slapeloze uren toch heelhuids in La Paz geraakt. En die 12 slapeloze uren hebben we ondertussen ingehaald.

Morgenvroeg houden we La Paz voor bekeken. We nemen een binnenvlucht naar Rurrenabaque, een stadje aan de voet van de Boliviaanse Amazone. De weergoden moeten ons goed gezind zijn, want bij regen kan het kleine vliegtuigje er niet landen. De landingsbaan is er immers niet geasfalteerd, maar bevindt zich nog in charmante toestand (gewoon grond). Dus, fingers crossed dat de hemelsluizen dicht blijven. Vandaag heeft het hier in La Paz al wat geregend. Onze 1ste regendruppels hier in Bolivia. Maar wat er vandaag uitvalt, kan morgen niet meer uit de hemel vallen (wishful thinking). Dus hopelijk geraken we er. En dan spenderen we 4 dagen in het Boliviaanse regenwoud. Op zoek naar alligators, papegaaien, spinnen, slangen, dolfijnen en ander moois. Dat worden weer 4 dagen natuur en weg van de wereld zijn. Heerlijk!!

Hasta la proxima vez!

maandag 31 oktober 2011

Ode aan Patchamama

Wouw, dat is voorlopig het enige dat ik kan uitbrengen na 4 dagen op de Antiplano (hoogvlakte) in Bolivia. Patchamama (moeder aarde) is hier bijzonder gul geweest. Ik heb de voorbije 4 jaar in vele landen al mooie en adembenemende landschappen gezien. Maar wat we hier gezien hebben is echt het mooiste stukje natuur dat ik ooit al gezien heb.

Vrijdag zijn we vertrokken voor onze 4-daagse. Dag 1 stond in het teken van mooie bergen, lama´s in alle kleuren en groottes, en kleine spookstadjes. Een goeie opwarmer voor wat nog ging komen. Op dag 2 zagen we de ene na de andere prachtige lagune. Een appelblauwzeegroene lagune, een rode lagune, een gewone lagune, allemaal geflankeerd door imposante bergen of vulkanen. Stel je bij sommige lagunes nog prachtig roze flamingo´s voor, en je zal wel begrijpen dat het hier onbeschrijflijk mooi is. En naast die lagunes waren er dan ook nog spectaculaire geisers en andere vulkanologische speeltjes. Echt, ik kom er woorden te kort voor. Zo´n mooi staaltje natuur had ik nog nooit gezien. Dag 3 was nog meer van dat, lagunes, bergen, vulkanen, stoffige woestijn, flamingo´s... . Dag 4 moest dan het hoogtepunt worden van onze tour over de Altiplano, de zoutvlakte van Uyuni (salar de Uyuni). Een zoutvlakte zo groot als belgie, met hiet en daar eilanden met gigantische cactussen. Omdat dat een grote witte vlakte is, die overgaat in een helderblauwe hemel, heb je hier geen dieptezicht. En dat geeft de kans om grappige foto´s te trekken die je bij een normaal dieptezicht niet zou kunnen trekken. En die grappige foto´s hebben we gemaakt. Over de jeep springen, op een boek leunen, uit een doos Pringles komen gekropen, uit een eierschelp komen piepen..., we hebben het allemaal gedaan.

Die 4 dagen hebben we kunnen doorbrengen in het gezelschap van het warme zonnetje. Enkel ´s avonds koelt het zwaar af. Maar maar 1 nacht is het echt bitterkoud geweest. Het thermische ondergoed is tot nu toe dus nog niet al te veel moeten komen piepen.
De hoogte (op sommige plaatsen meer dan 5000m) heeft zich af en toe wel nog laten voelen. De 1ste nacht was weer een slapeloze. En kortademigheid was een constante. Maar daar bleef het gelukkig bij. Verder hebben we het slaaptekort vanuit belgie al ruimschoots goedgemaakt. We gaan hier (uit noodzaak) vaak slapen om 21u, om dan op te staan om 7u of 8u ´s morgens.

Tijdens onze 4-daagse was het ook Sarahs verjaardag. De jeep hebben we, met de guitige hulp van de driver en de gids, ingekleed met slingers en partyvlagjes. Een koddig zicht. ´s avonds dan kaarsjes en brownies. Geef toe, je verjaardag op meer dan 4000m kunnen vieren, het is een vrij unieke ervaring.

Ook een leuke bende waar we deze vier dagen mee gespendeerd hebben. Een paar Britten die op wereldreis zijn, een Zwitserse, Indiers, Fransen... . Verder ook wat rare mensen mee op de tour. Maar ook hun gedrag gaf genoeg aanleiding om ons kostelijk te amuseren. Het gaat over volgende typetjes:
- Het Land van de Glimlach: een superasociaal Frans meisje dat precies verlekkerd was op het drinken van azijn en continu haar froufrou aan het kammen was. Interesse in de tour: 0.
- de Puppy, het liefje van het Land van de Glimlach, dat als een zielig hondje achter haar aan drentelde.
- the German (uit te spreken op z´n Allo Allo´s): een Duitse kerel van midden 30 die Engels sprak zoals de champetter uit de serie Allo Allo. Dat op zich was grappig. Maar ook zijn uitspraken waren hilarisch:`If the sun shines it is warm. If the sun does not shine, it is not warm`. Zoooooooo grappig dat Sarah en ik er de slappe lach van kregen en buiten moesten gaan zitten om de lachtranen te laten opdrogen.
- de kampopzichters: 2 Polen van midden 50 die kleren droegen die leken op gevangenisplunje of plunje uit de concentratiekampen (ok, beetje grof, maar het leek echt zo). Hele rare mensen die zo door je heen keken, en zich ook heel vreemd gedroegen. Als je vroeg of er in Polen veel te bezichtigen was, dan begonnen ze over de tempels in china. Vreemd.

De tours op de altiplano hebben een slechte reputatie. Hier gebeuren vaak ongelukken, soms met dodelijke afloop. Vaak te wijten aan roekeloos rijgedrag van de drivers. Wij hadden ons op voorhand, via internet, echter goed geinformeerd over welke goede agencies zijn, goeie gidsen... . We hadden vanuit belgie expliciet gevraagd naar gids Raoul en driver Edwin (die hadden op internet een uitstekende review). En daar waren we uitermate blij om.
- Raoul: een uitstekende gids die zijn land en zijn vak goed kent. Ook een uitstekende kok (ontzettend veel en heerlijk gegeten de afgelopen 4 dagen). Gisterenavond vroeg hij ons om zijn leeftijd te schatten. We dachten dat hij midden 40 was, maar om hem een plezier te doen zeiden we dat hij 39 zou zijn. Bleek hij 29 jaar te zijn... . Genant. Bolivianen lijken dus echt wel ouder dan ze werkelijk zijn. Hij was ook wat aan de aanhankelijke kant. Hij had nog geen vrouw, en dat mochten wij wel aan den lijve ondervinden. Regelmatig kwam hij wel eens aan onze arm of schouder hangen. Maar helaas voor hem heeft hij bot gevangen.
- Edwin: onze driver. Echt een goede chauffeur die veilig reed, de toestand van de jeep regelmatig checkte, elke avond de jeep poetste (vanbinnen en vanbuiten). En we moeten daar niet onozel over doen, den Edwin had een schoon kontje. Hier nog niet veel schoons gezien in Bolivia, maar den Edwin mocht er zijn :-) Wij, 3 chicas, hebben er dan ook kostelijk ons plezier om gehad.

Momenteel zitten we in Uyuni, te wachten op de bus naar La Paz. Daar brengen we 2 dagen door. En dan trekken we door naar het Amozonegedeelte in Bolivia. De tijd vliegt hier vooruit, we amuseren ons kostelijk. We zitten halverwege de reis, maar vervelen ons geen minuut. Wel benieuwd over wat nog gaat komen.

Hasta luego!

vrijdag 28 oktober 2011

In the Far West - Tupiza

Hoera, gisterenavond om 19u de bus uit Potosí richting Tupiza genomen. "gezellige" boel wel. Naast mij zat een oud Boliviaans mannetje. Hij had een klein draagbaar radio´tje, voor ons een anno 1980-model, meegebracht. En maakte muziek voor gans de bus. Gezellig... . Gelukkig liggen de dorpen hier ver uit elkaar. Wat wil zeggen dat de radiofrequenties ook snel genoeg verdwijnen. En toen kwam de stilte..., oef.
Verder leven genoeg op de bus. De ene brengt 12 kartonnen eieren mee, de ander een berg emmers.

Om 2.30u ´s nachts waren we dan in Tupiza. Slaperig naar onze hostel gestapt en hier meteen in ons bed gedoken.

