Waar gebleven? Bij de cocktails op het terras van de Via Via in Ayacucho. Als aperitiefje nam iedereen er eentje. Een Pisco Sour, een Maracuya Sour (cocktail met passievrucht), een Mojito, ... . En ééntje was meteen al genoeg om een boost te geven aan de ste al opperbesfeer. How comes? Meer dan genoeg alcohol in één cocktail. En de hoogte zal er wellicht ook wel wat mee te maken gehad hebben. Sommigen - Tina en Elke in het bijzonder - waren bijzonder uitgelaten. De decibels gingen de hoogte in, er werd gegierd en gelachen, de straffe uitspraken rolden over de tafel. Ideaal om in een opperbeste stemming te genieten van het welkomstdiner dat we in de Via Via kregen aangeboden. Een heerlijke 3-gangen maaltijd. Aperitief (nogmaals!), voorgerecht, hoofdgerecht en dessert. Alles erop en eraan, in meer dan grote porties. Heerlijk! Om dan, met een ronde buik en een benevelde geest, richting bed te rollen.
De volgende dag dan opnieuw op pad. Deze keer met een minibusje en gids Flash naar de ruïnes van de Huari, zeg maar een mini-mini-mini--mini-...Machu Picchu. Daarna een tussenstopje bij een familie waar de man zich in ware Bokrijkstijl had verkleed in een Huari. En daar mochten we allemaal - net zoals waar de vroegere Huari zo bekend om waren - een stukje keramiek maken. Naar ieders creativiteit: een tasje, een assenbak, een vaasje. We hebben daar eens bedenkelijk het onze van gedacht, maar toch maar mooi meegedaan. Onze werkjes - het klinkt wel alsof we voor moederdag iets gemaakt hebben - zijn ondertussen uiteraard al gesneuveld. Het leuke aan de familie was wel dat ze op hun kleine tuin verschillende bomen en planten met een geneeskundige werking hadden staan. Leuk voor de dokters en apothekers onder ons.
Dan tijd voor ware Joker-style. Gaan eten in het dorp van Quinua. Niet in een restaurantje, wel op de lokale markt. Geen Panos, geen McDonalds, maar wel lokale food. De meesten waagden zich aan een billetje cavia. Weinig vlees. Maar het weinige vlees dat eraan hing werd wel als lekker bevonden. Lekker, goedkoop, en veel te zien en te beleven zo tussen de lokale mensen. Onder andere vrouwtjes die honden afdreigen met een stok, het bakken van de cavia's, ... .
Dan het sluitstuk van de mini-trip, een tussenstopje op de pampa de Quinua. Even een blik op en een springfoto voor de obelisk die herinnert aan de veldslag van Quinua. En dan opnieuw met de minibus naar Ayacucho.
En belgen blijven belgen. We houden van lekker eten en drinken. En een Via Via is de ideale plaats om daarvan te genieten. Als 4uurtje werd er nog een fond'ke gelegd: belgische wafels, een milkshake, een brownie, ... . Om die lazy namiddag dan af te sluiten met een taxi-ritje richting de mirador, waar je een mooi uitzicht hebt op de stad. We vertrokken om 17u. Ideaal om de zonsondergang over Ayacucho mee te pikken. Andesbergen die oranje kleuren, straatverlichting die aanfloept, kindjes die op de achtergrond aan het spelen zijn met een windvlieger. Allemaal mooi en sfeervol.
Ondertussen hadden we al afscheid genomen van gids Flash. Gidsen kunnen hier - wegens nog niet zoveel toeristen in Ayacucho - niet fulltime leven van het toerisme. Daarom werkt Flash 's avonds in een bar/resto, waar hij pizza's en pasta's maakt. Dus wij op naar zijn restaurant. We hebben het er bij de wat vettige baas - in de zin van een vette, wat arrogante westerling die het wat komt uithangen in Peru - dik ingewreven dat we speciaal voor Flash kwamen. En daar hebben we geen spijt van. Want wat een lekkere pizza's. Om hem te plezieren gingen we ook een kijkeje nemen bij zijn pizzaoven. En hoe trots hij wel niet was dat we voor hem kwamen eten, en dat we zijn pizza's zo lekker vonden. Alweer iemand een heel klein beetje trotser gemaakt op zichzelf.
Ik hield de avond voor bekeken (nog wat rekeningen te betalen in de via Via en wat administratiewerk). Maar de rest ging nog voor een na-aperitiefje in een barretje. Bij hun drankjes kregen ze er nog gratis een pizza bij. De meesten vonden hem verdacht ruiken, en ook uiterst verdacht dat er fruit(!!!!) op de pizza lag. Yannick probeerde een stukje, maar vond dat hij rot smaakte, en had bijzonder veel moeite om het stukje door te slikken. Maar Robin ging ervoor, en at de verdachte pizza toch helemaal op. En dat zou hij de volgende dag bekopen. Want 's ochtends waren daar al de rommelingen en bijhorende acties in de darmpjes. Met z'n elven zijn we er zeker van dat dat te maken heeft met die pizza. Robin houdt voet bij stuk dat dat niet zo is.
Maar, Imodium gaat overal mee. Gelukkig, want de volgende dag een laaaaaaaaaaange busrit op de agenda. van Ayacucho naar Andahuaylas is 260km. Maar we zouden daar wel 11u over doen. Reden? Al het oranje op de wegen. Jawel. Hier in Peru is er niet alleen behoorlijk wat blauw op straat. Je vindt hier nog véééééél meer oranje op straat. En oranje, dat zijn de mannen en vrouwen van de wegenwerken. Om 7u vertrokken, stonden we om 10.15u ineens vast aan een wegblokkade. Het was wachten tot 12u vooraleer de weg weer opengesteld zou worden. En daar stonden we dan, met tientallen andere peruanen. Om de tijd te doden, werd de chapeau (een soort pokerachtig spel) bovengehaald. Menig Peruaan kwam gefascineerd meekijken naar het gezelschapsspel. En daarnaast, pipi-with-a-view, in el baño natural! Er zijn ergere plaatsen om de tijd te laten passeren.
Om 12u ging de weg weer open. Iedereen weer on the route, op de zeer krakemiekelige en hobbelige bergweg. Om dan rond een uur of 14.30u opnieuw vast te staan voor een wegblokkade. Geduld, geduld. Maar gelukkig, het weer is hier erg mooi en warm. Dus al wachtend kunnen hier heel wat zonnestralen worden opgevangen, en bruine kleurtjes worden opgedaan.
Om 18u, na menig landmeter, signaalaanduider, bobcat, caterpillar, ... gepasseerd te zijn, kwamen we ein-de-lijk aan in Andahuaylas.
En ook al doe je een ganse dag niets in een busje, toch krijg je er reuze honger van. Wij gingen eten in een resto'tje, waar ik de grooootste lap biefstuk sinds lang at. Wat een gigantisch stuk!!! Nog geen centimer dik, maar wel heeeeeeerlijk mals! Moest rundsvlees in België ook zo heerlijk sappig, smaakvol en mals zijn, ik zou ongetwijfeld meer vlees eten. En dat met frietjes die bijna zo lekker en zo goed gebakken zijn als de onze. Niet moeilijk, want Peru staat bekend om zijn lekkere aardappelbereidingen. Alweer met een goed en smakelijk gevulde buik naar bed.
Vandaag een wat rustigere dag. Uitslapen en om 10u in de minibus. Deze keer naar de site van de Sondor. Dit is een ruïne van de Chancas, de voorgangers en vijanden van de Inca's. Een leuk voorproevertje voor de Machu Picchu. Daarna zakten we af naar de Laguna de Pacucha. Om daar een kraakvers stukje vis te eten. We trakteerden onze chauffeur Alfredo mee op een maaltijd, want anders zou hij overdag niets eten of drinken. En het heeft met z'n allen gesmaakt. Forel gemaakt als ceviche (weet je nog, halfrauwe vis gemarineerd in limoensap) of gepaneerd/gebakken. Allemaal erg erg lekker, opnieuw! Vele deelnemers zijn verbaasd dat het eten hier zo lekker is.
Om het verteringsproces wat te versnellen, maakten we dan een klein wandelingetje langs de laguna. Mooie uitzichten, én... de 1ste lama's (vicuñas) die we van wel hééél dichtbij konden spotten. Robin ging zo dichtbij, dat één van de 3 beestjes zich bedreigd voelde en spuwde. Maar gelukkig, geen nattigheid in het gezicht of elders. Enkel een luide spuw en véél gelach.
En dan in de vooravond een toppertje van formaat: de markt van Andahuaylas. Groenten, fruit, elektro, schoenen, kleren, ... alles in overvloed. en dat in een leuke sfeer, met veel mensen in traditionele klederdracht. Het leuke was vooral dat de marktkramers héél vriendelijk waren en ook quasi altijd bereid waren om een foto te laten nemen. Dat leverde dus veel mooie plaatjes op. Wij vonden de mensen op de markt erg mooi om naar te kijken. maar zij ons ook. Hier in Andahuaylas lopen amper toeristen rond, dit is dus een wel heer erg authentiek stukje Peru. Maar dat maakt dat ook wij voor hen een attractie zijn. Er werd gestaard, maar op een nieuwsgierige en leuke manier. Er werden babbeltjes aangeknoopt, en we werden uitgenodigd om naast de muziekboxen op één van de plaatsjes van de markt mee te komen dansen. Hi-la-risch! maar heel erg leuk. Een momentje om niet snel te vergeten.
