Zondag hebben we een klein "Neckermanneke" gedaan. In de hostel een tour geboekt naar de zondagsmarkt van Tarabuco, een bergstadje op anderhalf uur rijden van Sucre. Een Neckermanneke, omdat we onszelf gedropt hadden tussen 30 andere toeristen op de bus. Maar hey, wel eens leuk om te lachen met het grotere massatoerisme.
In de Lonely Planet stond de markt van Tarabuco aangeschreven als een toerist trap. Maar eigenlijk was het dat niet. Een hele charmante markt, die heel authentiek aanvoelde. De meeste marktkramers waren traditioneel gekleed, spraken Quechua, verkochten meer dan alleen maar spullen voor toeristen, kookten traditionele lekkernijen... . En tot de bezoekers kon je niet alleen toeristen rekenen. 90% van de bezoekers waren zeker bolivianen. Een leuke ervaring dus.
voor zondagavond hadden we bustickets gekocht, om om 17u naar Potosi te vertrekken. Een half uur op voorhand komen we toe in het busstation. Blijken onze zetels niet gereserveerd te zijn, of weggegeven te zijn... . De reden was vrij duister. Zijn we/ik even uit onze spaanse krammen geschoten. Heeft de busmaatschappij ons toch een andere rit geregeld, een van een uur later. Met in plaats van een upgrade, een downgrade :) . Een gammel busje, dat nogal weinig motorkracht had om de bergen op te puffen. Voordeel daaraan: de bus kon deze keer geen wilde toeren uithalen op de gammele bergwegen. Deze keer werd ons busje vlot ingehaald door het modernere werk op 4 of meer wielen. Nadeel: we waren pas om 21.45u in Potosi. Op dat uur moesten we nog logies zoeken. Die waren snel gevonden. Maar we hadden ook vreselijk veel honger - als sinds 's middags niet gegeten. En de eigenaar van de lodge zei zelf: het is heel gevaarlijk op straat nu. Maar we hebben onze moed toch bij elkaar geraapt. We zijn de verlaten straten van Potosi opgesneld. Gelukkig hebben we nog snel een van de weinige restos gevonden die op dit late uur en op een zondag nog open was. Om dan na die snelle hap terug te spurten naar onze lodge, weg van de ongure types op straat. Dat spurten was tamelijk uitputtend, want Potosi ligt op 4200m. En dat hebben we aan den lijve ondervonden. Van dat snel stappen waren we compleet buiten adem. Ook alle andere inspanningen kosten ons hier veel energie. Je draait je om in je bed, en je bent buiten adem. Je poetst je tanden, en je bent buiten adem. Deze middag hebben we de toren van de kathedraal beklommen. Niets eens zo hoog, pakweg 40 trappen. Maar onze tong lag bijna op onze tenen. Ikzelf heb - buiten slapeloosheid en kortademigheid - geen last van de hoogte. Geen hoofdpijn of misselijkheid. Het kan hopelijk alleen maar beter worden.
Deze namiddag hebben we de Cerro Rico, de berg met de zilvermijn van Potosi bezocht. We hebben toch even getwijfeld of we dit zouden doen. Want bezoek is op eigen risico. Gassen (zoals asbest) kunnen vrijkomen, de gangen zijn claustrofobisch, en in een primitieve mijn als deze kan natuurlijk altijd iets mislopen... . Maar we zijn er toch voor gegaan, en samen met een gids tot 100m onder de grond afgedaald. In smalle, lage gangen die inderdaad claustrofobisch overkomen. Ook wel beklijvend om de mijnwerkers bezig te zien. Onder zo'n slechte werkomstandigheden liggen die mannen voor weinig geld hard en onveilig werk te verrichten. Als bezoeker draag je een klein steentje bij. Je koopt een flese limonade (stoer!) en een zak cocabladeren om aan de mijnwerkers onderweg te geven. Die cocabladeren kauwen ze samen met iets anders achteraan hun kaak. Door de combinatie van die twee stoffen voelen ze dan geen dorst, geen honger, worden ze niet moe, kunnen ze niet in slaap vallen.... . Van al die cocabladeren hebben ze wel gigantisch lelijke tanden. Wij hebben het goedje maar laten passeren.
Wat valt verder op aan de bolivianen:
- het zijn echte zoetebekken. Op elk hoekje van de straat vind je wel een ijsventer die ijsjes verkoopt, en waar de bolivianes duchtig op afkomen. Jong en oud, man of vrouw, allemaal lopen ze met een ijsje in hun handen. Dat artisanale ijs wordt trouwens eenvoudig maar efficient koel gehouden: in een isomobox. Life can be easy.
- Bolivianen die werken voor busmaatschappijen zijn echt hatelijke mensen. Onvriendelijk, tam, helemaal niet behulpzaam. Je zou ze zo vanachter hun bureau willen trekken en wakker schudden. Ggggrrrr.
- Bolivianen die je op straat aanspreekt - om de weg of iets anders te vragen - zijn dan weer wel heel vriendelijk, lief en hartelijk. Ook heel nieuwsgierig naar ons, belgie...
Tot schrijfs!!