Vanochtend de dag begonnen met irritante bureaucratie. We moesten aan ons agentschap in La Paz een waarborg betalen voor onze amazonetoer van volgende week. Maar hier in het stadje is geen ATM (banccontact) en ook niet het type bank (blijkbaar een kredietbank) waar we die waarborg konden gaan betalen. We stelden ons agentschap in Tupiza voor om via kredietkaart die waarborg aan hen te betalen, zodat zij het op hun beurt zouden overschrijven aan het agentschap in Tupiza. Maar in het agentschap van onze hostel werden onze kredietkaarten niet aanvaard. "omdat het bedrag te groot is en de bank (respectievelijk KBC en Argenta) niet gekend (lees: louche en niet te vertrouwen) is". Voor hier was het te betalen bedrag (bijna 600 euro) inderdaad groot, maar naar onze europese standaarden is dat geen reden om onze kaarten te weigeren. Dan naar een bank gegaan om met diezelfde kredietkaarten dat bedrag af te halen. En tiens tiens, onze louche kredietkaart werd toch wel aanvaard zeker. Wij met dat bedrag terug naar ons agentschap, in de hoop dat zij die waarborg nu correct hebben overgeschreven op de rekening van het organiserende agentschap in La Paz.

Vandaag hebben we hier in Tupiza, een soort woestijnstadje, een triatlontour gedaaan. Gewandeld, met de jeep gereden (uiteraard ons laten rijden) en paard gereden in de indrukwekkende woestijnomgeving. Echt, zo´n uniek geërodeerd berglandschap heb ik nog nooit gezien. Een berglandschap dat alle kleuren (rood, geel, blauw...) en vormen (palen, speren, golven...) heeft. Je waant je in de Far West. Ook omdat de temperatuur hier zalig is; een goeie 27 of 30 graden. Zalig.

Morgenvroeg laten we Tupiza achter ons, en starten we aan onze 4-daagse toer over de lagunes en de zoutvlaktes van Bolivia. Het zou naar verluid het hoogtepunt van onze reis moeten worden. Ik houd jullie op de hoogte!

woensdag 26 oktober 2011

En we zijn weer on the road - oef!!

Hoera, het duimenwerk en de gebrande kaarsen hebben hun vruchten afgeworpen!! De president en de mijnwerkers zijn tot een vergelijk gekomen, de wegblokkades zijn opgeheven.
We zijn ontzettend opgelucht. Want gisteren zag het er echt niet goed uit. We kregen overal slecht nieuws te horen. Sommige agentschappen dachten dat we hier ten vroegste zondag zouden kunnen vertrekken. Andere agentschappen verwezen naar een vergelijkbare staking een jaar geleden; die duurde 15 dagen.
We voelden ons hier nogal tamelijk gegijzeld, omdat hier in het stadje niets (meer) te doen was voor ons, we het stadje zelfs niet uitkonden. Uit irritatie hebben we zelfs naar de Belgische ambassade gemaild, met de vraag wat zij ons adviseerden om te doen. Want er werden ons vanuit de agentschappen in Potosí wel wat "vluchtalternatieven" voorgesteld, maar we konden niet inschatten hoe veilig die wel waren. Maar tot dusver van de ambassade nog geen antwoord. Maar het is ook niet meer nodig.

Vanavond pakken we onze biezen. Met de 1ste bus - een nachtbus - vertrekken we naar Tupiza. we komen daar in het midden van de nacht toe. Maar we pakken het veilig aan; iemand van de hostel komt ons oppikken. Dan moeten we in´t midden van de nacht dus geen taxis met gure, louche bestuurders aanspreken.

In afwachting van de nachtbus trekken we zo meteen naar "el ojo del Inca", een warmwaterbron hier in de bergen, op een dik uur rijden van Potosí. Het water uit de krater zou helende krachten hebben. Ik ben benieuwd.

Zo, we zijn weer op reisschema en enthousiast dat we verder kunnen trekken door dit toch wel indrukwekkende land. Tot hoors!

dinsdag 25 oktober 2011

En als de mijnwerkers staken, dan zitten de toeristen vast.

En we zitten vast! Vast vast vast. Sinds gisteren staken de mijnwerkers in Potosi. De overheid heeft de taxen die mijnwerkers aan de overheid moet betalen bijna verdubbeld. En dat zorgt hier voor heel wat ongenoegen, terecht natuurlijk. Maar die staking is voor ons niet zo voordelig. In Potosi zelf hebben we ondertussen alles gezien wat er hier te zien valt. Buiten de stad, op 20km zijn er warmwaterbronnen in het gebergte. Maar die kunnen we door de wegblokkades van de mijnwerkers niet bezoeken. Bussen rijden niet uit. Taxis die het toch proberen worden naar verluid bekogeld met stenen. We zitten hier dus nog zeker een dag vast vast vast. Dat wordt terrasjes doen, boekje lezen in de aangenaam warme zon, de tijd proberen te doden met turen naar mensen... .

Morgen zouden we normaalgezien naar Tupiza doorreizen. Als de mijnwerkers zich houden aan de termijn van een 48-urenstaking, zou dat normaalgezien moeten lukken. Maar de vrouw van onze hostel zei daarjuist ook doodleuk: "maar soms kan een staking hier een maand duren". Slik. Laten we ervan uitgaan dat de overheid hier snel toegevingen doet, en morgen alles achter de rug is. En anders, tja, dan zullen we het reisschema over een andere boeg moeten gooien. Maar bon, die staking hebben we dan ook maar eens meegemaakt.

De hoogte speelt ons nog altijd parten, vooral door hoofdpijn. Maar ondertussen heb ik ontdekt dat cocathee goed helpt. Het is zelfs tamelijk lekker om te drinken, wat vergelijkbaar met lindethee. Dankzij die cocathee verdwijnt de hoofdpijn vrij snel.

Gisterenavond hebben we ons culinair gezien eens "laten gaan". Voorgerecht, hoofdgerecht en dessert voor 3 personen. Ontzettend lekker gegeten voor alles samen, houd u vast, 25 euro. Tsjing tsjing. Onze normen qua foodkost zijn hier echt wel veranderd. Als we hier 3 euro zien staan voor een spaghetti denk we al snel: afzetters! Dat wordt in Belgenlandje dus weer ferm aanpassen aan de prijzen van eten en drinken.

Zo, dat was het voor vandaag. Hopelijk gaat de dag vandaag snel, en zijn de problemen met de mijnwerkers hier vandaag nog van de baan. Meeduimen en een kaarsje branden is zeker niet verboden!!

In hogere, adembenemende sferen!!

Hier zijn we weer! nog steeds levend en wel. En met alweer heel wat drukke dagen achter de rug.

Zondag hebben we een klein "Neckermanneke" gedaan. In de hostel een tour geboekt naar de zondagsmarkt van Tarabuco, een bergstadje op anderhalf uur rijden van Sucre. Een Neckermanneke, omdat we onszelf gedropt hadden tussen 30 andere toeristen op de bus. Maar hey, wel eens leuk om te lachen met het grotere massatoerisme.
In de Lonely Planet stond de markt van Tarabuco aangeschreven als een toerist trap. Maar eigenlijk was het dat niet. Een hele charmante markt, die heel authentiek aanvoelde. De meeste marktkramers waren traditioneel gekleed, spraken Quechua, verkochten meer dan alleen maar spullen voor toeristen, kookten traditionele lekkernijen... . En tot de bezoekers kon je niet alleen toeristen rekenen. 90% van de bezoekers waren zeker bolivianen. Een leuke ervaring dus.

voor zondagavond hadden we bustickets gekocht, om om 17u naar Potosi te vertrekken. Een half uur op voorhand komen we toe in het busstation. Blijken onze zetels niet gereserveerd te zijn, of weggegeven te zijn... . De reden was vrij duister. Zijn we/ik even uit onze spaanse krammen geschoten. Heeft de busmaatschappij ons toch een andere rit geregeld, een van een uur later. Met in plaats van een upgrade, een downgrade :) . Een gammel busje, dat nogal weinig motorkracht had om de bergen op te puffen. Voordeel daaraan: de bus kon deze keer geen wilde toeren uithalen op de gammele bergwegen. Deze keer werd ons busje vlot ingehaald door het modernere werk op 4 of meer wielen. Nadeel: we waren pas om 21.45u in Potosi. Op dat uur moesten we nog logies zoeken. Die waren snel gevonden. Maar we hadden ook vreselijk veel honger - als sinds 's middags niet gegeten. En de eigenaar van de lodge zei zelf: het is heel gevaarlijk op straat nu. Maar we hebben onze moed toch bij elkaar geraapt. We zijn de verlaten straten van Potosi opgesneld. Gelukkig hebben we nog snel een van de weinige restos gevonden die op dit late uur en op een zondag nog open was. Om dan na die snelle hap terug te spurten naar onze lodge, weg van de ongure types op straat. Dat spurten was tamelijk uitputtend, want Potosi ligt op 4200m. En dat hebben we aan den lijve ondervonden. Van dat snel stappen waren we compleet buiten adem. Ook alle andere inspanningen kosten ons hier veel energie. Je draait je om in je bed, en je bent buiten adem. Je poetst je tanden, en je bent buiten adem. Deze middag hebben we de toren van de kathedraal beklommen. Niets eens zo hoog, pakweg 40 trappen. Maar onze tong lag bijna op onze tenen. Ikzelf heb - buiten slapeloosheid  en kortademigheid - geen last van de hoogte. Geen hoofdpijn of misselijkheid. Het kan hopelijk alleen maar beter worden.