Morgen zetten we onze bustrip richting Cusco verder. Opnieuw een lange, erg lange dag. De afstand is opnieuw niet zo groot, een 200-tal kilometer. Maar de wegenwerken maken de rijduur onvoorspelbaar. We vertrekken om 4u 's ochtends om zeker tegen 18u in Cusco aan te komen. Van honger en dorst gaan we alleszins niet vergaan. Op de markt hebben we verschillende soorten fruit gekocht. En ook een voorraad water en koekjes gaat mee. Dus jullie horen zeker nog van ons!!
zondag 9 september 2012
donderdag 6 september 2012
Con doce en Peru!
En hier zijn we dan. En wij, dat zijn: Tina, Arne, Matthias, Joke, Robin, Yannick, Alexander, Sarah, Elke, Hanne, Maarten en ik.
Waar te beginnen? Bij dag 1. Akke akke tuut tuut naar Schiphol. En dan, 200% luxe op de KLM-vlucht rechtstreeks richting Lima. Niet alleen lekker eten, maar ook veel extra's. Onder het motto van "tegen 't flebit moet je regelmatig de benen strekken" hebben we zo nu en dan de extra snacks van KLM geplunderd: mentos, tuk-koekjes, mars, ... . De eerste keer dat ik rond gegeten van een vlucht ben gestapt.
Dan, avontuur nummer 1 op de luchthaven. Tina had in haar handbagage nog een appel zitten. Verdacht, dat vonden de speurhonden op de luchthaven alvast. En jawel, ze werd op heterdaad betrapt voor verboden invoer van fruit. Dus naar een lokaal bureautje waar er een PV werd opgemaakt. Straf verhaal nummer 1 stond al genoteerd.
Van honger was er bij aankomst - rond een uur of 7 's avonds - geen spraken meer. Dus zijn we in centrum Lima enkel nog iets gaan drinken. Mannen kiezen traditioneel voor pintjes. Maar ze hadden zich wat mispakt. Ze dachten dat ze een pintje van't vat hadden besteld. Maar neen hoor. Daar kwamen per persoon een kan bier van minstens 1 liter af. Even schrikken en héél veel hilariteit. Was er na de vlucht sprake van deshydratatie, dan was die heel snel weggespoelt. Maarten was het moedigst van al; hij bestelde een Pisco Sour, de lokale cocktail (Pisco + limoensap + geshaked eiwit).
Dan onder de wol. In een hotel dat gehuisvest is in een oud koloniaal gebouw. Het gebouw had zeker zijn charme. Maar veel lawaai. Niet ideaal om de vermoeidheid van de vlucht weg te slapen. Maar er is maar één manier om de vermoeidheid weg te krijgen: actief aan de slag te gaan. Dus voor de volgende ochtend had ik een fietstocht door Lima geregeld. Ideaal, want op deze manier hebben we tijdens een goeie 4u héél wat van Lima kunnen zien. Niet alleen het oude Lima. Maar ook de wijken San Isidoro en Miraflores, met zicht op de oceaan. Maar Lima, het is niet zo mijn stad. Buiten een aantal mooie oude koloniale gebouwen heeft de drukke en wat vuile stad niet zo veel charmante zaken te bieden. Maar, je moet er geweest zijn.
In de namiddag dan met de bus naar Pisco. Een stadje aan de Stille Oceaan dat in 2007 zwaar geleden heeft onder een aardbeving. Maar wij trokken erop uit, naar restaurant Pica Rica. Een restaurant met 101 heerlijke vleesgerechten. Sommigen waagden zich aan een barbeque-mix van rundsbrochettes, kippenmaagjes en kippenhart. Anderen hielden het bij gewokt rundsvlees. Maar allemaal erg lekker!
De volgende dag was het dan tijd waarvoor we naar Pisco waren gekomen: de Islas Ballestas, Parque Paracas en Huacachina. Met de boot zoefden we naar de Islas Ballestas, wat ambitieus de Peruaanse Galapagos-eilanden wordt genoemd. Véél vogels, een aantal pinguinnetjes en wat zeehonden hier en daar. Maar onder een stralend blauwe hemel was het zeker de moeite om dit stukje mooie natuur mee te pikken.
Daarna op naar Parque Paracas, de zeewoestijn. Naar verluid is dit de droogste woestijn ter wereld (in de streek regent het amper). Mooie rotsformaties aan de kust, mooie zandbergen in de verte, roodgekleurde stranden.
En als je zo dicht bent bij de kust, was dit ook het uitgelezen moment voor een visje op het bord! Met een aantal waagden we ons aan ceviche, één van de bekendste gerechten van Peru. Rauwe vis die gemarineerd is in limoensap, en daardoor half rauw wordt. En dat 'overgoten' met rode ajuin. Erg érg lekker!!
Dan opnieuw de weg op. Met een tussenstop in een Pisco-bodega in Ica. In een sneltempo kregen we uitleg over het productieproces van de Pisco-brandy. Maar het leukste van al was natuurlijk een proeverijtje. Zuivere pisco (beik!), iets minder zware pisco (ook nog beik!), semi-preparado pisco die gebruikt wordt om Pisco Sour te maken (mmmmmmm, lekker) en Pisco-baileys (een soort baileys achtige Pisco, niet slecht). We kochten met z'n allen een fles Pisco semi-preparado, die we als aperitief zouden kraken bij de zonsondergang in Huacachina.
Dus, richting Huacachina. Huacachina is een oase middenin de meeeeeeeeeters hoge zandduinen. We sprongen er in zandbuggy's. En wie ooit in de Walibi moest kreisen tijdens de attracties, moest tijdens deze rit op de zandbuggy's zijn stem nog 10 keer meer uit zijn lijf schreeuwen. Man man man, hoe leuk was dit! In razendsnel tempo reden ze met de buggy's zandduinen die wel tientallen meters stijl oprijzen op. Om diezelfde meeeters hoge duinen weer in flashend tempo af te zoeven. Je maag draaide er van om. Maar fantastisch tof, en dat met zicht op de wondermooie duinwoestijn. Dit was een toppertje. Doe daar dan nog sandboarden op de duinen én een Pisco-aperitief bij zonsondergang bij, en deze dag kon niet meer stuk.
De volgende dag, op naar Ayacucho. Daarvoor moesten we de bus nemen. Die bus was een uur te laat vertrokken vanuit Lima. Dus wij maar wachten wachten wachten. Met grote vertraging aangekomen in Ayacucho, waar we verblijven in de Via Via van Joker. En dit wordt ongetwijfeld één van de topverblijfplaatsen van onze reis. Dit is een wondermooie hostel, met zicht op de plaza de armas (het centrale plein van de stad). De kamers zijn erg mooi en smaakvol ingericht, de medewerkers zijn er erg vriendelijk.
Vandaag zijn we er in Ayacucho op uit getrokken met gids Flash. Zijn opdracht was: toon ons het echte leven in Ayacucho. Flash voelde zich daar erg ongemakkelijk bij. Want voor hen is het erg moeilijk om te begrijpen dat je als toerist niet geïnteresseerd bent in de 30 kerken van Ayacucho. Maar wel in het lokale leven, de gemeenschap, ... . Maar zo gezegd, zo gedaan. En met glans. Flash nam ons mee op sleeptouw naar de lokale markt. Hij liet ons verschillende soorten brood kopen en proeven. Om daarna te voet een aantal wijken te verkennen. Vervolgens namen we een collectivo, een klein lokaal busje. De bus zat al vol, maar wij konden onszelf er nog wel bijproppen. Middenin de lokale bevolking: missie geslaagd. We stapten af aan een halte in de buurt van een comedor. Een soort eetzaal waar lokale mama's dagelijks koken voor de kinderen uit de arme wijken. Wij mochten er mee helpen koken (we waren net op tijd voor het mee helpen pellen van de gekookte aardappelen). Daarna was het wachten op de kinderen om te komen eten. Om de tijd te doden staken we onze nieuwsgierige neus dan eens binnen in een lokale kindercrèche. En dan: lunchtime in de comedor. Erg lekker! En de lokale kids keken toch wat raar op dat wij daar waren.
Toen we de comedor verlieten, hoorden we gejoel op het voetbalpleintje, een beetje verder. Onze jongens dachten: kom, we spelen mee voetbal. En zo hebben onze gasten toch een dikke 20 minuten tegen de voetballende jongens van de wijk gespeeld. Voor ons zeker een leuke belevenis, voor de lokale gasten zeker ook. Er werden foto's gemaakt van de voetbalploegen. En via facebook gaan we proberen om de foto's ook te bezorgen aan de jongens van de wijk.
Dan naar een hogeschool gaan kijken, om dan terug op de collectivo te kruipen. Op weg naar een ziekenhuis. Want houd je vast, in onze groepen zitten:
- 4 studenten geneeskunde
- 1 apotheker
- 1 kinesist
De interesse in de lokale gezondheidszorg was dus groot. We mochten een kijkje gaan nemen op de pediatrie-afdeling. maar toch een wat bevreemdende en pijnlijke belevenis. De omstandigheden en infrastructuur zijn hier te beperkt. Kinderen zien lijden in zo'n beperkte ziekenhuisinfrastructuur, dat roept héél wat ongemakkelijke gevoelens op. Maar bon, dit hebben we dan ook maar gezien.
En er is maar één remedie om een ongemakkelijk gevoel in de maag weg te spoelen: shoppen. Flash leidde ons naar de lokale artisanale markt. Waar heel wat mutsen en handschoenen werden ingeslagen voor een prijsje.
En dan nu: tijd voor ontspanning. We zitten op het terras van de Via Via, allemaal met een cocktail in de hand. Het leven is hier best mooi. De zon schijnt weelderig. Het eten is lekker, de drankjes gaan vlotjes binnen, mensen zijn lief en vriendelijk. We hebben geen klagen. Zeker nu niet, want straks worden we in de Via Via getrakteerd op een 3-gangen welkomstdiner. Dat gaat smaken!
