dinsdag 25 oktober 2011

In hogere, adembenemende sferen!!

Hier zijn we weer! nog steeds levend en wel. En met alweer heel wat drukke dagen achter de rug.

Zondag hebben we een klein "Neckermanneke" gedaan. In de hostel een tour geboekt naar de zondagsmarkt van Tarabuco, een bergstadje op anderhalf uur rijden van Sucre. Een Neckermanneke, omdat we onszelf gedropt hadden tussen 30 andere toeristen op de bus. Maar hey, wel eens leuk om te lachen met het grotere massatoerisme.
In de Lonely Planet stond de markt van Tarabuco aangeschreven als een toerist trap. Maar eigenlijk was het dat niet. Een hele charmante markt, die heel authentiek aanvoelde. De meeste marktkramers waren traditioneel gekleed, spraken Quechua, verkochten meer dan alleen maar spullen voor toeristen, kookten traditionele lekkernijen... . En tot de bezoekers kon je niet alleen toeristen rekenen. 90% van de bezoekers waren zeker bolivianen. Een leuke ervaring dus.

voor zondagavond hadden we bustickets gekocht, om om 17u naar Potosi te vertrekken. Een half uur op voorhand komen we toe in het busstation. Blijken onze zetels niet gereserveerd te zijn, of weggegeven te zijn... . De reden was vrij duister. Zijn we/ik even uit onze spaanse krammen geschoten. Heeft de busmaatschappij ons toch een andere rit geregeld, een van een uur later. Met in plaats van een upgrade, een downgrade :) . Een gammel busje, dat nogal weinig motorkracht had om de bergen op te puffen. Voordeel daaraan: de bus kon deze keer geen wilde toeren uithalen op de gammele bergwegen. Deze keer werd ons busje vlot ingehaald door het modernere werk op 4 of meer wielen. Nadeel: we waren pas om 21.45u in Potosi. Op dat uur moesten we nog logies zoeken. Die waren snel gevonden. Maar we hadden ook vreselijk veel honger - als sinds 's middags niet gegeten. En de eigenaar van de lodge zei zelf: het is heel gevaarlijk op straat nu. Maar we hebben onze moed toch bij elkaar geraapt. We zijn de verlaten straten van Potosi opgesneld. Gelukkig hebben we nog snel een van de weinige restos gevonden die op dit late uur en op een zondag nog open was. Om dan na die snelle hap terug te spurten naar onze lodge, weg van de ongure types op straat. Dat spurten was tamelijk uitputtend, want Potosi ligt op 4200m. En dat hebben we aan den lijve ondervonden. Van dat snel stappen waren we compleet buiten adem. Ook alle andere inspanningen kosten ons hier veel energie. Je draait je om in je bed, en je bent buiten adem. Je poetst je tanden, en je bent buiten adem. Deze middag hebben we de toren van de kathedraal beklommen. Niets eens zo hoog, pakweg 40 trappen. Maar onze tong lag bijna op onze tenen. Ikzelf heb - buiten slapeloosheid  en kortademigheid - geen last van de hoogte. Geen hoofdpijn of misselijkheid. Het kan hopelijk alleen maar beter worden.

Deze namiddag hebben we de Cerro Rico, de berg met de zilvermijn van Potosi bezocht. We hebben toch even getwijfeld of we dit zouden doen. Want bezoek is op eigen risico. Gassen (zoals asbest) kunnen vrijkomen, de gangen zijn claustrofobisch, en in een primitieve mijn als deze kan natuurlijk altijd iets mislopen... . Maar we zijn er toch voor gegaan, en samen met een gids tot 100m onder de grond afgedaald. In smalle, lage gangen die inderdaad claustrofobisch overkomen. Ook wel beklijvend om de mijnwerkers bezig te zien. Onder zo'n slechte werkomstandigheden liggen die mannen voor weinig geld hard en onveilig werk te verrichten. Als bezoeker draag je een klein steentje bij. Je koopt een flese limonade (stoer!) en een zak cocabladeren om aan de mijnwerkers onderweg te geven. Die cocabladeren kauwen ze samen met iets anders achteraan hun kaak. Door de combinatie van die twee stoffen voelen ze dan geen dorst, geen honger, worden ze niet moe, kunnen ze niet in slaap vallen.... . Van al die cocabladeren hebben ze wel gigantisch lelijke tanden. Wij hebben het goedje maar laten passeren.

Wat valt verder op aan de bolivianen:
  • het zijn echte zoetebekken. Op elk hoekje van de straat vind je wel een ijsventer die ijsjes verkoopt, en waar de bolivianes duchtig op afkomen. Jong en oud, man of vrouw, allemaal lopen ze met een ijsje in hun handen. Dat artisanale ijs wordt trouwens eenvoudig maar efficient koel gehouden: in een isomobox. Life can be easy.
  • Bolivianen die werken voor busmaatschappijen zijn echt hatelijke mensen. Onvriendelijk, tam, helemaal niet behulpzaam. Je zou ze zo vanachter hun bureau willen trekken en wakker schudden. Ggggrrrr.
  • Bolivianen die je op straat aanspreekt - om de weg of iets anders te vragen - zijn dan weer wel heel vriendelijk, lief en hartelijk. Ook heel nieuwsgierig naar ons, belgie...
En tot slot, de wereld is toch echt wel klein. Zijn we de trappen van de kathedraal aan het beklimmen, horen we belgische stemmen. Er komen twee belgische jongens de trap opgekropen. Ik zeg tegen de 1ste kerel: "ha, belgen zie". Zegt die kerel terug: "en jij bent Sofie he?" Ik stond even aan de grond genageld. Inderdaad, we kenden elkaar vanuit een toch al iets of wat ver verleden. 7 jaar geleden ben ik met een groepje van een 10-tal man naar Rock Werchter geweest. En die kerel, Kristof, maakte toen ook deel uit van dat groepje. We hadden elkaar sindsdien niet meer gezien. Maar het is toch echt onwaarschijnlijk dat je elkaar op zoveel 1000den kilometers van huis terug tegenkomt.