Deze namiddag hebben we de Cerro Rico, de berg met de zilvermijn van Potosi bezocht. We hebben toch even getwijfeld of we dit zouden doen. Want bezoek is op eigen risico. Gassen (zoals asbest) kunnen vrijkomen, de gangen zijn claustrofobisch, en in een primitieve mijn als deze kan natuurlijk altijd iets mislopen... . Maar we zijn er toch voor gegaan, en samen met een gids tot 100m onder de grond afgedaald. In smalle, lage gangen die inderdaad claustrofobisch overkomen. Ook wel beklijvend om de mijnwerkers bezig te zien. Onder zo'n slechte werkomstandigheden liggen die mannen voor weinig geld hard en onveilig werk te verrichten. Als bezoeker draag je een klein steentje bij. Je koopt een flese limonade (stoer!) en een zak cocabladeren om aan de mijnwerkers onderweg te geven. Die cocabladeren kauwen ze samen met iets anders achteraan hun kaak. Door de combinatie van die twee stoffen voelen ze dan geen dorst, geen honger, worden ze niet moe, kunnen ze niet in slaap vallen.... . Van al die cocabladeren hebben ze wel gigantisch lelijke tanden. Wij hebben het goedje maar laten passeren.

Wat valt verder op aan de bolivianen:
  • het zijn echte zoetebekken. Op elk hoekje van de straat vind je wel een ijsventer die ijsjes verkoopt, en waar de bolivianes duchtig op afkomen. Jong en oud, man of vrouw, allemaal lopen ze met een ijsje in hun handen. Dat artisanale ijs wordt trouwens eenvoudig maar efficient koel gehouden: in een isomobox. Life can be easy.
  • Bolivianen die werken voor busmaatschappijen zijn echt hatelijke mensen. Onvriendelijk, tam, helemaal niet behulpzaam. Je zou ze zo vanachter hun bureau willen trekken en wakker schudden. Ggggrrrr.
  • Bolivianen die je op straat aanspreekt - om de weg of iets anders te vragen - zijn dan weer wel heel vriendelijk, lief en hartelijk. Ook heel nieuwsgierig naar ons, belgie...
En tot slot, de wereld is toch echt wel klein. Zijn we de trappen van de kathedraal aan het beklimmen, horen we belgische stemmen. Er komen twee belgische jongens de trap opgekropen. Ik zeg tegen de 1ste kerel: "ha, belgen zie". Zegt die kerel terug: "en jij bent Sofie he?" Ik stond even aan de grond genageld. Inderdaad, we kenden elkaar vanuit een toch al iets of wat ver verleden. 7 jaar geleden ben ik met een groepje van een 10-tal man naar Rock Werchter geweest. En die kerel, Kristof, maakte toen ook deel uit van dat groepje. We hadden elkaar sindsdien niet meer gezien. Maar het is toch echt onwaarschijnlijk dat je elkaar op zoveel 1000den kilometers van huis terug tegenkomt.

Tot schrijfs!!

zaterdag 22 oktober 2011

En eindelijk in Bolivia!!

En hier zijn we dan, in bolivia. geen eenvoudige bestemming om te geraken. 9u naar chicago vliegen, meer dan 2u daar wachten op een vlucht naar miami. 3u naar miami vliegen, en daar meer dan 3u wachten op de vlucht naar santa cruz. een vlucht die opnieuw meer dan 9u in beslag neemt. En dat in het gezelschap van american airlines; geen aanrader. Slechte service (geen ontbijt gekregen na meer dan 12u niet gegeten te hebben, drank moet je zelf gaan halen en nemen...) en oude toestellen. Tijdens de vlucht van miami naar santa cruz was de ruit van de cockpit gebarsten. Geen klein barstje, de ruit was helemaal gebarsten. Dus konden we wegens luchtdrukverlies terugvliegen naar miami. Ggggrrrrrrrr. Daar toch opnieuw meer dan anderhalf uur gewacht. Gelukkig was er vrij snel een ander toestel. Om dan eindelijk met ferm wat vertraging in bolivia te landen. Hoera!!

We hebben meteen koers gezet naar Samaipata. Volgens de reisgidsen zou dit een stadje moeten zijn, het Ibiza van Bolivia. Heel charmant gelegen in de bergen, zonnig weertje, kleurrijke huizen... . Maar een stadje, laat staan een uitgaansstad, kan je het toch echt niet noemen. Vergelijk het maar met een gehucht.

Op anderhalf uur rijden van Samaipata ligt NP Amboró. Wij zijn er (behoorlijk stevig) gaan wandelen rond de volcanos, bergen die lijken op uit de grond opgerezen vulkanen. Erg knappe omgeving, met watervallen, mooie vogels, watervallen, prachtige vlinders, indrukwekkende boomsoorten... .
Nu de spieren toch opgewarmd waren, zijn we de dag erna opnieuw gaan wandelen. Deze keer naar El Fuerte, een pre-incanederzetting. De omvang en pracht ervan is niet om van omver te vallen. Maar het is wel eens leuk om te doen. Ook de wandeling terug huiswaarts was meer dan de moeite. Het zonnetje scheen weelderig, mooie bergen om naar te turen, af en toe een adelaar die te spotten is, camioneurs die bij het voorbijrijden van die 3 moeidig wandelende meisjes enthousiast zwaaien... .

Samaipata hebben we gisterenavond dan ingeruild voor het iets grotere werk: het koloniale stadje Sucre. Gisterenavond zijn we voor een 12 uur durende rit op de nachtbus gekropen, temidden van wat Sarah en Eñy "geile Bolivianen" noemen. Best wel een spannende rit. De chauffeur reed gigantisch snel op deze bergwegen. Stel je ook geen deftig geasfalteerde bergwegen voor, maar veldwegen die in erg slechte staat zijn. En maar gas geven, andere vrachtwagens of bussen voorbijsteken... . Op sommige stukken of bochten is de weg ook te smal om met én een bus én een vruchtwagen de bocht te nemen. Maar geen uitdaging is voor die bolivianos te klein. De bus staat met zijn wiel op een paar centimeters van de afgrond, en toch blijven ze manoeuvreren tot bus én vrachtwagen elkaar in de bocht kunnen kruisen. De adems werden even ingehouden... .

Maar, veilig en wel toegekomen in Sucre. Ook hier schijnt het zonnetje weelderig. We hebben vandaag het witte stadje en de 101 kerken, kloosters... kunnnen bewonderen. Alles op´t gemakje. We kuieren, geven onze ogen de kost, proberen de plaatstelijke culinaire potjes uit, drinken smoothies, kijken naar de locals... .

Bolivia valt tot dusver goed mee. Lekker eten, heerlijk fruit. Mensen zijn aanvankelijk wat nors, maar als je vriendelijk volhoudt worden ze ook losser en vrolijker. Maar bovenal valt de variatie in bolivianos op. Sommigen zijn nog erg traditioneel, met hun kleurrijk geweven kleren, lange vlechten en hoedjes. Maar de meeste bolivianos hebben de traditionele klederdracht ingeruild voor een westerse outfit.
Met mijn spaans loopt het ook wel los. Ik kan mij overal vrij vlot uitdrukken, begrijp het meeste ook wel. En vooral, het is zo leuk om met hen een potje te kunnen babbelen.