Tot hoors!
Waar te beginnen? Bij dag 1. Akke akke tuut tuut naar Schiphol. En dan, 200% luxe op de KLM-vlucht rechtstreeks richting Lima. Niet alleen lekker eten, maar ook veel extra's. Onder het motto van "tegen 't flebit moet je regelmatig de benen strekken" hebben we zo nu en dan de extra snacks van KLM geplunderd: mentos, tuk-koekjes, mars, ... . De eerste keer dat ik rond gegeten van een vlucht ben gestapt.
Dan, avontuur nummer 1 op de luchthaven. Tina had in haar handbagage nog een appel zitten. Verdacht, dat vonden de speurhonden op de luchthaven alvast. En jawel, ze werd op heterdaad betrapt voor verboden invoer van fruit. Dus naar een lokaal bureautje waar er een PV werd opgemaakt. Straf verhaal nummer 1 stond al genoteerd.
Van honger was er bij aankomst - rond een uur of 7 's avonds - geen spraken meer. Dus zijn we in centrum Lima enkel nog iets gaan drinken. Mannen kiezen traditioneel voor pintjes. Maar ze hadden zich wat mispakt. Ze dachten dat ze een pintje van't vat hadden besteld. Maar neen hoor. Daar kwamen per persoon een kan bier van minstens 1 liter af. Even schrikken en héél veel hilariteit. Was er na de vlucht sprake van deshydratatie, dan was die heel snel weggespoelt. Maarten was het moedigst van al; hij bestelde een Pisco Sour, de lokale cocktail (Pisco + limoensap + geshaked eiwit).
Dan onder de wol. In een hotel dat gehuisvest is in een oud koloniaal gebouw. Het gebouw had zeker zijn charme. Maar veel lawaai. Niet ideaal om de vermoeidheid van de vlucht weg te slapen. Maar er is maar één manier om de vermoeidheid weg te krijgen: actief aan de slag te gaan. Dus voor de volgende ochtend had ik een fietstocht door Lima geregeld. Ideaal, want op deze manier hebben we tijdens een goeie 4u héél wat van Lima kunnen zien. Niet alleen het oude Lima. Maar ook de wijken San Isidoro en Miraflores, met zicht op de oceaan. Maar Lima, het is niet zo mijn stad. Buiten een aantal mooie oude koloniale gebouwen heeft de drukke en wat vuile stad niet zo veel charmante zaken te bieden. Maar, je moet er geweest zijn.
In de namiddag dan met de bus naar Pisco. Een stadje aan de Stille Oceaan dat in 2007 zwaar geleden heeft onder een aardbeving. Maar wij trokken erop uit, naar restaurant Pica Rica. Een restaurant met 101 heerlijke vleesgerechten. Sommigen waagden zich aan een barbeque-mix van rundsbrochettes, kippenmaagjes en kippenhart. Anderen hielden het bij gewokt rundsvlees. Maar allemaal erg lekker!
De volgende dag was het dan tijd waarvoor we naar Pisco waren gekomen: de Islas Ballestas, Parque Paracas en Huacachina. Met de boot zoefden we naar de Islas Ballestas, wat ambitieus de Peruaanse Galapagos-eilanden wordt genoemd. Véél vogels, een aantal pinguinnetjes en wat zeehonden hier en daar. Maar onder een stralend blauwe hemel was het zeker de moeite om dit stukje mooie natuur mee te pikken.
Daarna op naar Parque Paracas, de zeewoestijn. Naar verluid is dit de droogste woestijn ter wereld (in de streek regent het amper). Mooie rotsformaties aan de kust, mooie zandbergen in de verte, roodgekleurde stranden.
En als je zo dicht bent bij de kust, was dit ook het uitgelezen moment voor een visje op het bord! Met een aantal waagden we ons aan ceviche, één van de bekendste gerechten van Peru. Rauwe vis die gemarineerd is in limoensap, en daardoor half rauw wordt. En dat 'overgoten' met rode ajuin. Erg érg lekker!!
Dan opnieuw de weg op. Met een tussenstop in een Pisco-bodega in Ica. In een sneltempo kregen we uitleg over het productieproces van de Pisco-brandy. Maar het leukste van al was natuurlijk een proeverijtje. Zuivere pisco (beik!), iets minder zware pisco (ook nog beik!), semi-preparado pisco die gebruikt wordt om Pisco Sour te maken (mmmmmmm, lekker) en Pisco-baileys (een soort baileys achtige Pisco, niet slecht). We kochten met z'n allen een fles Pisco semi-preparado, die we als aperitief zouden kraken bij de zonsondergang in Huacachina.
Dus, richting Huacachina. Huacachina is een oase middenin de meeeeeeeeeters hoge zandduinen. We sprongen er in zandbuggy's. En wie ooit in de Walibi moest kreisen tijdens de attracties, moest tijdens deze rit op de zandbuggy's zijn stem nog 10 keer meer uit zijn lijf schreeuwen. Man man man, hoe leuk was dit! In razendsnel tempo reden ze met de buggy's zandduinen die wel tientallen meters stijl oprijzen op. Om diezelfde meeeters hoge duinen weer in flashend tempo af te zoeven. Je maag draaide er van om. Maar fantastisch tof, en dat met zicht op de wondermooie duinwoestijn. Dit was een toppertje. Doe daar dan nog sandboarden op de duinen én een Pisco-aperitief bij zonsondergang bij, en deze dag kon niet meer stuk.
De volgende dag, op naar Ayacucho. Daarvoor moesten we de bus nemen. Die bus was een uur te laat vertrokken vanuit Lima. Dus wij maar wachten wachten wachten. Met grote vertraging aangekomen in Ayacucho, waar we verblijven in de Via Via van Joker. En dit wordt ongetwijfeld één van de topverblijfplaatsen van onze reis. Dit is een wondermooie hostel, met zicht op de plaza de armas (het centrale plein van de stad). De kamers zijn erg mooi en smaakvol ingericht, de medewerkers zijn er erg vriendelijk.
Vandaag zijn we er in Ayacucho op uit getrokken met gids Flash. Zijn opdracht was: toon ons het echte leven in Ayacucho. Flash voelde zich daar erg ongemakkelijk bij. Want voor hen is het erg moeilijk om te begrijpen dat je als toerist niet geïnteresseerd bent in de 30 kerken van Ayacucho. Maar wel in het lokale leven, de gemeenschap, ... . Maar zo gezegd, zo gedaan. En met glans. Flash nam ons mee op sleeptouw naar de lokale markt. Hij liet ons verschillende soorten brood kopen en proeven. Om daarna te voet een aantal wijken te verkennen. Vervolgens namen we een collectivo, een klein lokaal busje. De bus zat al vol, maar wij konden onszelf er nog wel bijproppen. Middenin de lokale bevolking: missie geslaagd. We stapten af aan een halte in de buurt van een comedor. Een soort eetzaal waar lokale mama's dagelijks koken voor de kinderen uit de arme wijken. Wij mochten er mee helpen koken (we waren net op tijd voor het mee helpen pellen van de gekookte aardappelen). Daarna was het wachten op de kinderen om te komen eten. Om de tijd te doden staken we onze nieuwsgierige neus dan eens binnen in een lokale kindercrèche. En dan: lunchtime in de comedor. Erg lekker! En de lokale kids keken toch wat raar op dat wij daar waren.
Toen we de comedor verlieten, hoorden we gejoel op het voetbalpleintje, een beetje verder. Onze jongens dachten: kom, we spelen mee voetbal. En zo hebben onze gasten toch een dikke 20 minuten tegen de voetballende jongens van de wijk gespeeld. Voor ons zeker een leuke belevenis, voor de lokale gasten zeker ook. Er werden foto's gemaakt van de voetbalploegen. En via facebook gaan we proberen om de foto's ook te bezorgen aan de jongens van de wijk.
Dan naar een hogeschool gaan kijken, om dan terug op de collectivo te kruipen. Op weg naar een ziekenhuis. Want houd je vast, in onze groepen zitten:
- 4 studenten geneeskunde
- 1 apotheker
- 1 kinesist
De interesse in de lokale gezondheidszorg was dus groot. We mochten een kijkje gaan nemen op de pediatrie-afdeling. maar toch een wat bevreemdende en pijnlijke belevenis. De omstandigheden en infrastructuur zijn hier te beperkt. Kinderen zien lijden in zo'n beperkte ziekenhuisinfrastructuur, dat roept héél wat ongemakkelijke gevoelens op. Maar bon, dit hebben we dan ook maar gezien.
En er is maar één remedie om een ongemakkelijk gevoel in de maag weg te spoelen: shoppen. Flash leidde ons naar de lokale artisanale markt. Waar heel wat mutsen en handschoenen werden ingeslagen voor een prijsje.
En dan nu: tijd voor ontspanning. We zitten op het terras van de Via Via, allemaal met een cocktail in de hand. Het leven is hier best mooi. De zon schijnt weelderig. Het eten is lekker, de drankjes gaan vlotjes binnen, mensen zijn lief en vriendelijk. We hebben geen klagen. Zeker nu niet, want straks worden we in de Via Via getrakteerd op een 3-gangen welkomstdiner. Dat gaat smaken!
Tot hoors!
donderdag 10 november 2011
Via Titicaca en La Paz terug naar België
Copacabana, in Brazilië is het een funky stad. In Bolivië is het een pelgrimsttadje. Er staat een kathedraal, en Bolivianen komen er (soms zelfs wandelend vanuit La Paz) naartoe om hun zonden te laten vergeven, hun huis of wagen te laten zegenen... . De kathedraal had wel iets; het leek op een moorse constructie zoals je er wel meerdere vindt in Andalusië.