Tot schrijfs!!

zaterdag 22 oktober 2011

En eindelijk in Bolivia!!

En hier zijn we dan, in bolivia. geen eenvoudige bestemming om te geraken. 9u naar chicago vliegen, meer dan 2u daar wachten op een vlucht naar miami. 3u naar miami vliegen, en daar meer dan 3u wachten op de vlucht naar santa cruz. een vlucht die opnieuw meer dan 9u in beslag neemt. En dat in het gezelschap van american airlines; geen aanrader. Slechte service (geen ontbijt gekregen na meer dan 12u niet gegeten te hebben, drank moet je zelf gaan halen en nemen...) en oude toestellen. Tijdens de vlucht van miami naar santa cruz was de ruit van de cockpit gebarsten. Geen klein barstje, de ruit was helemaal gebarsten. Dus konden we wegens luchtdrukverlies terugvliegen naar miami. Ggggrrrrrrrr. Daar toch opnieuw meer dan anderhalf uur gewacht. Gelukkig was er vrij snel een ander toestel. Om dan eindelijk met ferm wat vertraging in bolivia te landen. Hoera!!

We hebben meteen koers gezet naar Samaipata. Volgens de reisgidsen zou dit een stadje moeten zijn, het Ibiza van Bolivia. Heel charmant gelegen in de bergen, zonnig weertje, kleurrijke huizen... . Maar een stadje, laat staan een uitgaansstad, kan je het toch echt niet noemen. Vergelijk het maar met een gehucht.

Op anderhalf uur rijden van Samaipata ligt NP Amboró. Wij zijn er (behoorlijk stevig) gaan wandelen rond de volcanos, bergen die lijken op uit de grond opgerezen vulkanen. Erg knappe omgeving, met watervallen, mooie vogels, watervallen, prachtige vlinders, indrukwekkende boomsoorten... .
Nu de spieren toch opgewarmd waren, zijn we de dag erna opnieuw gaan wandelen. Deze keer naar El Fuerte, een pre-incanederzetting. De omvang en pracht ervan is niet om van omver te vallen. Maar het is wel eens leuk om te doen. Ook de wandeling terug huiswaarts was meer dan de moeite. Het zonnetje scheen weelderig, mooie bergen om naar te turen, af en toe een adelaar die te spotten is, camioneurs die bij het voorbijrijden van die 3 moeidig wandelende meisjes enthousiast zwaaien... .

Samaipata hebben we gisterenavond dan ingeruild voor het iets grotere werk: het koloniale stadje Sucre. Gisterenavond zijn we voor een 12 uur durende rit op de nachtbus gekropen, temidden van wat Sarah en Eñy "geile Bolivianen" noemen. Best wel een spannende rit. De chauffeur reed gigantisch snel op deze bergwegen. Stel je ook geen deftig geasfalteerde bergwegen voor, maar veldwegen die in erg slechte staat zijn. En maar gas geven, andere vrachtwagens of bussen voorbijsteken... . Op sommige stukken of bochten is de weg ook te smal om met én een bus én een vruchtwagen de bocht te nemen. Maar geen uitdaging is voor die bolivianos te klein. De bus staat met zijn wiel op een paar centimeters van de afgrond, en toch blijven ze manoeuvreren tot bus én vrachtwagen elkaar in de bocht kunnen kruisen. De adems werden even ingehouden... .

Maar, veilig en wel toegekomen in Sucre. Ook hier schijnt het zonnetje weelderig. We hebben vandaag het witte stadje en de 101 kerken, kloosters... kunnnen bewonderen. Alles op´t gemakje. We kuieren, geven onze ogen de kost, proberen de plaatstelijke culinaire potjes uit, drinken smoothies, kijken naar de locals... .

Bolivia valt tot dusver goed mee. Lekker eten, heerlijk fruit. Mensen zijn aanvankelijk wat nors, maar als je vriendelijk volhoudt worden ze ook losser en vrolijker. Maar bovenal valt de variatie in bolivianos op. Sommigen zijn nog erg traditioneel, met hun kleurrijk geweven kleren, lange vlechten en hoedjes. Maar de meeste bolivianos hebben de traditionele klederdracht ingeruild voor een westerse outfit.
Met mijn spaans loopt het ook wel los. Ik kan mij overal vrij vlot uitdrukken, begrijp het meeste ook wel. En vooral, het is zo leuk om met hen een potje te kunnen babbelen.