Tot hoors!!

woensdag 15 juni 2011

Bangkok express

En we zitten sinds gisteren weer in Bangkok. Omdat we onszelf weer wat wilden voorbereiden op het lekkere stressvolle leven in Belgie, hadden we gekozen voor een lekker strak en stresserend reisschema richting Bangkok:
  • 11u: overzetbootje vanop Don Khong, de Mekong over, naar het vasteland van Laos. 20minuten varen. Reisschema: tot dusver gerespecteerd.
  • 12u: mini-busje naar Pakse, normaalgezien 2,3u rijden. Reisschema: al totaal in de war. Het busje kwam maar niet. Wachten wachten wachten, hopen en smeken dat het busje toch zou komen. Want daar stonden we, als 2 enigen tussen niet-engels sprekende Laotianen. Om 12.30u (lao-time voor 12u) kwam het busje er dan toch eindelijk door. Racen racen racen richting Pakse. Ons ergerend omdat onderweg Jan en alleman nog overal op't gemakske kan instappen, uitstappen, treuzelen. Wij moesten weliswaar onze bus naar Thailand halen om 15.30u. Gaaaas geven dus. Maar ondanks Lao-time: reisschema terug intact.
  • 15u, oef, toch op tijd toegekomen in Pakse voor de bus naar Ubon Ratchatani. Het stresshormoon in ons bloed kon weer eventjes relaxen. Wij ook. Paar uurtjes op de bus, boekje lezen, stempeltjes aan de grens met Thailand verzamelen.
  • Iets voor 19u toegekomen aan de ene kant van Ubon Rachatani. Om dan tegen 19.30u de nachttrein aan de andere kant van de stad te halen. Gelukkig stond er een pick-up klaar om ons daar naartoe te voeren. Rugzak in de laadbak gesmeten, mezelf erbij gesmeten. En in volle vaart door de stad; stresshormoon piekte weer even.
  • Oef, de trein gehaald. Maar ook daar wouden ze ons weer even ambeteren. Wij op't gemakje zo rond 19.15u naar de trein aan het wandelen. Hij vertrok toch maar om 19.30u. Begint de trein ineens lichtjes te rijden. Aaaaaaaaarrrggghhhh, alweer stress. Ik zag het al zo voor mij dat ik in Bollywood-stijl op een rijdende trein zou moeten springen. Maar oef, hij stond weer eventjes stil. Om onszelf dan geladen met de rugzak rustig tussen de te smalle treindeurtjes te kunnen heisen.
En dan de nachttrein. Ik vond het heerlijk. En oude rammelende bak, nostalgie tot en met. De ramen open, de buitendeuren van de trein die niet dicht zijn, ijzeren inrichting, basic en wat primitief, keiveel lawaai, een te klein bed. Doe daar nog een paar Thaise biertjes bij, een leuke babbel met 2 andere backpackers, en het was een leuke rit. Voor herhaling vatbaar.

En dus nu terug in Bangkok. Gisterennamiddag zijn we gaan koken. Een workshop gevolgd waar je 4 thaise gerechtjes leerde maken en kon proeven. Allemaal lekker. Maar we moesten zoveel Thaise gerechten op zo'n korte tijd naar binnen werken, dat ik het nu ECHT heb gehad met het Thaise voedsel. Ik heb het tot gisteren altijd lekker gevonden, en nooit echt goesting gehad in Belgische stuff. Maar na de workshop absoluut wel. Trop is trop, teveel is teveel. Ik kijk nu dus reikhalzend uit naar lekkere zomerse, Belgische maaltijden. mmmmmmmmmmm.

Deze voormiddag dan nog een uitstapje gedaan naar de Khlongs, Thaise kanaaltjes waarop handel gevoerd wordt. Vrij toeristisch. Maar niettemin weer mooie foto's met vele kleurige taferelen kunnen maken.

En nu wachten we. Op onze vlucht naar Belgie. Iets na 20u hebben we een vlucht naar Abu Dhabi. Om 2u 's nachts stijgen we daar op richting Brussel. En dan home sweet home. Het was een erg mooie reis. Maar ook blij om terug huiswaarts te keren, want:
  • geen verse kleren meer, haha
  • ik wil eindelijk eens een properen bril kunnen opzetten
  • ik wil eindelijk, na het douchen, eens op een droge badkamervloer kunnen staan
  • ik heb zin in Belgisch eten
  • ik kijk uit naar een leuke Belgische zomer met festivalletjes hier, uitstapjes daar, feestjes ginder, terrasjes daar.
HOERA!!!!

zaterdag 11 juni 2011

Beerlao en vuurwerk in Laos

En hier zijn we weer, deze keer vanuit Laos. Een nieuw land is een nieuwe reeks stempels in het paspoort. Altijd leuk.

We zitten nu op Si Pan Dhon, ook wel gekend als de 4000 Eilanden in de Mekon, het zuiden van Laos. We hebben daarvoor doorstaan:
  • 8u busreizen
  • 8u geflikflooi tussen een oude Australische sekstoerist en zijn zeg maar gore Cambodiaanse seksvriendin, aan de linkerzijde van ons. Zijn vriendin, lieflijk gekleed in sexy pyjama, heeft ons wel in contact gebracht met een van de lokale gewoontes die we nog niet gezien hadden: het souperen van een gefrituurde vogelspin. Mjam, zag er lekker krokant uit.
Eigenlijk waren we van plan om meteen naar Don Khong, het grootste eiland van Si Pan Dhon te gaan. Maar omdat we de enigen waren die daar in het gigantisch onweer zouden afstappen, hebben we dat wijselijk maar niet gedaan. Net als 20 anderen zijn we dan afgestapt  aan de toegangsweg naar Don Det, het meest toeristische eiland van de hele reeks. En het enige middel om aan de boot te geraken was: louche Jamie, Jamie voor de vrienden. Jamie bood - sympathiek en goed van inborst als hij was - voor 3 dollar een busrit naar de boot en de bootovertocht aan. Op voorhand wisten we dat hij niet te vertrouwen was, maar veel keuze hadden we niet. Hij heeft ons en de 20 anderen extra proberen af te rippen. maar zonder veel succes. Ik ben stevig uit mijn krammen geschoten toen hij extra geld voor de boot wou vragen. Vanessa ook. Als het moet, dan staan we - voor de hele groep - stevig ons mannetje. En dan voelde ons vriendje Jamie zich in het nauw gedreven: "sorry, I'm busy..., euh, how are you?'. Bon, veilig en wel in het onweer en drijfnat op Don Det geraakt. Rugzak behoorlijk nat. Eruitziend als een Gentse waterzooi, althans boven de nek. Daaronder heeft de poncho van 2,5 euro alweer zijn dienst bewezen. Absoluut het koopje van het jaar.

Vandaag dan een fietstoertje gedaan op Don Det en Don Khone, het zuidelijke eilandje. Rijstvelden, waterbuffels, de Mekong, een strandje hier, een waterversnelling daar. Allemaal heel sympathiek. Maar Don Det vonden wij te druk en te toeristisch; de ene lodge na de andere, vele jonge backpackers die op zoek zijn naar feest, drank... .
Wij hebben het ingeruild voor Don Khong, het grootste eiland. En tot nu toe is het hier erg sympathiek. Net een Beerlao gedronken; lekker fris, voldoende in volume (meer dan 600ml bier in 1 fles). En dat op een terrasje waarop je kan turen naar de Mekong, de zonsondergang en het komende onweer. Het schijnt hier ook feest in het dorp. Er zijn net een 3-tal vuurwerkstokken de lucht in gegaan. Er staat een podium, het volk (lees: 30 man ofzo) komt "van heinde en ver". Voor kinderen is het hier hoogdag; ze lopen hier allemaal met een speciaal ballonnetje - bijvoorbeeld van Hello Kitty - rond.

Vandaag ook een zware discussie gehad met de dame van de lodge uit Don Det. Om 10.30u wilden we uitchecken, de eigenares was er niet. Wel haar 2 jonge kinderen (jonger dan 12jaar). Maar zij begrepen of wisten niet hoe we moesten betalen, en waar onze zakken te laten. We zijn dan maar gaan fietsen en om 13u komen betalen. Natuurlijk kregen haar 2 kinderen in ons bijzijn stevig onder hun voeten, dat we buiten de check-out uren kwamen betalen. Terwijl het helemaal niet hun fout was. De eigenares - als volwassene - had tussen de check-out uren aanwezig moeten zijn om alles met ons te regelen. Niet de onwetende kinderen. Ik heb haar proberen uit te leggen dat ze kwaad moest zijn op zichzelf, niet op haar kinderen. Maar tevergeefs. En daar sta je dan. Je weet dat je die kinderen in een moeilijke positie brengt, dat zij het de rest van de dag zullen moeten ontgelden. Je kan dan nog zo vaak zeggen dat zij er had moeten zijn tijdens de check-out uren, dat is tevergeefs. Daar heeft zij geen oren naar. En dat wringt wel. Alleszins, ik hoop dat ze als eigenares leert uit hetgeen zich heeft voorgedaan, en ze er voortaan wel is tussen de check-out uren. Maar ook daar vrees ik voor. De kinderen zitten hier niet op school, ze worden hier ingezet als werkkrachten. Jammer.