We hebben zelf ook een kleine pelgrimactie ondernomen; de berg naar het "heiligdom" op de berg naast Copacabana beklommen. Niet omwille van de religieuze waarde ervan, wel omdat je vanop de top van de berg een mooi zicht hebt op Copacabana, de baai van Copacabana, het Titicacameer en het nabijgelegen Peru. En omdat je vanop de berg een zonsondergang kon meepikken, onze 1ste in Bolivië. Maar tevergeefs, net voor de zon onderging kwam daar een hele donkere wolk aangeslopen. Dag zonsondergang, welkom felle wind en avondkilte.
De volgende ochtend zijn we een bootje opgekropen richting Isla del Sol. 3u´tjes varen om dan aan te spoelen op het noordelijk deel van het eiland. We hadden er meteen een (knap) vriendje: een Zwitserse kerel die ook van het noorden van het eiland naar het zuiden (ongeveer een 8-tal kilometer) zou wandelen. Tegen knap gezelschap zeggen wij meisjes nooit nee. Maar onze Zwitser bleek een echte berggeit. Isla del Sol is een erg bergzaam eiland, met steile heuvels op en af. Reken daarbij een loodzware zon (wel erg toepasselijk, de naam van het eiland), en wij moesten al puffend ons hypersportieve, knappe wandelgezelschap laten gaan. Dan maar op eigen houtje verder gewandeld. En verdienstelijk. We hebben gepuft en gezwoeft (de hoogte, meer dan 4000m op Isla del Sol, blijft ons ferm op onze adem trappen). Maar na 5-utjes wandelen op ons eigen tempo, en genietend van het mooie landschap, hebben we het eiland toch vlotjes afgewandeld. En het Titicacameer mag er zijn. Het meer heeft een mooie, quasi unieke blauwe kleur, met onderstromen die zich aftekenen. Daartussen vind je allerlei grotere en kleinere eilandjes. Het geheel heeft iets weg van de Griekse eilanden.
Toen we in Yumani, het stadje in het zuiden van het eiland toekwamen, vonden we dat we wel een vers fruistapje of milkshake (want ze zijn hier zo lekker) hadden verdiend. We gingen op zoek naar een restaurantje. Maar alles bleek gesloten of ongezellig kil vanbinnen. Onderweg kwamen we 3 oudere dames tegen. We vroegen aan hen of zij geen restaurantje kenden waar we iets konden drinken en iets konden eten. Ze keuvelden wat onder elkaar. En dan zegt er ene: "boven is restaurant Las Vales, je kan daar gaan eten, zij (1vd3 dames) zal met je meegaan tot daar." We hadden het echt gehad met het stijgen en dalen. Maar we hadden niet veel keuze, dus zijn we met die vrouw meegegaan. Alweer klimmen klimmen klimmen, zweten, zwoegen, op je adem trappen. We hadden ook geen idee waar die vrouw ons naartoe zou brengen. Ze vertelde enkel dat het restaurantje in het bos, bovenop de berg gelegen was. Op onze vraag of het toch zeker geopend ging zijn, antwoordde ze bevestigend. We bleven argwanend. Maar eens boven op de berg zijn we rijkelook beloond geweest. We hadden een fenomenaal zicht op de westzijde van Isla del Sol. Dus konden we de zon zien ondergaan. Deze keer met veel succes; een prachtige zonsondergang. Een vers fruitsapje of milkshake konden we dan wel niet krijgen (op het eiland is geen elektriciteit). Maar het eten dat we kregen - en dat de vrouw die ons naar het restaurent leidde uiteindelijk zelf bereidde - was fenomenaal lekker. Forel in papillotte, met look, wijn, basilicum, tomaat en puree en verse groentjes. Zonder twijfel de beste maaltijd die we hier tot nu toe hebben gegeten. En dat bij kaarslicht, want jawel, geen elektriciteit. Geluk zit hem soms in kleine onverwachte hoekjes. Want waren we deze vrouw en haar 2 vriendinnen niet tegengekomen, hadden we hen niet gevraagd waar we iets konden eten, dan waren we hier nooit beland. En dan hadden we een heerlijke boliviaanse maaltijd op een prachtige locatie gemist.
Deze ochtend dan Isla del Sol terug ingeruild voor Copacabana. anderhalf uur dobberen op het water, om dan de bus op te kruipen naar La Paz. Wat een sardientjeservaring, die bus. Ik had de eer om boven het wiel van de bus te zitten. Boven dat wiel zit natuurlijk een boog, wat je beenruimte inperkt. Tjongejonge, 3,5 uur mijn benen niet kunnen strekken, buigen, bewegen... . De tijd duurt lang zo.
Maar hier zijn we dan weer, in La Paz. Morgen is onze laatste dag hier. En we gaan die lui invullen. Uitslapen, nog op zoek naar de laatste souveniertjes, de laatste verse sinaasappelsapjes en milkshakes drinken... .
Vrijdagochtend pakken we hier onze biezen. Om na 30u onderweg onze voeten terug op Belgische bodem te zetten. We zien tegen de heenreis op, want zoooo vreselijk lang. Maar het is ook goed geweest. We hebben ons met z´n drietjes een maand heerlijk geamuseerd, prachtige dingen gezien, leuke mensen ontmoet, genoten van heerlijk zonnig weer. Maar het is tijd om de hoogvlakte en het gebrek aan zuurstof in te ruilen voor een overvloed aan lucht, en om de topjes en zonnecreme weg te steken en in te ruilen voor belgische sjaals, mutsen, laarsjes, warme choco´s en gezelschap van de leuke mensen rondom ons!
Tot zo!!!
We hebben zelf ook een kleine pelgrimactie ondernomen; de berg naar het "heiligdom" op de berg naast Copacabana beklommen. Niet omwille van de religieuze waarde ervan, wel omdat je vanop de top van de berg een mooi zicht hebt op Copacabana, de baai van Copacabana, het Titicacameer en het nabijgelegen Peru. En omdat je vanop de berg een zonsondergang kon meepikken, onze 1ste in Bolivië. Maar tevergeefs, net voor de zon onderging kwam daar een hele donkere wolk aangeslopen. Dag zonsondergang, welkom felle wind en avondkilte.
De volgende ochtend zijn we een bootje opgekropen richting Isla del Sol. 3u´tjes varen om dan aan te spoelen op het noordelijk deel van het eiland. We hadden er meteen een (knap) vriendje: een Zwitserse kerel die ook van het noorden van het eiland naar het zuiden (ongeveer een 8-tal kilometer) zou wandelen. Tegen knap gezelschap zeggen wij meisjes nooit nee. Maar onze Zwitser bleek een echte berggeit. Isla del Sol is een erg bergzaam eiland, met steile heuvels op en af. Reken daarbij een loodzware zon (wel erg toepasselijk, de naam van het eiland), en wij moesten al puffend ons hypersportieve, knappe wandelgezelschap laten gaan. Dan maar op eigen houtje verder gewandeld. En verdienstelijk. We hebben gepuft en gezwoeft (de hoogte, meer dan 4000m op Isla del Sol, blijft ons ferm op onze adem trappen). Maar na 5-utjes wandelen op ons eigen tempo, en genietend van het mooie landschap, hebben we het eiland toch vlotjes afgewandeld. En het Titicacameer mag er zijn. Het meer heeft een mooie, quasi unieke blauwe kleur, met onderstromen die zich aftekenen. Daartussen vind je allerlei grotere en kleinere eilandjes. Het geheel heeft iets weg van de Griekse eilanden.
Toen we in Yumani, het stadje in het zuiden van het eiland toekwamen, vonden we dat we wel een vers fruistapje of milkshake (want ze zijn hier zo lekker) hadden verdiend. We gingen op zoek naar een restaurantje. Maar alles bleek gesloten of ongezellig kil vanbinnen. Onderweg kwamen we 3 oudere dames tegen. We vroegen aan hen of zij geen restaurantje kenden waar we iets konden drinken en iets konden eten. Ze keuvelden wat onder elkaar. En dan zegt er ene: "boven is restaurant Las Vales, je kan daar gaan eten, zij (1vd3 dames) zal met je meegaan tot daar." We hadden het echt gehad met het stijgen en dalen. Maar we hadden niet veel keuze, dus zijn we met die vrouw meegegaan. Alweer klimmen klimmen klimmen, zweten, zwoegen, op je adem trappen. We hadden ook geen idee waar die vrouw ons naartoe zou brengen. Ze vertelde enkel dat het restaurantje in het bos, bovenop de berg gelegen was. Op onze vraag of het toch zeker geopend ging zijn, antwoordde ze bevestigend. We bleven argwanend. Maar eens boven op de berg zijn we rijkelook beloond geweest. We hadden een fenomenaal zicht op de westzijde van Isla del Sol. Dus konden we de zon zien ondergaan. Deze keer met veel succes; een prachtige zonsondergang. Een vers fruitsapje of milkshake konden we dan wel niet krijgen (op het eiland is geen elektriciteit). Maar het eten dat we kregen - en dat de vrouw die ons naar het restaurent leidde uiteindelijk zelf bereidde - was fenomenaal lekker. Forel in papillotte, met look, wijn, basilicum, tomaat en puree en verse groentjes. Zonder twijfel de beste maaltijd die we hier tot nu toe hebben gegeten. En dat bij kaarslicht, want jawel, geen elektriciteit. Geluk zit hem soms in kleine onverwachte hoekjes. Want waren we deze vrouw en haar 2 vriendinnen niet tegengekomen, hadden we hen niet gevraagd waar we iets konden eten, dan waren we hier nooit beland. En dan hadden we een heerlijke boliviaanse maaltijd op een prachtige locatie gemist.