Tot hoors!!

woensdag 15 juni 2011

Bangkok express

En we zitten sinds gisteren weer in Bangkok. Omdat we onszelf weer wat wilden voorbereiden op het lekkere stressvolle leven in Belgie, hadden we gekozen voor een lekker strak en stresserend reisschema richting Bangkok:
  • 11u: overzetbootje vanop Don Khong, de Mekong over, naar het vasteland van Laos. 20minuten varen. Reisschema: tot dusver gerespecteerd.
  • 12u: mini-busje naar Pakse, normaalgezien 2,3u rijden. Reisschema: al totaal in de war. Het busje kwam maar niet. Wachten wachten wachten, hopen en smeken dat het busje toch zou komen. Want daar stonden we, als 2 enigen tussen niet-engels sprekende Laotianen. Om 12.30u (lao-time voor 12u) kwam het busje er dan toch eindelijk door. Racen racen racen richting Pakse. Ons ergerend omdat onderweg Jan en alleman nog overal op't gemakske kan instappen, uitstappen, treuzelen. Wij moesten weliswaar onze bus naar Thailand halen om 15.30u. Gaaaas geven dus. Maar ondanks Lao-time: reisschema terug intact.
  • 15u, oef, toch op tijd toegekomen in Pakse voor de bus naar Ubon Ratchatani. Het stresshormoon in ons bloed kon weer eventjes relaxen. Wij ook. Paar uurtjes op de bus, boekje lezen, stempeltjes aan de grens met Thailand verzamelen.
  • Iets voor 19u toegekomen aan de ene kant van Ubon Rachatani. Om dan tegen 19.30u de nachttrein aan de andere kant van de stad te halen. Gelukkig stond er een pick-up klaar om ons daar naartoe te voeren. Rugzak in de laadbak gesmeten, mezelf erbij gesmeten. En in volle vaart door de stad; stresshormoon piekte weer even.
  • Oef, de trein gehaald. Maar ook daar wouden ze ons weer even ambeteren. Wij op't gemakje zo rond 19.15u naar de trein aan het wandelen. Hij vertrok toch maar om 19.30u. Begint de trein ineens lichtjes te rijden. Aaaaaaaaarrrggghhhh, alweer stress. Ik zag het al zo voor mij dat ik in Bollywood-stijl op een rijdende trein zou moeten springen. Maar oef, hij stond weer eventjes stil. Om onszelf dan geladen met de rugzak rustig tussen de te smalle treindeurtjes te kunnen heisen.
En dan de nachttrein. Ik vond het heerlijk. En oude rammelende bak, nostalgie tot en met. De ramen open, de buitendeuren van de trein die niet dicht zijn, ijzeren inrichting, basic en wat primitief, keiveel lawaai, een te klein bed. Doe daar nog een paar Thaise biertjes bij, een leuke babbel met 2 andere backpackers, en het was een leuke rit. Voor herhaling vatbaar.

En dus nu terug in Bangkok. Gisterennamiddag zijn we gaan koken. Een workshop gevolgd waar je 4 thaise gerechtjes leerde maken en kon proeven. Allemaal lekker. Maar we moesten zoveel Thaise gerechten op zo'n korte tijd naar binnen werken, dat ik het nu ECHT heb gehad met het Thaise voedsel. Ik heb het tot gisteren altijd lekker gevonden, en nooit echt goesting gehad in Belgische stuff. Maar na de workshop absoluut wel. Trop is trop, teveel is teveel. Ik kijk nu dus reikhalzend uit naar lekkere zomerse, Belgische maaltijden. mmmmmmmmmmm.

Deze voormiddag dan nog een uitstapje gedaan naar de Khlongs, Thaise kanaaltjes waarop handel gevoerd wordt. Vrij toeristisch. Maar niettemin weer mooie foto's met vele kleurige taferelen kunnen maken.

En nu wachten we. Op onze vlucht naar Belgie. Iets na 20u hebben we een vlucht naar Abu Dhabi. Om 2u 's nachts stijgen we daar op richting Brussel. En dan home sweet home. Het was een erg mooie reis. Maar ook blij om terug huiswaarts te keren, want:
  • geen verse kleren meer, haha
  • ik wil eindelijk eens een properen bril kunnen opzetten
  • ik wil eindelijk, na het douchen, eens op een droge badkamervloer kunnen staan
  • ik heb zin in Belgisch eten
  • ik kijk uit naar een leuke Belgische zomer met festivalletjes hier, uitstapjes daar, feestjes ginder, terrasjes daar.
HOERA!!!!

zaterdag 11 juni 2011

Beerlao en vuurwerk in Laos

En hier zijn we weer, deze keer vanuit Laos. Een nieuw land is een nieuwe reeks stempels in het paspoort. Altijd leuk.