Nog wat weetjes over het lokale leven:
  • Ik loop in de winter 's zondags ook wel eens graag in mijn pyjama rond. Zeker als ik weet dat ik die dag niemand moet zien, is dat lekker lui. Maar hier komen ze zelfs met pyjama-achtige kleren buiten, overdag. Mooi om zien hoor, hier zo op straat. We hebben ook al overwogen om onze pyjama's aan te houden voor een dag - ik zou hier wel mooi integreren tussen de anderen, met mijn witte pyjama met kersen. Maar we hebben na diep beraad besloten om onszelf te blijven. Geen pyjama's dus. 
  • Het engels beheersen de locals echt niet. Als je vraagt: 'is het de linkse bus?', dan antwoorden ze diep knikkend: 'yes'. Vraag je een seconde later, voor alle zekerheid: 'is het de rechtse bus?', dan antwoorden ze even diep knikken van yes. Ze hebben hier dus geen idee wat je vraagt. Ze zijn hier veel te braaf, veel te weinig assertief, veel te onderdanig naar westerlingen toe. Ik word er soms onbehoorlijk ongemakkelijk van dat locals alles willen doen (je zelfs naar de mond willen praten) om je toch maar te behagen, niet teleur te stellen, ... .
Zo, dat is het weer. Morgen verkennen we met de fiets Don Khong. Maandag zijn we weer on the road. Dan trekken we via boot, mini-busje, bus en nachttrein naar Bangkok. Om dan woensdagavond op het vliegtuit te springen.

Tot ziens!

donderdag 9 juni 2011

The Mighty Mekong

En hier zitten we nu, aan de Mekong in Kampong Cham. Je moet toegeven, het uitspreken van het woord Mekong heeft toch echt iets speciaals, niet? Het deed me altijd denken aan een brede, bruine rivier. En dat is het ook. Ik associeerde de rivier ook altijd met eenvoudige bootjes, en heel wat leven op en rond de rivier. En dat is het evenzeer.
Vandaag hebben we dat hier eens avontuurlijk, maar eenvoudig aangepakt. Eerst wouden we de Mekong en het leven daarrond verkennen. Daarna wouden we het binnenland rond de Mekong eens van dichterbij bekijken. Daarvoor kan je perfect zelf een scootertje huren. Maar wij zagen dat niet zitten; je weet maar nooit dat je valt met zo'n ding, en wat dan... . Wij vroegen hier aan de locals of iemand bereid was voor ons te varen en te rijden. En bereidwillige locals hebben we hier gevonden. De locale 'Don Corleone' - een Cambodiaan met een vettige, vuile lach en een gebit half gevuld met valse en gouden tanden - heeft dat voor ons gefixt, samen met zijn maatje Kim.
Met Kim zijn we in de voormiddag 5 uur gaan varen op de Mekong en een zijrivier ervan. In een wel heel eenvoudig bootje; je weet wel, zo'n eenvoudig bootje dat je associeert met Vietnam. Een eenvoudige houten boot, in het midden overspannen door een halfrond dak. In zoiets hebben wij vijf uur gevaren. Alweer heel wat kinderhandjes gingen de lucht in. Koeien kregen hun badje in de rivier, de visnetten werden weer vrolijk uitgeworpen. We stopten in een dorpje waar ze zijden stoffen maken. De tijd leek er stil te staan - het leek in mini-versie wel het weefgespan uit de tijd van Daans. Vanessa en ik zijn ook het type toerist dat de plekken opzoekt waar weinig tot geen toeristen komen. En dat hebben we hier aan den lijve ondervonden; we werden vrij letterlijk aangegaapt omdat we hier als blanken een kijkje kwamen kijken. Sommige kinderen hun ogen vielen bijna uit hun oogkassen, of moeten echt lachen om hoe wij eruit zien... .
Daarna nog aangemeerd bij een tempel, alweer. Een 180 jaar oude tempel die de Rode Khmer gelukkig heeft doorstaan. De rode khmer heeft destijds heel wat tempels vernietigd, omdat religie nutteloos en dus uit den boze was. Deze houten tempel staat er gelukkig nog. De Rode Khmer vond de tempel zelf ook mooi, en heeft en heeft de religieuze functie ervan destijds dan maar omgezet in die van een ziekenhuis. De tempel is vandaag erg vervallen; een wandelingetje binnen in de tempel versiert je voetzool ook met aardig wat duivenstront. Tja, je kan er maar beter om lachen.

In de namiddag zijn we dan bij onze Kim en Don Corleone achterop de scooter gekropen. En alweer, lachende kinderen die luidkeels hallo roepen. Koeien op de weg, leuke landelijke taferelen. En als letterlijk hoogtepunt, een mooi panoramisch zicht op de Mekong. Dit was een mooie dag.

2 dagen geleden zijn we vertrokken in Kep. We hadden dringend nood aan proper ondergoed - tja, dat moet ook gebeuren - en wat andere spullen die wel eens getrakteerd mochten worden op een sopbeurt. Onze was in de lodge afgegeven. de volgende ochtend kregen we deze terug in volgende toestand: nat, zijknat, stinkend, vuil. Handig, zo'n wasje. Er zat niks anders op om die natte kleren in onze zak terug te steken. Met als resultaat, een vreselijk stinkende zak kleren in de rugzak. Rottingsproces versus Vanessa en Sofie; 1-0.
Hier in Kampong Cham hebben we dan maar een handwasje gedaan, wasdraad en spelden bovengehaald, de airco vollenbak gezet, en elke vierkante meter van onze kamer creatief benut om onze kleren te laten drogen. We hebben 's nachts heel wat kou geleden door de airco. Maar de kleren waren droog, en konden tamelijk fris opnieuw in de rugzak. Vanessa en Sofie versus het rottingsproces in de rugzak ; 1-1. Olraajdie.

Nog wat weetjes over Cambodia
  • De De Smettekes - vooral mijn papa - zijn aardig creatief in het optimaal benutten van het bagagerek van de fiets. Maar hier zijn ze toch wereldkampioen. Al zien passeren achterop een fiets of scooter; een geslacht varken, vrolijk liggend op zijn rug; een volledig fietskader, met wielen en al; een 2-persoonsmatras, een half ton gedroogd gras, een half gezin ... . Waanzinnig, maar het zijn mooie taferelen.
  • Lekkernijnen bij de vleet hier. Het lokale hapje is een soort gefrituurde kever. Naar het schijnt erg lekker. Maar wij krijgen het rationeel niet over ons hart om dat binnen te spelen. Bbbbbbbbbrrrrr.
Zo, dat is het alweer. Morgen springen we op de bus richting Si Pan Dhon, of de 4000 Eilanden in het zuiden van Laos. Tot hoors.

dinsdag 7 juni 2011

Kep Sur Mer

Gratis internet in onze lodge, daar moeten we gebruik van maken zolang het duurt.

Vandaag hebben we een lazy day gehad. We zitten hier voor een dagje aan de Cambodiaanse kust, in Kep "sur mer". Naar het schijnt het Saint-Tropez van Cambodia. Met veeeeeel verbeelding en veel spot kan je Saint-Tropez hier misschien terugvinden. Stel je vooral voor: een piepklein kuststadje dat waarschijnlijk ooit erg sjiek is geweest, maar zijn glorie al lang is verloren. Waarom zijn wij er dan naartoe getrokken? Omdat het hier rustig is (geen massatoerisme hier). En omdat Kep bekend staat om zijn krabmarkt; verse krab met groene peper uit het iets verder gelegen Kampot eten is hier dus de boodschap. Dat is iets voor vanavond, ik ben benieuwd.

Vandaag zijn we vanuit Kep naar Rabbit Island getrokken. Met de tuk tuk naar de pier, daar in een gammel bootje overgestapt, richting eiland. Daar wat rondgewandeld op het eiland, en wat locals ontdekt die zeewier kweken. Dat heeft alweer wat mooie taferelen opgeleverd. En vooral voor de 100ste keer de bevestiging: wat ben ik blij met mijn gevarieerd jobke.
Daarna ons op het strand gesmeten en - zolang het hier duurt, met de moesson - wat zonnestralen opgepikt. iPod in de oren, en maar genieten van de mooie zee, de eilanden die in de verte opreizen uit de zee, de gammele bootjes die af en aan varen. Heerlijk.

De moesson, die laat zich vanaf de (na)middag meestal voelen. Regen is er vandaag nog niet uit de lucht gevallen. maar de hemel trok wel dicht met donkere, dreigende onweerswolken. en de wind heeft zich stevig laten voelen. toen we met ons gammel bootje terugkeerden naar het vasteland, hebben we dan ook eventjes aan den lijve ondervonden wat het is om op de Marie Louise (je weet wel, van Bart Kaell) te zitten. Ruwe golven, op en neer met het bootje, golven die op een paar milimeters van de bootrand ruw inbeuken, het bootje dat niet veel extra wind of golven lijkt nodig te hebben om om te kiepen. Ik vind dat allemaal heel leuk en lachen, de bootgenoten waren er iets minder gerust in. Veiligheidshalve dan onderweg toch maar een reddingsvestje aangetrokken. Je weet maar nooit... . Maar je ziet: we hebben die avontuurlijke boottrip vlotjes overleefd. Tot zover het avontuur hier.