Deze ochtend dan Isla del Sol terug ingeruild voor Copacabana. anderhalf uur dobberen op het water, om dan de bus op te kruipen naar La Paz. Wat een sardientjeservaring, die bus. Ik had de eer om boven het wiel van de bus te zitten. Boven dat wiel zit natuurlijk een boog, wat je beenruimte inperkt. Tjongejonge, 3,5 uur mijn benen niet kunnen strekken, buigen, bewegen... . De tijd duurt lang zo.
Maar hier zijn we dan weer, in La Paz. Morgen is onze laatste dag hier. En we gaan die lui invullen. Uitslapen, nog op zoek naar de laatste souveniertjes, de laatste verse sinaasappelsapjes en milkshakes drinken... .
Vrijdagochtend pakken we hier onze biezen. Om na 30u onderweg onze voeten terug op Belgische bodem te zetten. We zien tegen de heenreis op, want zoooo vreselijk lang. Maar het is ook goed geweest. We hebben ons met z´n drietjes een maand heerlijk geamuseerd, prachtige dingen gezien, leuke mensen ontmoet, genoten van heerlijk zonnig weer. Maar het is tijd om de hoogvlakte en het gebrek aan zuurstof in te ruilen voor een overvloed aan lucht, en om de topjes en zonnecreme weg te steken en in te ruilen voor belgische sjaals, mutsen, laarsjes, warme choco´s en gezelschap van de leuke mensen rondom ons!
Tot zo!!!
maandag 7 november 2011
Ter land, ter zee en in de lucht naar en in het Amazonegebied!
Bolivia, zonder twijfel een land met heel wat contrasten. Donderdag ruilden we de hooglanden in voor de laaglanden van het land, het Amazonegebied. We kozen voor de korte pijn, en kropen in een propellervliegtuigje. Er kon ochottekes 20 man in, rechtstaan was niet mogelijk, en je kon de cockpit en de piloten vanuit je stoel bezig zien. Veel lawaai, maar verder geen klachten van "de vlucht".
Op amper een half uurtje vliegen stonden we in Rurrenabaque, het stadje aan de voet van het Amazonegebied. Het luchthavengebouw was om te gieren. Stel je een gebouwtje voor dat de helft zo groot was als het gebouw op het vliegveld van Grimbergen. Petieterig klein dus. De landingstrook was al even grappig; gewoon een strook gras. Je had er even goed een balletje kunnen sjotten.
Het verschil tussen hoog- en laagland is natuurlijk de warmte. We hebben het overal al aardig warm en zonnig naar onze zin gehad. Maar in Rurre was het wat te veel van het goede. Erg warm, ondraaglijk vochtig. We hebben ons voor de rest van de dag beperkt tot hangmathangen :).
De dag nadien zijn we met onze gids, den Ivan, naar onze lodge midden in het Amazonewoud vertrokken. De 1ste indruk van Ivan was tegenvallend. Rare kerel, heel rare manieren, loom, keek ook heel eigenaardig naar ons (klein persoonlijkheidsstoorniske misschien? ;)). Maar veel keuze hadden we niet. Bootje opgekropen. En stel u geen Flandria-boot voor. Maar een houten bootje waar je met een 8-tal man in kan. De rand van de boot bevindt zich op een 20-tal centimeter van de toch behoorlijk wilde rivier. Spannend hoor, zo af en toe een klotske in de boot.
Heenwaarts (stroomopwaarts) hebben we er een 6-tal uren over gedaan on in Chalalanlodge te geraken, een prachtige lodge aan de rand van een ovaalvormig meer. Veel heb ik zelf van de bootrit niet bewust meegemaakt. Ik heb quasi de hele tijd geslapen. Want jawel, daar waren de 1ste ziektekiemen: krampen. Hel! Maar ik heb altijd een apotheek voor een heel leger mee. Dus met buscopan en enterollekes zijn de krampen toch vrij snel bestreden.
In Chalalan heeft den Ivan zich dan van zijn andere kant laten zien. Zijn kennis van het Amazonewoud was echt wel fenomenaal. 10-tallen verhalen over planten en bomen (bomen die slechte geesten uitlokken, bomen waarvan je kan sterven, bomen die naar look ruiken...), verhalen over zijn gemeenschap (wat je betaalt voor de lodge is overigens ten goede van de gemeenschap, waarmee ze ondertussen een schooltje en ziekenhuis hebben kunnen bouwen). Maar den Ivan kon ook alle dierengeluiden nabootsen. Daarmee probeerde hij dieren te lokken. En soms wel met succes. We hebben apen gezien, verschillende soorten vogels, papegaaien, ... . Specialiteit van den Ivan: een soort everzwijnen lokken. zaten wij als een bende onozelaars - op zijn instructies - te sluipen achter stinkende zwijnen. En waren we ineens omsingeld door een troep zwijnen. Zegt den Ivan bloedserieus : "they are agressive, they want to attack". Jaja, geestig. Maar bon, ze zijn toch afgedropen (nadat den Ivan een geluid maakte waar zwijnen niet van houden).
Het leukst van al waren mischien wel de nachtwandelingen . Stonden op het menu: tarrantullas (veel te veel tarrantulas), kikkers en kaaimannen. Leuk en vooral heel spannend. De tarrantullas zaten echt overal, waardoor we ook schrik hadden om naar de wc te gaan. Besluit: we hadden het pact gesloten om ´s nachts niet alleen naar de wc te gaan, maar elkaar wakker te maken. want vieze, en gevaarlijke beesten die meerpoters.
Een regenwoud is natuurlijk vochtig. En wie vochtig en warm zegt, zegt ook kakkerlakken. De 1ste nacht waren we in ons hutje op zoek naar een grote kever die was binnengevlogen. Kwamen we in de plaats een halve kudde kakkerlakken tegen. Slik. Een paar kunnen vangen met een glas, maar dat is natuurlijk hopeloos. Verstand op nul, en je muskietennet goed onder je matras bevestigen. De volgende ochtend, bij het opruimen van onze zak, was het iets minder grappig. Mijn pull hing gewoon aan de kapstok. Wat komt daar uit gekropen: een kakkerlak natuurlijk. Wat zit er lekker te zonnen op mijn ingepakte slaapzak: een kakkerlak. Ggggggggrrrrrrrrrrr. En wij - meisjes blijven meisjes - maar gillen natuurlijk. Beik, vieze beestjes. Eventjes aan de Ivan gevraagd of kakkerlakken ook eitjes leggen. Zegt die natuurlijk met een greins toch achter zijn oren: "natuurlijk". Slik. Hij heeft mijn spullen eens geinspecteerd op dat vuile ongedierte. En normaalgezien zou dat eiloos moeten zijn. Hopelijk zijn de beestjes ook ginder gebleven, en zien ze op tegen een reisje naar Belgie.
In de lodge ook het "beste" feestje van de laatste maanden meegemaakt. Uiteraard, zo´n communitylodge wil dan zijn muziekinstrumten en dansen tonen. Gieren!!! De locale mannen kwamen ons dan halen om met hen te dansen. Nog nooit met zo´n kleine mannen gedanst. Zo klein, dat hun ogen en neus quasi tussen je borsten staken. Och ja, ze kunnen het maar gehad hebben.
Gisteren zijn we dan zelf met het miniatuurvliegtuig teruggevlogen naar La Paz. De weergoden waren ons goedgezind; na de felle ochtendregens (niet abnormaal in een regenwoud), klaarde de hemel vanaf de middag steeds open. En konden we vanop het graspleintje van Rurre vlot vertrekken.
Vanochtend hebben we La Paz ingeruild voor Copacabana. Vergis u niet, niet de Braziliaanse funky stad. Maar wel een klein stadje aan het Titicacameer. Het stelt niet zo veel voor, maar het is wel charmant, het zonnetje schijnt heerlijk. Morgen nemen we de boot naar het Isla del Sol, voor een dagje wandelen. Woensdag keren we dan terug naar La Paz. Om dan stilletjesaan terug naar Belgenlandje terug te keren.
De volgende blog wordt waarschijnlijk de laatste. Hasta la proxima!
Op amper een half uurtje vliegen stonden we in Rurrenabaque, het stadje aan de voet van het Amazonegebied. Het luchthavengebouw was om te gieren. Stel je een gebouwtje voor dat de helft zo groot was als het gebouw op het vliegveld van Grimbergen. Petieterig klein dus. De landingstrook was al even grappig; gewoon een strook gras. Je had er even goed een balletje kunnen sjotten.
Het verschil tussen hoog- en laagland is natuurlijk de warmte. We hebben het overal al aardig warm en zonnig naar onze zin gehad. Maar in Rurre was het wat te veel van het goede. Erg warm, ondraaglijk vochtig. We hebben ons voor de rest van de dag beperkt tot hangmathangen :).
De dag nadien zijn we met onze gids, den Ivan, naar onze lodge midden in het Amazonewoud vertrokken. De 1ste indruk van Ivan was tegenvallend. Rare kerel, heel rare manieren, loom, keek ook heel eigenaardig naar ons (klein persoonlijkheidsstoorniske misschien? ;)). Maar veel keuze hadden we niet. Bootje opgekropen. En stel u geen Flandria-boot voor. Maar een houten bootje waar je met een 8-tal man in kan. De rand van de boot bevindt zich op een 20-tal centimeter van de toch behoorlijk wilde rivier. Spannend hoor, zo af en toe een klotske in de boot.