We zitten nu op Si Pan Dhon, ook wel gekend als de 4000 Eilanden in de Mekon, het zuiden van Laos. We hebben daarvoor doorstaan:
  • 8u busreizen
  • 8u geflikflooi tussen een oude Australische sekstoerist en zijn zeg maar gore Cambodiaanse seksvriendin, aan de linkerzijde van ons. Zijn vriendin, lieflijk gekleed in sexy pyjama, heeft ons wel in contact gebracht met een van de lokale gewoontes die we nog niet gezien hadden: het souperen van een gefrituurde vogelspin. Mjam, zag er lekker krokant uit.
Eigenlijk waren we van plan om meteen naar Don Khong, het grootste eiland van Si Pan Dhon te gaan. Maar omdat we de enigen waren die daar in het gigantisch onweer zouden afstappen, hebben we dat wijselijk maar niet gedaan. Net als 20 anderen zijn we dan afgestapt  aan de toegangsweg naar Don Det, het meest toeristische eiland van de hele reeks. En het enige middel om aan de boot te geraken was: louche Jamie, Jamie voor de vrienden. Jamie bood - sympathiek en goed van inborst als hij was - voor 3 dollar een busrit naar de boot en de bootovertocht aan. Op voorhand wisten we dat hij niet te vertrouwen was, maar veel keuze hadden we niet. Hij heeft ons en de 20 anderen extra proberen af te rippen. maar zonder veel succes. Ik ben stevig uit mijn krammen geschoten toen hij extra geld voor de boot wou vragen. Vanessa ook. Als het moet, dan staan we - voor de hele groep - stevig ons mannetje. En dan voelde ons vriendje Jamie zich in het nauw gedreven: "sorry, I'm busy..., euh, how are you?'. Bon, veilig en wel in het onweer en drijfnat op Don Det geraakt. Rugzak behoorlijk nat. Eruitziend als een Gentse waterzooi, althans boven de nek. Daaronder heeft de poncho van 2,5 euro alweer zijn dienst bewezen. Absoluut het koopje van het jaar.

Vandaag dan een fietstoertje gedaan op Don Det en Don Khone, het zuidelijke eilandje. Rijstvelden, waterbuffels, de Mekong, een strandje hier, een waterversnelling daar. Allemaal heel sympathiek. Maar Don Det vonden wij te druk en te toeristisch; de ene lodge na de andere, vele jonge backpackers die op zoek zijn naar feest, drank... .
Wij hebben het ingeruild voor Don Khong, het grootste eiland. En tot nu toe is het hier erg sympathiek. Net een Beerlao gedronken; lekker fris, voldoende in volume (meer dan 600ml bier in 1 fles). En dat op een terrasje waarop je kan turen naar de Mekong, de zonsondergang en het komende onweer. Het schijnt hier ook feest in het dorp. Er zijn net een 3-tal vuurwerkstokken de lucht in gegaan. Er staat een podium, het volk (lees: 30 man ofzo) komt "van heinde en ver". Voor kinderen is het hier hoogdag; ze lopen hier allemaal met een speciaal ballonnetje - bijvoorbeeld van Hello Kitty - rond.

Vandaag ook een zware discussie gehad met de dame van de lodge uit Don Det. Om 10.30u wilden we uitchecken, de eigenares was er niet. Wel haar 2 jonge kinderen (jonger dan 12jaar). Maar zij begrepen of wisten niet hoe we moesten betalen, en waar onze zakken te laten. We zijn dan maar gaan fietsen en om 13u komen betalen. Natuurlijk kregen haar 2 kinderen in ons bijzijn stevig onder hun voeten, dat we buiten de check-out uren kwamen betalen. Terwijl het helemaal niet hun fout was. De eigenares - als volwassene - had tussen de check-out uren aanwezig moeten zijn om alles met ons te regelen. Niet de onwetende kinderen. Ik heb haar proberen uit te leggen dat ze kwaad moest zijn op zichzelf, niet op haar kinderen. Maar tevergeefs. En daar sta je dan. Je weet dat je die kinderen in een moeilijke positie brengt, dat zij het de rest van de dag zullen moeten ontgelden. Je kan dan nog zo vaak zeggen dat zij er had moeten zijn tijdens de check-out uren, dat is tevergeefs. Daar heeft zij geen oren naar. En dat wringt wel. Alleszins, ik hoop dat ze als eigenares leert uit hetgeen zich heeft voorgedaan, en ze er voortaan wel is tussen de check-out uren. Maar ook daar vrees ik voor. De kinderen zitten hier niet op school, ze worden hier ingezet als werkkrachten. Jammer.

Nog wat weetjes over het lokale leven:
  • Ik loop in de winter 's zondags ook wel eens graag in mijn pyjama rond. Zeker als ik weet dat ik die dag niemand moet zien, is dat lekker lui. Maar hier komen ze zelfs met pyjama-achtige kleren buiten, overdag. Mooi om zien hoor, hier zo op straat. We hebben ook al overwogen om onze pyjama's aan te houden voor een dag - ik zou hier wel mooi integreren tussen de anderen, met mijn witte pyjama met kersen. Maar we hebben na diep beraad besloten om onszelf te blijven. Geen pyjama's dus. 
  • Het engels beheersen de locals echt niet. Als je vraagt: 'is het de linkse bus?', dan antwoorden ze diep knikkend: 'yes'. Vraag je een seconde later, voor alle zekerheid: 'is het de rechtse bus?', dan antwoorden ze even diep knikken van yes. Ze hebben hier dus geen idee wat je vraagt. Ze zijn hier veel te braaf, veel te weinig assertief, veel te onderdanig naar westerlingen toe. Ik word er soms onbehoorlijk ongemakkelijk van dat locals alles willen doen (je zelfs naar de mond willen praten) om je toch maar te behagen, niet teleur te stellen, ... .
Zo, dat is het weer. Morgen verkennen we met de fiets Don Khong. Maandag zijn we weer on the road. Dan trekken we via boot, mini-busje, bus en nachttrein naar Bangkok. Om dan woensdagavond op het vliegtuit te springen.