Nog wat weetjes over Cambodia:
  • Benzine is hier ook erg duur. voor een liter benzine betaal je hier iets meer dan 5000 Riel, wat neerkomt op 1,25 dollar. Veel geld voor Cambodianen die hier niet veel verdienen. Maar toch rijdt iedereen hier lustig rond op zijn brommers, scooters, tuk tuks... .
  • Cambodia is niet echt een goedkoop land om te reizen. In de lokale munt (riel) kunnen we amper dingen kopen. Drank, eten, vervoer... wordt allemaal afgerekend in dollar. en die dollar wordt altijd afgerond naar minstens 1 dollar. een blikje cola is dan bv. 1 dollar. wat op zich niet zo goedkoop is voor een Aziatisch land.
  • Ik begrijp dat de Cambodianen het niet breed hebben. En ik begrijp (ik ben er zelfs voorstander van)  dat ook zij hun levenspositie willen verbeteren. Maar liefst op een eerlijke en duurzame manier, en niet door ons af te rippen. Altijd weer is er een poging om ons 2 keer voor dingen te laten betalen, of gewoon buitensporig veel te vragen voor dingen. Dat maakt het soms wel vervelend om hier te reizen. ik vind de doorsnee cambodianen nog steeds heel sympathiek en lief. maar hun collega's die van ver of dichtbij in het toerisme een rol hebben, verbrodden het soms wel voor hen.
  • Veel te veel kinderen lopen - voornamelijk in de steden - rond te zeulen met boekjes, armbandjes en andere spullen die ze je willen verkopen. Kinderen van alle leeftijden, van kleutertjes tot kinderen van 15, 16 jaar. Triest, omdat je voelt dat de scholingsgraad van de doorsnee cambodianen vandaag erg laag is en hen parten speelt. Met een betere scholing zouden ze zichzelf en hun land betere ontwikkelingskansen kunnen bieden. Stel maar dat het merendeel van de Cambodiaanse kinderen maatschappelijk kwetsbaar is (om het in Belgische welzijnstermen te zeggen), en dat nog lang zal blijven. Hier is qua kinderrechten (onderwijs, kinderarbeid, seksuele uitbuiting) echt nog veeeeeel werk aan de winkel.
  • Wij dromen als Europeanen altijd van een bruin kleurtje. Cambodianen zijn duidelijk jaloers op ons blanke velletje. Regelmatig - op de bus ofzo - is er wel een Cambodiaans vrouwtje dat mijn arm vastpakt, wijst naar mijn arm, en dan iets onverstaanbaars zegt. Maar waaruit je wel kan afleiden dat zij gefascineerd is door mijn blanke velletje. Tja, het gras is altijd groener aan de overkant.
Zo, dat is het voor vandaag. Morgenvroeg nemen we opnieuw de bus naar Phnom Penh. Daar stappen we over op een bus naar Kompong Cham. We zullen dan grosso modo een negental uren onderweg zijn. Maar op de bus zitten is tot nog toe altijd leuk gebleken. We zijn altijd meestal met weinig  toeristen op de bus. We zitten dus temidden van de locals, wat altijd wel gezellig is. En met Vanessa, een goed boek (Norvegian Wood), de iPod en het Cambodiaanse landschap als reisgenoten bij me, gaat de tijd vrij snel vooruit.

Tot mails!

maandag 6 juni 2011

Tuk tuk lady??

Joehoew!!
we zitten nog eens in een lodge met gratis internet, dus tijd om nog eens een blogje te schrijven. Het is ondertussen al een week geleden, dus best wel wat verhaaltjes om te vertellen.

Na het angkor complex vorige week was het tijd om eens een drijvend dorp van dichterbij te 'bekijken'. Rond Siem Reap, het stadje het dichtst bij het Angkor-complex, lliggen er een aantal floating villages. wij gaven er de voorkeur aan om een floating village te bezoeken dat zo weinig mogelijk toeristen over "de vloer"' krijgt. Onze tuk tuk-driver ging akkoord. en was dat even lachen. zeker 20km over hobbelige wegjes met de tuk tuk. onze tuk tuk-driver was er zelf nog nooit geweest. dus voor hem was het rijdend gedeelte van de trip ook best een avontuur, zeg maar een toeristische uitstap. Het was leuk om hem zelf ook te zien genieten van de landschappen. hij moest zelf hard lachen met de manier waarop zijn tuk tuk - door de toestand van de weg - op de proef werd gesteld. Het laatste gedeelte richting het drijvend dorp ging dan via boot. om dan uiteindelijk aan te komen. Maar het was de moeite waard, want we zijn maar amper toeristen tegengekomen. wat het dorpje dan iets authentieks gaf, en niet zo'n bokrijkgevoel.

Erg indrukwekkend, zo'n drijvend dorp. echt alles wat gebeurt op een dorp op het land, kan hier schijnbaar ook allemaal. een varkensstal op het water? Geen probleem. Een schooltje op het water? Geen probleem.
Zo'n drijvend dorp, het heeft ook iets idillisch en dromerig. Volwassenen en kinderen varen af en aan met hun bootjes (al peddelend of op de motor), mensen wassen zich gewoon in het water, timmeren in het water, ... . Tegelijkertijd heeft zo'n dorp iets heel triest. Mensen liggen maar te liggen in hun huisje op het water, te wachten op het einde van de dag. voor velen lijkt hun leven een grote routine, dagelijks opstaan om te gaan vissen, manden te maken, hun huis te herstellen, eten te maken... . En dan denk ik telkens weer: wat ben ik blij met mijn jobke en mijn hectische leventje in het Belgenlandje. Het is niet allemaal rozengeur en maneschijn, maar je mag toch je handjes kussen met zo'n gevarieerd leven in Belgie.

De dag erna trokken we met de boot naar Battambang. Om 7u vertrokken, om 3u aangekomen. Waarom we gekozen hebben voor zo'n lange trip? omdat in de lonely planet stond omschreven dat dit 'the most scenic boat trip of cambodia' is. en dat was het ook. de trip ging opnieuw langs kleine drijvende dorpjes, langs mooi begroeide oevers, ... . Overal wild enthousiast zwaaiende en lachende kinderen. en dat levert altijd mooie foto's op. Op de boot zelf zaten we tussen de locals. die elk heel wat huisraad meehebben, van 'kabaskes' tot grote rijstzakken, grote dozen, potten, ... . Het was dus best krap op de boot. maar de moeite waard. Want ook dan zie je hoe het cambodiaanse leven in elkaar steekt. zoals: de mannen stappen met een half gevuld plastiek zakje van de boot. Hun vrouwen zeulen met goed gevulde emmers van 20 liter. Feminisme heeft zijn intrede hier nog niet gedaan.

de volgende dag in Battambamg - een oud Frans koloniaal stadje, het lijkt wat op Havana soms - een tripje gemaakte met de bamboo-train. Lees: een bamboo-pallet waarmee je getransporteerd wordt op een oud treinspoor. Daarna nog een tempelberg beklommen. En als hoogtepunt van de dag: miljoenen kleine vleermuizen bij valavond uit een grot zien vliegen. indrukwekkend.

vervolgens naar de hoofdstad, Phnom Penh, vertrokken. Daar de hoogtepunten gedaan. eerst het museum gewijd aan genocide in Cambodia bezocht. De oude school waar de Rode Khmer destijds duizenden mensen hebben gefolterd en vermoord. Al heel wat gevangenissen gezien ondertussen (van de Sandinisten in Nicaragua en Robbeneiland in Kaapstad), maar dit foltercentrum was toch ook weer even slikken. Vooral ook omdat dit allemaal zo recent gebeurd is (1975-1978). Niet te geloven dat de internationale gemeenschap zomaar heeft laten gebeuren dat een vijfde van de Cambodianen in 3 jaar, 8 maanden en 20 dagen regime is uitgemoord. Ook ik zou er aan geloofd hebben; al wie gestudeerd heeft, een bril heeft, meerdere talen sprak, ... werd opgepakt, gefolterd en vermoord. De oprichting van een boerenstaat was hier een ideaal. Gelukkig hebben de Vietnamezen destijds ingegrepen, en is de Rode Khmer (na nog eens een bloedige, te lang durende burgeroorlog) eindelijk omvergeworpen. Maar de wonden zijn er nog altijd. Nog op veel plaatsen ligt de grond bezaaid met landmijnen. De jonge cambodianen zijn goedlachs en vriendelijk. de ouderen zijn wat teruggetrokkenen; ik vermoed dat dat aan de gebeurtenissen uit het verleden ligt.