Heenwaarts (stroomopwaarts) hebben we er een 6-tal uren over gedaan on in Chalalanlodge te geraken, een prachtige lodge aan de rand van een ovaalvormig meer. Veel heb ik zelf van de bootrit niet bewust meegemaakt. Ik heb quasi de hele tijd geslapen. Want jawel, daar waren de 1ste ziektekiemen: krampen. Hel! Maar ik heb altijd een apotheek voor een heel leger mee. Dus met buscopan en enterollekes zijn de krampen toch vrij snel bestreden.
In Chalalan heeft den Ivan zich dan van zijn andere kant laten zien. Zijn kennis van het Amazonewoud was echt wel fenomenaal. 10-tallen verhalen over planten en bomen (bomen die slechte geesten uitlokken, bomen waarvan je kan sterven, bomen die naar look ruiken...), verhalen over zijn gemeenschap (wat je betaalt voor de lodge is overigens ten goede van de gemeenschap, waarmee ze ondertussen een schooltje en ziekenhuis hebben kunnen bouwen). Maar den Ivan kon ook alle dierengeluiden nabootsen. Daarmee probeerde hij dieren te lokken. En soms wel met succes. We hebben apen gezien, verschillende soorten vogels, papegaaien, ... . Specialiteit van den Ivan: een soort everzwijnen lokken. zaten wij als een bende onozelaars - op zijn instructies - te sluipen achter stinkende zwijnen. En waren we ineens omsingeld door een troep zwijnen. Zegt den Ivan bloedserieus : "they are agressive, they want to attack". Jaja, geestig. Maar bon, ze zijn toch afgedropen (nadat den Ivan een geluid maakte waar zwijnen niet van houden).
Het leukst van al waren mischien wel de nachtwandelingen . Stonden op het menu: tarrantullas (veel te veel tarrantulas), kikkers en kaaimannen. Leuk en vooral heel spannend. De tarrantullas zaten echt overal, waardoor we ook schrik hadden om naar de wc te gaan. Besluit: we hadden het pact gesloten om ´s nachts niet alleen naar de wc te gaan, maar elkaar wakker te maken. want vieze, en gevaarlijke beesten die meerpoters.
Een regenwoud is natuurlijk vochtig. En wie vochtig en warm zegt, zegt ook kakkerlakken. De 1ste nacht waren we in ons hutje op zoek naar een grote kever die was binnengevlogen. Kwamen we in de plaats een halve kudde kakkerlakken tegen. Slik. Een paar kunnen vangen met een glas, maar dat is natuurlijk hopeloos. Verstand op nul, en je muskietennet goed onder je matras bevestigen. De volgende ochtend, bij het opruimen van onze zak, was het iets minder grappig. Mijn pull hing gewoon aan de kapstok. Wat komt daar uit gekropen: een kakkerlak natuurlijk. Wat zit er lekker te zonnen op mijn ingepakte slaapzak: een kakkerlak. Ggggggggrrrrrrrrrrr. En wij - meisjes blijven meisjes - maar gillen natuurlijk. Beik, vieze beestjes. Eventjes aan de Ivan gevraagd of kakkerlakken ook eitjes leggen. Zegt die natuurlijk met een greins toch achter zijn oren: "natuurlijk". Slik. Hij heeft mijn spullen eens geinspecteerd op dat vuile ongedierte. En normaalgezien zou dat eiloos moeten zijn. Hopelijk zijn de beestjes ook ginder gebleven, en zien ze op tegen een reisje naar Belgie.
In de lodge ook het "beste" feestje van de laatste maanden meegemaakt. Uiteraard, zo´n communitylodge wil dan zijn muziekinstrumten en dansen tonen. Gieren!!! De locale mannen kwamen ons dan halen om met hen te dansen. Nog nooit met zo´n kleine mannen gedanst. Zo klein, dat hun ogen en neus quasi tussen je borsten staken. Och ja, ze kunnen het maar gehad hebben.
Gisteren zijn we dan zelf met het miniatuurvliegtuig teruggevlogen naar La Paz. De weergoden waren ons goedgezind; na de felle ochtendregens (niet abnormaal in een regenwoud), klaarde de hemel vanaf de middag steeds open. En konden we vanop het graspleintje van Rurre vlot vertrekken.
Vanochtend hebben we La Paz ingeruild voor Copacabana. Vergis u niet, niet de Braziliaanse funky stad. Maar wel een klein stadje aan het Titicacameer. Het stelt niet zo veel voor, maar het is wel charmant, het zonnetje schijnt heerlijk. Morgen nemen we de boot naar het Isla del Sol, voor een dagje wandelen. Woensdag keren we dan terug naar La Paz. Om dan stilletjesaan terug naar Belgenlandje terug te keren.
De volgende blog wordt waarschijnlijk de laatste. Hasta la proxima!
woensdag 2 november 2011
In de hoogst gelegen hoofdstad ter wereld
La Paz, het contrast met de Altiplano kon niet groter zijn. De Altiplano, dat was 100den of zelfs 1000den kilometers eenzame natuur. Desolate landschappen, stilte, weg van de (geciviliseerde) wereld zijn, geen gsm-bereik, ... . La Paz, de hoogst gelegen hoofdstad ter wereld (3600m), is daar compleet het tegenovergestelde van. Stel je volgend straatbeeld voor: smog, druk heen en weer gerei van auto´s, vrachtwagens, minibusjes, vuile straten, getuuter overal. De straat oversteken is op zich ook een hele uitdaging. Auto´s deinzen er niet voor terug om je omver te rijden terwijl je de straat oversteekt. Een spannende en gichelende onderneming dus.
Het architecturale van La Paz stelt ons ook teleur. Op zich zijn er hier wel wat koloniale wijken. Maar de huizen zijn allemaal heel slecht onderhouden/vervallen. Als je alles optelt, is er hier 1 klein, charmant en mooi onderhouden steegje in koloniale stijl. Ook de plaza met het presidentieel paleis mag er zijn. Voor de rest is La Paz vooral een functionele, administratieve stad. Eigenlijk is La Paz het mooist als het donker is. Als het donker wordt en de straatverlichting op de bergheuvels aanspringt, is het hier eigenlijk 1 groot kersttafereel. En dat is wel een mooi schouwspel.
Vandaag ook een ander leuk en zelfs uniek spectakeltje kunnen aanschouwen. Sarah werkt als psycholoog in de gevangenis van Oudenaarde. En ja, beroepsgewijs zijn we dan hier toch ook eens een kijkje gaan nemen aan de gevangenis die in het centrum van de stad ligt. Niet zo´n heel groot gebouw. En vooral een gebouw waarvan je denkt dat het niet zo moeilijk is om uit te ontsnappen. Hele lage muren, muren die in slechte staat zijn en die verder ook niet beveiligd zijn tegen ontsnappingen (geen prikkeldraad bijvoorbeeld). We hebben een tijdje staan kijken naar de ingang van het gebouw. Om te kijken hoe bezoekers de gevangenis binnen gingen Maar vooral omdat er wat gerumoer was aan de gevangenispoort. En dat rumoer was er niet zomaar. Want ineens kwam er een gevangenisbusje aangereden, geflankeerd door motors en pickups, allemaal geladen met tot de tanden bewapende militairen/politieagenten/special forces. De straat voor de gevangenis werd helemaal afgezet. En wij keken vanuit het parkje voor de gevangenis, ongeveer 20m voor de gevangenispoort, toe wat er stond te gebeuren. En jawel, daar kwamen een 10-tal gevangen, gekleed in een kogelvrije vest en vastgeboeid aan hun bewaker, de gevangenis uit. Om dan meteen het gevangenisbusje, dat op zich toch ook niet zo gepantserd leek, op te stappen met hun bewaker. Dat alles heeft alles bij elkaar max. 5 minuten geduurd. Waarna de hele kolonne - bus en alle flankerende voertuigen - wegreden van de gevangenis. Op zich allemaal heel spannend om te zien, zeker als je weet dat in die gevangenis mensen worden vastgehouden die veroordeeld zijn voor zware misdaden, drugbarons zijn... . Geen brave jongens dus. Maar ook dat stukje van de boliviaanse samenleving hebben we dus meegepikt.
Vandaag, 2 november, is het hier officiele feestdag. De Bolivianen trekken vandaag allemaal naar het kerkhof. De meeste winkels zijn toe. Vanochtend om 8.30u wel door de fanfare gewekt. Het is eens wat anders dan getoeter en gebrul van auto´s die in file staan voor het pompstation voor onze hostal. Maar kom, we hebben toch 12u kunnen slapen. Jawel, 12u. Dat was ook wel nodig na het nachtbusavontuur vanuit Uyuni. We hadden een ´comfortbus´geboekt. Maar weinig comfort aan. De weg op zich was alweer een ramp, waardoor je continu heen en weer werd geschud. Door al het gerammel leek de bus op elk moment ook uit elkaar te kunnen vallen. De versnellingsbak leek ook op sterven na dood. Tot overmaat van ramp was er ook continu een lampje dat rood flikkerde én tuutte op het dashboard van de bus (wij zaten vooraan de bus dus konden alles horen en zien). Maar na 12 lange, slapeloze uren toch heelhuids in La Paz geraakt. En die 12 slapeloze uren hebben we ondertussen ingehaald.
Morgenvroeg houden we La Paz voor bekeken. We nemen een binnenvlucht naar Rurrenabaque, een stadje aan de voet van de Boliviaanse Amazone. De weergoden moeten ons goed gezind zijn, want bij regen kan het kleine vliegtuigje er niet landen. De landingsbaan is er immers niet geasfalteerd, maar bevindt zich nog in charmante toestand (gewoon grond). Dus, fingers crossed dat de hemelsluizen dicht blijven. Vandaag heeft het hier in La Paz al wat geregend. Onze 1ste regendruppels hier in Bolivia. Maar wat er vandaag uitvalt, kan morgen niet meer uit de hemel vallen (wishful thinking). Dus hopelijk geraken we er. En dan spenderen we 4 dagen in het Boliviaanse regenwoud. Op zoek naar alligators, papegaaien, spinnen, slangen, dolfijnen en ander moois. Dat worden weer 4 dagen natuur en weg van de wereld zijn. Heerlijk!!