Tot ziens!

donderdag 9 juni 2011

The Mighty Mekong

En hier zitten we nu, aan de Mekong in Kampong Cham. Je moet toegeven, het uitspreken van het woord Mekong heeft toch echt iets speciaals, niet? Het deed me altijd denken aan een brede, bruine rivier. En dat is het ook. Ik associeerde de rivier ook altijd met eenvoudige bootjes, en heel wat leven op en rond de rivier. En dat is het evenzeer.
Vandaag hebben we dat hier eens avontuurlijk, maar eenvoudig aangepakt. Eerst wouden we de Mekong en het leven daarrond verkennen. Daarna wouden we het binnenland rond de Mekong eens van dichterbij bekijken. Daarvoor kan je perfect zelf een scootertje huren. Maar wij zagen dat niet zitten; je weet maar nooit dat je valt met zo'n ding, en wat dan... . Wij vroegen hier aan de locals of iemand bereid was voor ons te varen en te rijden. En bereidwillige locals hebben we hier gevonden. De locale 'Don Corleone' - een Cambodiaan met een vettige, vuile lach en een gebit half gevuld met valse en gouden tanden - heeft dat voor ons gefixt, samen met zijn maatje Kim.
Met Kim zijn we in de voormiddag 5 uur gaan varen op de Mekong en een zijrivier ervan. In een wel heel eenvoudig bootje; je weet wel, zo'n eenvoudig bootje dat je associeert met Vietnam. Een eenvoudige houten boot, in het midden overspannen door een halfrond dak. In zoiets hebben wij vijf uur gevaren. Alweer heel wat kinderhandjes gingen de lucht in. Koeien kregen hun badje in de rivier, de visnetten werden weer vrolijk uitgeworpen. We stopten in een dorpje waar ze zijden stoffen maken. De tijd leek er stil te staan - het leek in mini-versie wel het weefgespan uit de tijd van Daans. Vanessa en ik zijn ook het type toerist dat de plekken opzoekt waar weinig tot geen toeristen komen. En dat hebben we hier aan den lijve ondervonden; we werden vrij letterlijk aangegaapt omdat we hier als blanken een kijkje kwamen kijken. Sommige kinderen hun ogen vielen bijna uit hun oogkassen, of moeten echt lachen om hoe wij eruit zien... .
Daarna nog aangemeerd bij een tempel, alweer. Een 180 jaar oude tempel die de Rode Khmer gelukkig heeft doorstaan. De rode khmer heeft destijds heel wat tempels vernietigd, omdat religie nutteloos en dus uit den boze was. Deze houten tempel staat er gelukkig nog. De Rode Khmer vond de tempel zelf ook mooi, en heeft en heeft de religieuze functie ervan destijds dan maar omgezet in die van een ziekenhuis. De tempel is vandaag erg vervallen; een wandelingetje binnen in de tempel versiert je voetzool ook met aardig wat duivenstront. Tja, je kan er maar beter om lachen.

In de namiddag zijn we dan bij onze Kim en Don Corleone achterop de scooter gekropen. En alweer, lachende kinderen die luidkeels hallo roepen. Koeien op de weg, leuke landelijke taferelen. En als letterlijk hoogtepunt, een mooi panoramisch zicht op de Mekong. Dit was een mooie dag.

2 dagen geleden zijn we vertrokken in Kep. We hadden dringend nood aan proper ondergoed - tja, dat moet ook gebeuren - en wat andere spullen die wel eens getrakteerd mochten worden op een sopbeurt. Onze was in de lodge afgegeven. de volgende ochtend kregen we deze terug in volgende toestand: nat, zijknat, stinkend, vuil. Handig, zo'n wasje. Er zat niks anders op om die natte kleren in onze zak terug te steken. Met als resultaat, een vreselijk stinkende zak kleren in de rugzak. Rottingsproces versus Vanessa en Sofie; 1-0.
Hier in Kampong Cham hebben we dan maar een handwasje gedaan, wasdraad en spelden bovengehaald, de airco vollenbak gezet, en elke vierkante meter van onze kamer creatief benut om onze kleren te laten drogen. We hebben 's nachts heel wat kou geleden door de airco. Maar de kleren waren droog, en konden tamelijk fris opnieuw in de rugzak. Vanessa en Sofie versus het rottingsproces in de rugzak ; 1-1. Olraajdie.

Nog wat weetjes over Cambodia
  • De De Smettekes - vooral mijn papa - zijn aardig creatief in het optimaal benutten van het bagagerek van de fiets. Maar hier zijn ze toch wereldkampioen. Al zien passeren achterop een fiets of scooter; een geslacht varken, vrolijk liggend op zijn rug; een volledig fietskader, met wielen en al; een 2-persoonsmatras, een half ton gedroogd gras, een half gezin ... . Waanzinnig, maar het zijn mooie taferelen.
  • Lekkernijnen bij de vleet hier. Het lokale hapje is een soort gefrituurde kever. Naar het schijnt erg lekker. Maar wij krijgen het rationeel niet over ons hart om dat binnen te spelen. Bbbbbbbbbrrrrr.
Zo, dat is het alweer. Morgen springen we op de bus richting Si Pan Dhon, of de 4000 Eilanden in het zuiden van Laos. Tot hoors.

dinsdag 7 juni 2011

Kep Sur Mer

Gratis internet in onze lodge, daar moeten we gebruik van maken zolang het duurt.