De kopstukken van de Rode Khmer zijn (nog maar recent) via een speciaal genocidetribunaal berecht en veroordeeld. Maar toch is het raar te begrijpen; een voormalig Khmerlid is hier minister van buitenlandse zaken. Andere Khmerleden zijn nu gewoon tuk tuk-driver, of werken misschien ergens in het toerisme. Gek om te begrijpen. Uiteraard, sociaal psychologisch bekeken is ieder van ons in staat tot zo'n gruweldaden. Maar rationeel kan je niet altijd begrijpen dat mensen die hun landgenoten hebben gefolterd... zomaar opnieuw de draad van een normaal leven kunnen oppikken. maar bon, ik twijfel er niet aan dat ook diegenen die onmenselijke dingen hebben gedaan, ook vandaag nog lijden onder wat ze gedaan hebben. Maar gevangenissen als deze zien en erover lezen maakt nog maar eens duidelijk: laat zo'n dingen nooit meer gebeuren, waar dan ook in de wereld.

In Phnom Penh vervolgens de Royal Palace en de zilveren pagode bezocht. Mooi, maar het kan niet tippen aan de site in Bangkok. Maar hier wel een paar leuke babbeltjes gehad met monniken. Lieve mensen, die graag op de foto staan. en die technologisch gezien duidelijk ook mee zijn met hun tijd: gsm in de ene hand, digitaal fototoestel in de andere hand... .

Wij kunnen in belgie een stukje zagen over de winter. maar ik heb de indruk dat de locals hier seizoenen als de onze missen. Terwijl wij ons hier doodpuffen van de warmte, dragen de locals spannende jeansbroeken, dikke pulls, nylonkousen, mutsen... . Niet te begrijpen, maar ik zou in hun plaats waarschijnlijk ook wel eens iets anders dan een topje of short willen dragen.


Hier in cambodia moet je ook een fikse portie geduld hebben. Iedereen is vriendelijk, altijd lachen en altijd bereid om je te helpen. maar een gebrek aan scholing laat zich hier echt voelen. met heeeeeeeeeel veel geduld moet je dingen verschillende keren rustig uitleggen. De vergelijking is misschien grof, maar het is een beetje als werken met mentaal gehandicapten. Traag uitleggen, verschillende keren uitleggen, en je zo weinig mogelijk boos maken. Want ze bedoelen het allemaal geweldig goed. Het is willen, maar niet kunnen begrijpen.

Onze grote vrienden hier? de tuk tuk-drivers. Je kan ze vinden op elke vierkante meter van een stad. Je moet je been nog maar bewegen of je hoort het zinnetje: "you need a tuk tuk, lady?"'. En ook dan is de boodschap steeds: "no, thank you"". heb je ze daarmee nog niet kunnen afslagen, dan kom je met een fikse portie humor ook al heel ver. Het is soms vervelend om telkens door hun aangeklampt te worden. maar natuurlijk, het is hun broodwinning. Het aanklampend vragen kan het verschil maken tussen een boterham meer of minder (of een kilo rijst meer of minder is misschien beter gezegd).

Onze grootste ergernis: het sekstoerisme. Prostitutie is iets van alle tijden en alle locaties. Ik ben ook de eerste om te verdedigen dat op seksualiteit geen leeftijd staat (de liefhebbers wil ik gerust verwijzen naar mijn thesis). Maar hier neemt het - zeg maar - vieze proporties aan. Onverzorgde, oude mannen met jonge lokale meisjes. Voor mij heeft iedereen recht op een partner of een verzetje. Maar je ziet en riekt gewoon vanop een afstand dat de 'relaties' waar deze mannen naar op zoek zijn niets oprechts hebben. Gewoon omdat het heel vernederend is voor deze meisjes; ze worden niet met respect behandeld. Ik hoop maar een ding: dat deze meisjes er beter van worden. Maar ook daar vrees ik voor.
En volwassen vrouwen, tot daar aan toe. Maar ook de kinderprostititie hebben we 'betrapt' in Phnom Penh. De stad staat er internationaal wel bekend voor. Maar het is wel slikken als je op de dijk rondloopt, en een man een groepje jonge meisjes (tussen pakweg 12 en 15 jaar) ziet keuren, en ziet nadenken wel minderjarig meisje hij zal uitkiezen. Aan het respecteren van de kinderrechten is hier nog wat werk.

Zo, ik laat het hierbij. Vandaag en morgen zitten we aan de kust. hier wat uistapjes doen, daarna trekken we naar de Mekong en naar Laos. Als de komende dagen worden zoals de afgelopen 11 dagen, dan wordt dit een topreis!!

dinsdag 31 mei 2011

Ja watte, al die Watten

Als je Cambodia zegt, denken de meeste mensen in eerste instantie aan het tempelcomplex van Angkor Wat. Ook wij hebben ze de afgelopen 2 dagen verkend.
Ik had de tempels al vaak op foto gezien. En sommigen die de site al bezocht hadden (zoals Katrien en Greet) waren vol lof over de schoonheid ervan. En inderdaad, op foto lijken ze mooi. Maar in real life time hebben ze mijn verwachtingen nog overtroffen. Wat een schoonheid!! De meeste tempels zijn ongelooflijk imposant. Ofwel omdat ze groot zijn (zoals de meest bekende, angkor Wat). Of omdat ze op een unieke locatie liggen, zoals de Ta Promh, waar imens grote bomen zich hebben meester gemaakt van de tempels. Of omdat ze zo sierlijk zijn afgewerkt met prachtige beelden (zoals de gekende boeddha-hoofden), of de prachtig gedetailleerde scarvings (sorry, ik vind het nederlandse woord niet) in de muren. Dit waren 2 ongelooflijke dagen.

Het gekke aan de site van Angkor? Op de site (die toch ettelijke hectaren groot is) zijn er ook dorpen, scholen, ... . Iedereen rijdt er dus af en aan met zijn fiets, brommer. Sommigen zijn er aan het werk op hun rijstveld... . Je zou denken dat zo'n UNESCO-site bewoning zou uitsluiten. Hier niet dus. Enerzijds positief, omdat dat de site iets heel menselijks en dagdagelijks geeft. Anderzijds heeft dit ook een keerzijde: diefstal of beschadiging van tempels, beelden... gebeurt wel.

De 1ste tempeltripping hebben we met de tuktuk gedaan. En dat was geen slecht idee, want vanaf de namiddag heeft de moesson ons nog eens verrast. Bakken regen die uit de lucht viel. Gelukkig had ik in belgie nog een goedkoop poncho'tje gekocht. Stel je dus voor: ik, daarover een reishandtasje ter hoogte van de buik, en daarover een kakigroene poncho die reikt tot aan mijn enkels. Een en al elegantie dus. Soit, ik ben droog gebleven.
Dag 2 van onze tempeltripping hebben we al fietsend gedaan. Vandaag toch tussen de 30 en 40km gefietst, en dat in een lekkere vochtige pakweg 38 graden. Mjammie, lekker plakkerig. Maar al fietsend is de moeite. Je stopt waar je zin in hebt, je fietst echt tussen de locals, en je kan nog wat strepen zon meepikken. Tof!!

Wij zijn hier nu in het laagseizoen, want de moesson hangt af en toe in de lucht. Die regen, dat is af en toe minder. Maar het land is mooi groen, bloemen en planten groeien weelderig. Het laagseizoen is ook beter voor onze portemonnee: logement en dergelijke is toch merkelijk goedkoper. En het laagseizoen laat zich volgens de kenners ook voelen op de Angkor-site. Jaarlijks bezoeken een 2,5 miljoen mensen de site, een enorm aantal dus. In het hoogseizoen wordt de site overspoeld door toeristen. Nu valt het al bij al wel mee. Onze nummer 1-vijand onder de toeristen: chinezen. Man man man, deze nouveaux riches tonen geen greintje respect. Voorbeeld:
  • Het lijkt wel alsof ze allemaal een lidkaart hebben bij de Chinese liga voor doven en slechthorenden. Lees: ze roepen, wat zeg ik: schreeuwen - tussen de tempels naar elkaar.
  • In de rij staan om foto's te nemen, of even wachten omdat iemand anders een foto aan het maken is? Nee, dat kennen de chinezen niet.
  • klouteren op beelden waarvan in koeien van letters - OK, weliswaar geen chinese letters - is aangegeven dat het verboden is ze aan te raken. Zij raken ze zelfs niet aan, ze beklimmen ze al was het de himalaya.
Fait-divers om mee te geven:
  • nu we toch in de regio van de massages zijn, heb mij gisterenavond eens op thaise wijze laten masseren. Thaise massages zijn vrij hard; keihard drukken op je spieren, rug, nek, schouders, ... . Probeerde ik eerst aan dat massagemeisje uit te leggen dat ze wat voorzichtig moest zijn, omdat ik een paar jaar geleden een ruggenwervel had gedeukt. Dat was vergeefse moeite, veel geknik maar weinig begrijpen.  Ik heb het dan toch maar gewaagd. En het was wel ok'tjes. tamelijk zen achteraf. Soms heb ik echt wel mijn lach moeten inhouden; ik kan niet tegen kietelen, zie je, en als ze dan mijn voeten beginnen te masseren, tja, dan lig ik bijna in een lachdeuk ... :)
  • I love de ice tea en de lemon juice die ze hier maken. Mmmmmmmm, heerlijk. Moet ik thuis ook eens proberen.
Zo,  dat was het. Tot hoors, een van de komende dagen.
Groetjes

zondag 29 mei 2011

Emancipatie en assertiviteit aan de cambodiaanse grens

Gratis internet in de lodge, dus daar moeten we dankbaar gebruik van maken... .