Hasta la proxima vez!
Het architecturale van La Paz stelt ons ook teleur. Op zich zijn er hier wel wat koloniale wijken. Maar de huizen zijn allemaal heel slecht onderhouden/vervallen. Als je alles optelt, is er hier 1 klein, charmant en mooi onderhouden steegje in koloniale stijl. Ook de plaza met het presidentieel paleis mag er zijn. Voor de rest is La Paz vooral een functionele, administratieve stad. Eigenlijk is La Paz het mooist als het donker is. Als het donker wordt en de straatverlichting op de bergheuvels aanspringt, is het hier eigenlijk 1 groot kersttafereel. En dat is wel een mooi schouwspel.
Vandaag ook een ander leuk en zelfs uniek spectakeltje kunnen aanschouwen. Sarah werkt als psycholoog in de gevangenis van Oudenaarde. En ja, beroepsgewijs zijn we dan hier toch ook eens een kijkje gaan nemen aan de gevangenis die in het centrum van de stad ligt. Niet zo´n heel groot gebouw. En vooral een gebouw waarvan je denkt dat het niet zo moeilijk is om uit te ontsnappen. Hele lage muren, muren die in slechte staat zijn en die verder ook niet beveiligd zijn tegen ontsnappingen (geen prikkeldraad bijvoorbeeld). We hebben een tijdje staan kijken naar de ingang van het gebouw. Om te kijken hoe bezoekers de gevangenis binnen gingen Maar vooral omdat er wat gerumoer was aan de gevangenispoort. En dat rumoer was er niet zomaar. Want ineens kwam er een gevangenisbusje aangereden, geflankeerd door motors en pickups, allemaal geladen met tot de tanden bewapende militairen/politieagenten/special forces. De straat voor de gevangenis werd helemaal afgezet. En wij keken vanuit het parkje voor de gevangenis, ongeveer 20m voor de gevangenispoort, toe wat er stond te gebeuren. En jawel, daar kwamen een 10-tal gevangen, gekleed in een kogelvrije vest en vastgeboeid aan hun bewaker, de gevangenis uit. Om dan meteen het gevangenisbusje, dat op zich toch ook niet zo gepantserd leek, op te stappen met hun bewaker. Dat alles heeft alles bij elkaar max. 5 minuten geduurd. Waarna de hele kolonne - bus en alle flankerende voertuigen - wegreden van de gevangenis. Op zich allemaal heel spannend om te zien, zeker als je weet dat in die gevangenis mensen worden vastgehouden die veroordeeld zijn voor zware misdaden, drugbarons zijn... . Geen brave jongens dus. Maar ook dat stukje van de boliviaanse samenleving hebben we dus meegepikt.
Vandaag, 2 november, is het hier officiele feestdag. De Bolivianen trekken vandaag allemaal naar het kerkhof. De meeste winkels zijn toe. Vanochtend om 8.30u wel door de fanfare gewekt. Het is eens wat anders dan getoeter en gebrul van auto´s die in file staan voor het pompstation voor onze hostal. Maar kom, we hebben toch 12u kunnen slapen. Jawel, 12u. Dat was ook wel nodig na het nachtbusavontuur vanuit Uyuni. We hadden een ´comfortbus´geboekt. Maar weinig comfort aan. De weg op zich was alweer een ramp, waardoor je continu heen en weer werd geschud. Door al het gerammel leek de bus op elk moment ook uit elkaar te kunnen vallen. De versnellingsbak leek ook op sterven na dood. Tot overmaat van ramp was er ook continu een lampje dat rood flikkerde én tuutte op het dashboard van de bus (wij zaten vooraan de bus dus konden alles horen en zien). Maar na 12 lange, slapeloze uren toch heelhuids in La Paz geraakt. En die 12 slapeloze uren hebben we ondertussen ingehaald.
Morgenvroeg houden we La Paz voor bekeken. We nemen een binnenvlucht naar Rurrenabaque, een stadje aan de voet van de Boliviaanse Amazone. De weergoden moeten ons goed gezind zijn, want bij regen kan het kleine vliegtuigje er niet landen. De landingsbaan is er immers niet geasfalteerd, maar bevindt zich nog in charmante toestand (gewoon grond). Dus, fingers crossed dat de hemelsluizen dicht blijven. Vandaag heeft het hier in La Paz al wat geregend. Onze 1ste regendruppels hier in Bolivia. Maar wat er vandaag uitvalt, kan morgen niet meer uit de hemel vallen (wishful thinking). Dus hopelijk geraken we er. En dan spenderen we 4 dagen in het Boliviaanse regenwoud. Op zoek naar alligators, papegaaien, spinnen, slangen, dolfijnen en ander moois. Dat worden weer 4 dagen natuur en weg van de wereld zijn. Heerlijk!!
Hasta la proxima vez!
maandag 31 oktober 2011
Ode aan Patchamama
Wouw, dat is voorlopig het enige dat ik kan uitbrengen na 4 dagen op de Antiplano (hoogvlakte) in Bolivia. Patchamama (moeder aarde) is hier bijzonder gul geweest. Ik heb de voorbije 4 jaar in vele landen al mooie en adembenemende landschappen gezien. Maar wat we hier gezien hebben is echt het mooiste stukje natuur dat ik ooit al gezien heb.
Vrijdag zijn we vertrokken voor onze 4-daagse. Dag 1 stond in het teken van mooie bergen, lama´s in alle kleuren en groottes, en kleine spookstadjes. Een goeie opwarmer voor wat nog ging komen. Op dag 2 zagen we de ene na de andere prachtige lagune. Een appelblauwzeegroene lagune, een rode lagune, een gewone lagune, allemaal geflankeerd door imposante bergen of vulkanen. Stel je bij sommige lagunes nog prachtig roze flamingo´s voor, en je zal wel begrijpen dat het hier onbeschrijflijk mooi is. En naast die lagunes waren er dan ook nog spectaculaire geisers en andere vulkanologische speeltjes. Echt, ik kom er woorden te kort voor. Zo´n mooi staaltje natuur had ik nog nooit gezien. Dag 3 was nog meer van dat, lagunes, bergen, vulkanen, stoffige woestijn, flamingo´s... . Dag 4 moest dan het hoogtepunt worden van onze tour over de Altiplano, de zoutvlakte van Uyuni (salar de Uyuni). Een zoutvlakte zo groot als belgie, met hiet en daar eilanden met gigantische cactussen. Omdat dat een grote witte vlakte is, die overgaat in een helderblauwe hemel, heb je hier geen dieptezicht. En dat geeft de kans om grappige foto´s te trekken die je bij een normaal dieptezicht niet zou kunnen trekken. En die grappige foto´s hebben we gemaakt. Over de jeep springen, op een boek leunen, uit een doos Pringles komen gekropen, uit een eierschelp komen piepen..., we hebben het allemaal gedaan.
Die 4 dagen hebben we kunnen doorbrengen in het gezelschap van het warme zonnetje. Enkel ´s avonds koelt het zwaar af. Maar maar 1 nacht is het echt bitterkoud geweest. Het thermische ondergoed is tot nu toe dus nog niet al te veel moeten komen piepen.
De hoogte (op sommige plaatsen meer dan 5000m) heeft zich af en toe wel nog laten voelen. De 1ste nacht was weer een slapeloze. En kortademigheid was een constante. Maar daar bleef het gelukkig bij. Verder hebben we het slaaptekort vanuit belgie al ruimschoots goedgemaakt. We gaan hier (uit noodzaak) vaak slapen om 21u, om dan op te staan om 7u of 8u ´s morgens.
Tijdens onze 4-daagse was het ook Sarahs verjaardag. De jeep hebben we, met de guitige hulp van de driver en de gids, ingekleed met slingers en partyvlagjes. Een koddig zicht. ´s avonds dan kaarsjes en brownies. Geef toe, je verjaardag op meer dan 4000m kunnen vieren, het is een vrij unieke ervaring.
Ook een leuke bende waar we deze vier dagen mee gespendeerd hebben. Een paar Britten die op wereldreis zijn, een Zwitserse, Indiers, Fransen... . Verder ook wat rare mensen mee op de tour. Maar ook hun gedrag gaf genoeg aanleiding om ons kostelijk te amuseren. Het gaat over volgende typetjes:
- Het Land van de Glimlach: een superasociaal Frans meisje dat precies verlekkerd was op het drinken van azijn en continu haar froufrou aan het kammen was. Interesse in de tour: 0.
- de Puppy, het liefje van het Land van de Glimlach, dat als een zielig hondje achter haar aan drentelde.
- the German (uit te spreken op z´n Allo Allo´s): een Duitse kerel van midden 30 die Engels sprak zoals de champetter uit de serie Allo Allo. Dat op zich was grappig. Maar ook zijn uitspraken waren hilarisch:`If the sun shines it is warm. If the sun does not shine, it is not warm`. Zoooooooo grappig dat Sarah en ik er de slappe lach van kregen en buiten moesten gaan zitten om de lachtranen te laten opdrogen.
- de kampopzichters: 2 Polen van midden 50 die kleren droegen die leken op gevangenisplunje of plunje uit de concentratiekampen (ok, beetje grof, maar het leek echt zo). Hele rare mensen die zo door je heen keken, en zich ook heel vreemd gedroegen. Als je vroeg of er in Polen veel te bezichtigen was, dan begonnen ze over de tempels in china. Vreemd.