Vandaag hebben we een lazy day gehad. We zitten hier voor een dagje aan de Cambodiaanse kust, in Kep "sur mer". Naar het schijnt het Saint-Tropez van Cambodia. Met veeeeeel verbeelding en veel spot kan je Saint-Tropez hier misschien terugvinden. Stel je vooral voor: een piepklein kuststadje dat waarschijnlijk ooit erg sjiek is geweest, maar zijn glorie al lang is verloren. Waarom zijn wij er dan naartoe getrokken? Omdat het hier rustig is (geen massatoerisme hier). En omdat Kep bekend staat om zijn krabmarkt; verse krab met groene peper uit het iets verder gelegen Kampot eten is hier dus de boodschap. Dat is iets voor vanavond, ik ben benieuwd.

Vandaag zijn we vanuit Kep naar Rabbit Island getrokken. Met de tuk tuk naar de pier, daar in een gammel bootje overgestapt, richting eiland. Daar wat rondgewandeld op het eiland, en wat locals ontdekt die zeewier kweken. Dat heeft alweer wat mooie taferelen opgeleverd. En vooral voor de 100ste keer de bevestiging: wat ben ik blij met mijn gevarieerd jobke.
Daarna ons op het strand gesmeten en - zolang het hier duurt, met de moesson - wat zonnestralen opgepikt. iPod in de oren, en maar genieten van de mooie zee, de eilanden die in de verte opreizen uit de zee, de gammele bootjes die af en aan varen. Heerlijk.

De moesson, die laat zich vanaf de (na)middag meestal voelen. Regen is er vandaag nog niet uit de lucht gevallen. maar de hemel trok wel dicht met donkere, dreigende onweerswolken. en de wind heeft zich stevig laten voelen. toen we met ons gammel bootje terugkeerden naar het vasteland, hebben we dan ook eventjes aan den lijve ondervonden wat het is om op de Marie Louise (je weet wel, van Bart Kaell) te zitten. Ruwe golven, op en neer met het bootje, golven die op een paar milimeters van de bootrand ruw inbeuken, het bootje dat niet veel extra wind of golven lijkt nodig te hebben om om te kiepen. Ik vind dat allemaal heel leuk en lachen, de bootgenoten waren er iets minder gerust in. Veiligheidshalve dan onderweg toch maar een reddingsvestje aangetrokken. Je weet maar nooit... . Maar je ziet: we hebben die avontuurlijke boottrip vlotjes overleefd. Tot zover het avontuur hier.

Nog wat weetjes over Cambodia:
  • Benzine is hier ook erg duur. voor een liter benzine betaal je hier iets meer dan 5000 Riel, wat neerkomt op 1,25 dollar. Veel geld voor Cambodianen die hier niet veel verdienen. Maar toch rijdt iedereen hier lustig rond op zijn brommers, scooters, tuk tuks... .
  • Cambodia is niet echt een goedkoop land om te reizen. In de lokale munt (riel) kunnen we amper dingen kopen. Drank, eten, vervoer... wordt allemaal afgerekend in dollar. en die dollar wordt altijd afgerond naar minstens 1 dollar. een blikje cola is dan bv. 1 dollar. wat op zich niet zo goedkoop is voor een Aziatisch land.
  • Ik begrijp dat de Cambodianen het niet breed hebben. En ik begrijp (ik ben er zelfs voorstander van)  dat ook zij hun levenspositie willen verbeteren. Maar liefst op een eerlijke en duurzame manier, en niet door ons af te rippen. Altijd weer is er een poging om ons 2 keer voor dingen te laten betalen, of gewoon buitensporig veel te vragen voor dingen. Dat maakt het soms wel vervelend om hier te reizen. ik vind de doorsnee cambodianen nog steeds heel sympathiek en lief. maar hun collega's die van ver of dichtbij in het toerisme een rol hebben, verbrodden het soms wel voor hen.
  • Veel te veel kinderen lopen - voornamelijk in de steden - rond te zeulen met boekjes, armbandjes en andere spullen die ze je willen verkopen. Kinderen van alle leeftijden, van kleutertjes tot kinderen van 15, 16 jaar. Triest, omdat je voelt dat de scholingsgraad van de doorsnee cambodianen vandaag erg laag is en hen parten speelt. Met een betere scholing zouden ze zichzelf en hun land betere ontwikkelingskansen kunnen bieden. Stel maar dat het merendeel van de Cambodiaanse kinderen maatschappelijk kwetsbaar is (om het in Belgische welzijnstermen te zeggen), en dat nog lang zal blijven. Hier is qua kinderrechten (onderwijs, kinderarbeid, seksuele uitbuiting) echt nog veeeeeel werk aan de winkel.
  • Wij dromen als Europeanen altijd van een bruin kleurtje. Cambodianen zijn duidelijk jaloers op ons blanke velletje. Regelmatig - op de bus ofzo - is er wel een Cambodiaans vrouwtje dat mijn arm vastpakt, wijst naar mijn arm, en dan iets onverstaanbaars zegt. Maar waaruit je wel kan afleiden dat zij gefascineerd is door mijn blanke velletje. Tja, het gras is altijd groener aan de overkant.
Zo, dat is het voor vandaag. Morgenvroeg nemen we opnieuw de bus naar Phnom Penh. Daar stappen we over op een bus naar Kompong Cham. We zullen dan grosso modo een negental uren onderweg zijn. Maar op de bus zitten is tot nog toe altijd leuk gebleken. We zijn altijd meestal met weinig  toeristen op de bus. We zitten dus temidden van de locals, wat altijd wel gezellig is. En met Vanessa, een goed boek (Norvegian Wood), de iPod en het Cambodiaanse landschap als reisgenoten bij me, gaat de tijd vrij snel vooruit.