vandaag om 4u 's ochtends opgestaan om om 5.55u de trein te nemen richting cambodia. Voor 48 baht (deel dat door 30, en je zit op de koers van de dollar): spotgoedkoop dus. De treinreis op zich viel wel mee. Vergelijk het met een NMBS-trein uit de jaren 60 of 70, maar dan met open ramen. Best wel wat volk op de trein, dus niet zo heel veel plek om te zitten. maar bon, dankzij de open ramen kan je wel voortdurend je neus buitensteken, je blik over de rijstvelden laten glijden, ... . En soms zijn er ook wel leuke locale taferelen te spotten: waterbuffels, oude thaise mevrouwtjes die in slaap vallen op de trein, dikke thaise kindjes die alleen kalm worden als ze eten krijgen (de gezondheidsdoelstellingen tegen obesitas worden hier overigens duidelijk NIET gehaald), ... .

Na 6 uur treinen begon het avontuur dan. De lonely planet had ons al gewaarschuwd voor afrippraktijken. maar eigenlijk oversteeg het nog mijn verwachtingen. Niet te geloven, die cambodianen. Gelukkig hadden wij onze voorzorgen genomen, en via het officiele ministerie van buitenlandse zaken al een officieel e-visum geregeld. Maar niettemin probeerde allerhande gespuis om ons nog via allerlei extra'tjes te laten betalen (is het omdat we vrouwen zijn dat ze denken dat we naief en zwak zijn?). Het beste argument: you don't speak english, it's not good to go alone to the border. En dat moet je dan van die thai en die cambodianen - die nota bene zelf amper een woord engels begrijpen of spreken - horen. Bon, vanessa en ik hebben ons van onze meest assertieve kant - tegen jan en alleman, van grenswachter en stempelgever tot zelfs de officiele politie - laten zien. And we succeeded!! Het heeft letterlijk wel veeeeeel zweet gekost. Zweet die ik net gretig heb afgedoucht.

Trouwens, normaalgezien zouden jullie binnenkort ook allemaal in een vlaag van geluk moeten terecht komen. Toen we gisteren de Wat Pho, de liggende boeddha, bezochten, heb ik gelukscentjes gekocht. Je moet die dan een voor een in kommetjes gooien. En in geluk mag je niet te gretig zijn - te is nooit goed. dus heb ik uiteraard wat centjes aan mezelf gespendeerd. Maar ook aan de meesten onder jullie: mijn ouders, mijn lieve broertje, zijn toffe kindjes, mijn toffe grootmoeder, mijn nonkels en tante, mijn lieve vrienden, mijn toffe collega's en alle andere personen die mij na aan het hart liggen heb ik een centje gespendeerd. Als het geluk jullie een van de volgende dagen vanuit thailand komt toegevlogen, grabbel het dan met twee handen vast en denk eens aan mij he.

momenteel zitten we in siem reap, het stadje dat op een paar kilometer van het tempelcomplex van ankor wat ligt. de komende 2 dagen is het dus al cultuur wat de klog slaagt. ik houd jullie op de hoogte!

groetjes

zaterdag 28 mei 2011

Bang...kok!!

Kijk eens aan, Sofie is twee dagen in Bangkok en al een blogje. Dat is een primeur.
Toegegeven, Bangkok bevalt mij wel. Al veel leuks gezien, gehoord, geroken, ervaren, ... . Toen we in Bangkok aankwamen, hing er al meteen spanning in de lucht. En neem dat maar vrij letterlijk. Zegt die Vanessa: ja lap, dat gaat hier zo meteen knallend beginnen regenen he. En gelijk had ze. Bommen en granaten leken het wel. We dachten even een dutje te doen - de vluchten waren toch behoorlijk zwaar geweest - maar we knalden van de keiharde donders en bliksems bijna letterlijk uit ons bed. Ik ben niet echt een bangerik, maar van dat onweer was ik toch wel een ietsie pietsie bangetjes. Maar hey, die druppels van de moesson duren nu ook niet eeuwig. Dus een paar uurtjes later toch ons hotelletje uitgestrompeld richting de rivier, waar we de taxiboot naar het station namen. Poging ondernomen om ons treinticketje richting de grens met cambodia al te reserveren. Maar tevergeefs. Vandaar dan maar door China Town gekuierd. Leuk, echt leuk. Veel kitsch, neon, drukke straten, veel kraampjes, ... . Ook chinees gaan eten, en daar lokaal dan maar uitgelachen geweest. Omdat noch ik, noch Vanessa met stokjes konden eten. OK, we hebben zelf ook gigantisch hard met ons eigen geklungel gelachen. Maar, oefening baart kunst. Vandaag al iets minder gesukkel met de stokjes. Tegen het einde van de reis - als ik geen noedels of rijst meer kan zien, ruiken of proeven - zal ik een natuurtalent zijn in het stoketen :)

vandaag dan een topdagje gehad. Met de taxiboot opnieuw afgezakt naar het zuiden van de stad. Deze keer de site van the royal palace bezocht, zowat de meest religieuze plek van Thailand. En tot gisteren vond ik Aziatische kunst en bouwstijl eigenlijk niet mooi. Maar van deze site was ik erg onder de indruk. Allemaal erg mooi, kleurrijk, verzorgd, netjes, sfeervol. Een aanrader. Maar eens een What (tempel) gezien, heb je ze precies allemaal gezien. Daarna hebben we nog twee andere tempelsites bezocht. En uiteraard waren die ook mooi. Maar de eerste keer ben je toch het meest onder de indruk. Maar de liggende Boeddha - de langste van Thailand - was ook erg indrukwekkend.
En al dat moois afgewisseld met een lekkere zelfgemaakte ice tea op een terrasje, een smoothie hier, een Phat Thai-maaltijd daar. Smijt daar nog warme, vochtige zomertemperaturen bij, en het kan voorlopig niet stuk.

Morgen verlaten we Thailand al. Om 5.55u in de ochtend nemen we de trein richting de grens met Cambodia. Daar zullen we - hopelijk zonder al te veel gesjoemel met de grenswachters - de grensovergang maken, richting de tempels van Angkor What. iets om naar uit te kijken dus.

Tot hoors!

woensdag 25 mei 2011

Van ijsjes en wafels, naar noedels en rijst!

Hoera, Sofie trekt - alweer :) - de wijde wereld in. Deze keer richting de regio van spleetogen, rijst en noedels, tuk tuks, tempels, de Mekong, drijvende markten en meer van dat moois: Bangkok, Cambodia en een piepklein stukje Laos.

Als ik vertrek, dan moet dat altijd met de nodige spanning gebeuren. 3 jaar geleden zorgde orkaanweer voor spanning net voor mijn vertrek naar Cuba. Diezelfde orkaan besliste uiteindelijk dat Cuba eventjes in de kast werd gestopt, en 3 weken later (noodgedwongen, maar niettemin ook leuk) werd ingeruild voor Nicaragua & Honduras (1-0 voor de natuur). Vorig jaar was er dan de uitbarsting van die ene, onuitspreekbare Ijslandse vulkaan die tot een paar dagen voor mijn tweede poging richting Cuba voor spanning zorgde. Maar toen moest de vulkaan het onderspit delven (De natuur versus Sofie: 1-1). Net als vandaag, gelukkig. Het leek eventjes alsof het Belgische luchtruim vandaag en morgen gesloten zou worden. Maar oef, de natuurgoden zijn mij goed gezin. De aswolk drijft af richting Baltische Staten (sorry reizigers die naar ginds afzakken). (http://www.deredactie.be/cm/vrtnieuws/binnenland/1.1031695) Dus ik spring morgenvroeg op de Ethiad-vlucht richting Abu Dhabi, om dan over te stappen richting Bangkok (De natuur versus Sofie: 1-2n ha!). En dan volgen 3 weken van backpacken door een stukje van de Gouden Driehoek. Ik ben benieuwd! Ik voel tot in mijn kleine teen dat sommigen onder jullie ook heel benieuwd zijn, dus ik probeer jullie via de intergalactische internetwegen op de hoogte te houden. Dat moet (af en toe) toch lukken.

Tot hoors, tot mails, tot gauw!