Tot mails!

maandag 6 juni 2011

Tuk tuk lady??

Joehoew!!
we zitten nog eens in een lodge met gratis internet, dus tijd om nog eens een blogje te schrijven. Het is ondertussen al een week geleden, dus best wel wat verhaaltjes om te vertellen.

Na het angkor complex vorige week was het tijd om eens een drijvend dorp van dichterbij te 'bekijken'. Rond Siem Reap, het stadje het dichtst bij het Angkor-complex, lliggen er een aantal floating villages. wij gaven er de voorkeur aan om een floating village te bezoeken dat zo weinig mogelijk toeristen over "de vloer"' krijgt. Onze tuk tuk-driver ging akkoord. en was dat even lachen. zeker 20km over hobbelige wegjes met de tuk tuk. onze tuk tuk-driver was er zelf nog nooit geweest. dus voor hem was het rijdend gedeelte van de trip ook best een avontuur, zeg maar een toeristische uitstap. Het was leuk om hem zelf ook te zien genieten van de landschappen. hij moest zelf hard lachen met de manier waarop zijn tuk tuk - door de toestand van de weg - op de proef werd gesteld. Het laatste gedeelte richting het drijvend dorp ging dan via boot. om dan uiteindelijk aan te komen. Maar het was de moeite waard, want we zijn maar amper toeristen tegengekomen. wat het dorpje dan iets authentieks gaf, en niet zo'n bokrijkgevoel.

Erg indrukwekkend, zo'n drijvend dorp. echt alles wat gebeurt op een dorp op het land, kan hier schijnbaar ook allemaal. een varkensstal op het water? Geen probleem. Een schooltje op het water? Geen probleem.
Zo'n drijvend dorp, het heeft ook iets idillisch en dromerig. Volwassenen en kinderen varen af en aan met hun bootjes (al peddelend of op de motor), mensen wassen zich gewoon in het water, timmeren in het water, ... . Tegelijkertijd heeft zo'n dorp iets heel triest. Mensen liggen maar te liggen in hun huisje op het water, te wachten op het einde van de dag. voor velen lijkt hun leven een grote routine, dagelijks opstaan om te gaan vissen, manden te maken, hun huis te herstellen, eten te maken... . En dan denk ik telkens weer: wat ben ik blij met mijn jobke en mijn hectische leventje in het Belgenlandje. Het is niet allemaal rozengeur en maneschijn, maar je mag toch je handjes kussen met zo'n gevarieerd leven in Belgie.

De dag erna trokken we met de boot naar Battambang. Om 7u vertrokken, om 3u aangekomen. Waarom we gekozen hebben voor zo'n lange trip? omdat in de lonely planet stond omschreven dat dit 'the most scenic boat trip of cambodia' is. en dat was het ook. de trip ging opnieuw langs kleine drijvende dorpjes, langs mooi begroeide oevers, ... . Overal wild enthousiast zwaaiende en lachende kinderen. en dat levert altijd mooie foto's op. Op de boot zelf zaten we tussen de locals. die elk heel wat huisraad meehebben, van 'kabaskes' tot grote rijstzakken, grote dozen, potten, ... . Het was dus best krap op de boot. maar de moeite waard. Want ook dan zie je hoe het cambodiaanse leven in elkaar steekt. zoals: de mannen stappen met een half gevuld plastiek zakje van de boot. Hun vrouwen zeulen met goed gevulde emmers van 20 liter. Feminisme heeft zijn intrede hier nog niet gedaan.

de volgende dag in Battambamg - een oud Frans koloniaal stadje, het lijkt wat op Havana soms - een tripje gemaakte met de bamboo-train. Lees: een bamboo-pallet waarmee je getransporteerd wordt op een oud treinspoor. Daarna nog een tempelberg beklommen. En als hoogtepunt van de dag: miljoenen kleine vleermuizen bij valavond uit een grot zien vliegen. indrukwekkend.

vervolgens naar de hoofdstad, Phnom Penh, vertrokken. Daar de hoogtepunten gedaan. eerst het museum gewijd aan genocide in Cambodia bezocht. De oude school waar de Rode Khmer destijds duizenden mensen hebben gefolterd en vermoord. Al heel wat gevangenissen gezien ondertussen (van de Sandinisten in Nicaragua en Robbeneiland in Kaapstad), maar dit foltercentrum was toch ook weer even slikken. Vooral ook omdat dit allemaal zo recent gebeurd is (1975-1978). Niet te geloven dat de internationale gemeenschap zomaar heeft laten gebeuren dat een vijfde van de Cambodianen in 3 jaar, 8 maanden en 20 dagen regime is uitgemoord. Ook ik zou er aan geloofd hebben; al wie gestudeerd heeft, een bril heeft, meerdere talen sprak, ... werd opgepakt, gefolterd en vermoord. De oprichting van een boerenstaat was hier een ideaal. Gelukkig hebben de Vietnamezen destijds ingegrepen, en is de Rode Khmer (na nog eens een bloedige, te lang durende burgeroorlog) eindelijk omvergeworpen. Maar de wonden zijn er nog altijd. Nog op veel plaatsen ligt de grond bezaaid met landmijnen. De jonge cambodianen zijn goedlachs en vriendelijk. de ouderen zijn wat teruggetrokkenen; ik vermoed dat dat aan de gebeurtenissen uit het verleden ligt.

De kopstukken van de Rode Khmer zijn (nog maar recent) via een speciaal genocidetribunaal berecht en veroordeeld. Maar toch is het raar te begrijpen; een voormalig Khmerlid is hier minister van buitenlandse zaken. Andere Khmerleden zijn nu gewoon tuk tuk-driver, of werken misschien ergens in het toerisme. Gek om te begrijpen. Uiteraard, sociaal psychologisch bekeken is ieder van ons in staat tot zo'n gruweldaden. Maar rationeel kan je niet altijd begrijpen dat mensen die hun landgenoten hebben gefolterd... zomaar opnieuw de draad van een normaal leven kunnen oppikken. maar bon, ik twijfel er niet aan dat ook diegenen die onmenselijke dingen hebben gedaan, ook vandaag nog lijden onder wat ze gedaan hebben. Maar gevangenissen als deze zien en erover lezen maakt nog maar eens duidelijk: laat zo'n dingen nooit meer gebeuren, waar dan ook in de wereld.

In Phnom Penh vervolgens de Royal Palace en de zilveren pagode bezocht. Mooi, maar het kan niet tippen aan de site in Bangkok. Maar hier wel een paar leuke babbeltjes gehad met monniken. Lieve mensen, die graag op de foto staan. en die technologisch gezien duidelijk ook mee zijn met hun tijd: gsm in de ene hand, digitaal fototoestel in de andere hand... .

Wij kunnen in belgie een stukje zagen over de winter. maar ik heb de indruk dat de locals hier seizoenen als de onze missen. Terwijl wij ons hier doodpuffen van de warmte, dragen de locals spannende jeansbroeken, dikke pulls, nylonkousen, mutsen... . Niet te begrijpen, maar ik zou in hun plaats waarschijnlijk ook wel eens iets anders dan een topje of short willen dragen.


Hier in cambodia moet je ook een fikse portie geduld hebben. Iedereen is vriendelijk, altijd lachen en altijd bereid om je te helpen. maar een gebrek aan scholing laat zich hier echt voelen. met heeeeeeeeeel veel geduld moet je dingen verschillende keren rustig uitleggen. De vergelijking is misschien grof, maar het is een beetje als werken met mentaal gehandicapten. Traag uitleggen, verschillende keren uitleggen, en je zo weinig mogelijk boos maken. Want ze bedoelen het allemaal geweldig goed. Het is willen, maar niet kunnen begrijpen.

Onze grote vrienden hier? de tuk tuk-drivers. Je kan ze vinden op elke vierkante meter van een stad. Je moet je been nog maar bewegen of je hoort het zinnetje: "you need a tuk tuk, lady?"'. En ook dan is de boodschap steeds: "no, thank you"". heb je ze daarmee nog niet kunnen afslagen, dan kom je met een fikse portie humor ook al heel ver. Het is soms vervelend om telkens door hun aangeklampt te worden. maar natuurlijk, het is hun broodwinning. Het aanklampend vragen kan het verschil maken tussen een boterham meer of minder (of een kilo rijst meer of minder is misschien beter gezegd).

Onze grootste ergernis: het sekstoerisme. Prostitutie is iets van alle tijden en alle locaties. Ik ben ook de eerste om te verdedigen dat op seksualiteit geen leeftijd staat (de liefhebbers wil ik gerust verwijzen naar mijn thesis). Maar hier neemt het - zeg maar - vieze proporties aan. Onverzorgde, oude mannen met jonge lokale meisjes. Voor mij heeft iedereen recht op een partner of een verzetje. Maar je ziet en riekt gewoon vanop een afstand dat de 'relaties' waar deze mannen naar op zoek zijn niets oprechts hebben. Gewoon omdat het heel vernederend is voor deze meisjes; ze worden niet met respect behandeld. Ik hoop maar een ding: dat deze meisjes er beter van worden. Maar ook daar vrees ik voor.
En volwassen vrouwen, tot daar aan toe. Maar ook de kinderprostititie hebben we 'betrapt' in Phnom Penh. De stad staat er internationaal wel bekend voor. Maar het is wel slikken als je op de dijk rondloopt, en een man een groepje jonge meisjes (tussen pakweg 12 en 15 jaar) ziet keuren, en ziet nadenken wel minderjarig meisje hij zal uitkiezen. Aan het respecteren van de kinderrechten is hier nog wat werk.

Zo, ik laat het hierbij. Vandaag en morgen zitten we aan de kust. hier wat uistapjes doen, daarna trekken we naar de Mekong en naar Laos. Als de komende dagen worden zoals de afgelopen 11 dagen, dan wordt dit een topreis!!