De tours op de altiplano hebben een slechte reputatie. Hier gebeuren vaak ongelukken, soms met dodelijke afloop. Vaak te wijten aan roekeloos rijgedrag van de drivers. Wij hadden ons op voorhand, via internet, echter goed geinformeerd over welke goede agencies zijn, goeie gidsen... . We hadden vanuit belgie expliciet gevraagd naar gids Raoul en driver Edwin (die hadden op internet een uitstekende review). En daar waren we uitermate blij om.
- Raoul: een uitstekende gids die zijn land en zijn vak goed kent. Ook een uitstekende kok (ontzettend veel en heerlijk gegeten de afgelopen 4 dagen). Gisterenavond vroeg hij ons om zijn leeftijd te schatten. We dachten dat hij midden 40 was, maar om hem een plezier te doen zeiden we dat hij 39 zou zijn. Bleek hij 29 jaar te zijn... . Genant. Bolivianen lijken dus echt wel ouder dan ze werkelijk zijn. Hij was ook wat aan de aanhankelijke kant. Hij had nog geen vrouw, en dat mochten wij wel aan den lijve ondervinden. Regelmatig kwam hij wel eens aan onze arm of schouder hangen. Maar helaas voor hem heeft hij bot gevangen.
- Edwin: onze driver. Echt een goede chauffeur die veilig reed, de toestand van de jeep regelmatig checkte, elke avond de jeep poetste (vanbinnen en vanbuiten). En we moeten daar niet onozel over doen, den Edwin had een schoon kontje. Hier nog niet veel schoons gezien in Bolivia, maar den Edwin mocht er zijn :-) Wij, 3 chicas, hebben er dan ook kostelijk ons plezier om gehad.
Momenteel zitten we in Uyuni, te wachten op de bus naar La Paz. Daar brengen we 2 dagen door. En dan trekken we door naar het Amozonegedeelte in Bolivia. De tijd vliegt hier vooruit, we amuseren ons kostelijk. We zitten halverwege de reis, maar vervelen ons geen minuut. Wel benieuwd over wat nog gaat komen.
Hasta luego!
Vrijdag zijn we vertrokken voor onze 4-daagse. Dag 1 stond in het teken van mooie bergen, lama´s in alle kleuren en groottes, en kleine spookstadjes. Een goeie opwarmer voor wat nog ging komen. Op dag 2 zagen we de ene na de andere prachtige lagune. Een appelblauwzeegroene lagune, een rode lagune, een gewone lagune, allemaal geflankeerd door imposante bergen of vulkanen. Stel je bij sommige lagunes nog prachtig roze flamingo´s voor, en je zal wel begrijpen dat het hier onbeschrijflijk mooi is. En naast die lagunes waren er dan ook nog spectaculaire geisers en andere vulkanologische speeltjes. Echt, ik kom er woorden te kort voor. Zo´n mooi staaltje natuur had ik nog nooit gezien. Dag 3 was nog meer van dat, lagunes, bergen, vulkanen, stoffige woestijn, flamingo´s... . Dag 4 moest dan het hoogtepunt worden van onze tour over de Altiplano, de zoutvlakte van Uyuni (salar de Uyuni). Een zoutvlakte zo groot als belgie, met hiet en daar eilanden met gigantische cactussen. Omdat dat een grote witte vlakte is, die overgaat in een helderblauwe hemel, heb je hier geen dieptezicht. En dat geeft de kans om grappige foto´s te trekken die je bij een normaal dieptezicht niet zou kunnen trekken. En die grappige foto´s hebben we gemaakt. Over de jeep springen, op een boek leunen, uit een doos Pringles komen gekropen, uit een eierschelp komen piepen..., we hebben het allemaal gedaan.
Die 4 dagen hebben we kunnen doorbrengen in het gezelschap van het warme zonnetje. Enkel ´s avonds koelt het zwaar af. Maar maar 1 nacht is het echt bitterkoud geweest. Het thermische ondergoed is tot nu toe dus nog niet al te veel moeten komen piepen.
De hoogte (op sommige plaatsen meer dan 5000m) heeft zich af en toe wel nog laten voelen. De 1ste nacht was weer een slapeloze. En kortademigheid was een constante. Maar daar bleef het gelukkig bij. Verder hebben we het slaaptekort vanuit belgie al ruimschoots goedgemaakt. We gaan hier (uit noodzaak) vaak slapen om 21u, om dan op te staan om 7u of 8u ´s morgens.
Tijdens onze 4-daagse was het ook Sarahs verjaardag. De jeep hebben we, met de guitige hulp van de driver en de gids, ingekleed met slingers en partyvlagjes. Een koddig zicht. ´s avonds dan kaarsjes en brownies. Geef toe, je verjaardag op meer dan 4000m kunnen vieren, het is een vrij unieke ervaring.
Ook een leuke bende waar we deze vier dagen mee gespendeerd hebben. Een paar Britten die op wereldreis zijn, een Zwitserse, Indiers, Fransen... . Verder ook wat rare mensen mee op de tour. Maar ook hun gedrag gaf genoeg aanleiding om ons kostelijk te amuseren. Het gaat over volgende typetjes:
- Het Land van de Glimlach: een superasociaal Frans meisje dat precies verlekkerd was op het drinken van azijn en continu haar froufrou aan het kammen was. Interesse in de tour: 0.
- de Puppy, het liefje van het Land van de Glimlach, dat als een zielig hondje achter haar aan drentelde.
- the German (uit te spreken op z´n Allo Allo´s): een Duitse kerel van midden 30 die Engels sprak zoals de champetter uit de serie Allo Allo. Dat op zich was grappig. Maar ook zijn uitspraken waren hilarisch:`If the sun shines it is warm. If the sun does not shine, it is not warm`. Zoooooooo grappig dat Sarah en ik er de slappe lach van kregen en buiten moesten gaan zitten om de lachtranen te laten opdrogen.
- de kampopzichters: 2 Polen van midden 50 die kleren droegen die leken op gevangenisplunje of plunje uit de concentratiekampen (ok, beetje grof, maar het leek echt zo). Hele rare mensen die zo door je heen keken, en zich ook heel vreemd gedroegen. Als je vroeg of er in Polen veel te bezichtigen was, dan begonnen ze over de tempels in china. Vreemd.
De tours op de altiplano hebben een slechte reputatie. Hier gebeuren vaak ongelukken, soms met dodelijke afloop. Vaak te wijten aan roekeloos rijgedrag van de drivers. Wij hadden ons op voorhand, via internet, echter goed geinformeerd over welke goede agencies zijn, goeie gidsen... . We hadden vanuit belgie expliciet gevraagd naar gids Raoul en driver Edwin (die hadden op internet een uitstekende review). En daar waren we uitermate blij om.
- Raoul: een uitstekende gids die zijn land en zijn vak goed kent. Ook een uitstekende kok (ontzettend veel en heerlijk gegeten de afgelopen 4 dagen). Gisterenavond vroeg hij ons om zijn leeftijd te schatten. We dachten dat hij midden 40 was, maar om hem een plezier te doen zeiden we dat hij 39 zou zijn. Bleek hij 29 jaar te zijn... . Genant. Bolivianen lijken dus echt wel ouder dan ze werkelijk zijn. Hij was ook wat aan de aanhankelijke kant. Hij had nog geen vrouw, en dat mochten wij wel aan den lijve ondervinden. Regelmatig kwam hij wel eens aan onze arm of schouder hangen. Maar helaas voor hem heeft hij bot gevangen.
- Edwin: onze driver. Echt een goede chauffeur die veilig reed, de toestand van de jeep regelmatig checkte, elke avond de jeep poetste (vanbinnen en vanbuiten). En we moeten daar niet onozel over doen, den Edwin had een schoon kontje. Hier nog niet veel schoons gezien in Bolivia, maar den Edwin mocht er zijn :-) Wij, 3 chicas, hebben er dan ook kostelijk ons plezier om gehad.
Momenteel zitten we in Uyuni, te wachten op de bus naar La Paz. Daar brengen we 2 dagen door. En dan trekken we door naar het Amozonegedeelte in Bolivia. De tijd vliegt hier vooruit, we amuseren ons kostelijk. We zitten halverwege de reis, maar vervelen ons geen minuut. Wel benieuwd over wat nog gaat komen.
Hasta luego!
vrijdag 28 oktober 2011
In the Far West - Tupiza
Hoera, gisterenavond om 19u de bus uit Potosí richting Tupiza genomen. "gezellige" boel wel. Naast mij zat een oud Boliviaans mannetje. Hij had een klein draagbaar radio´tje, voor ons een anno 1980-model, meegebracht. En maakte muziek voor gans de bus. Gezellig... . Gelukkig liggen de dorpen hier ver uit elkaar. Wat wil zeggen dat de radiofrequenties ook snel genoeg verdwijnen. En toen kwam de stilte..., oef.
Verder leven genoeg op de bus. De ene brengt 12 kartonnen eieren mee, de ander een berg emmers.
Om 2.30u ´s nachts waren we dan in Tupiza. Slaperig naar onze hostel gestapt en hier meteen in ons bed gedoken.
Vanochtend de dag begonnen met irritante bureaucratie. We moesten aan ons agentschap in La Paz een waarborg betalen voor onze amazonetoer van volgende week. Maar hier in het stadje is geen ATM (banccontact) en ook niet het type bank (blijkbaar een kredietbank) waar we die waarborg konden gaan betalen. We stelden ons agentschap in Tupiza voor om via kredietkaart die waarborg aan hen te betalen, zodat zij het op hun beurt zouden overschrijven aan het agentschap in Tupiza. Maar in het agentschap van onze hostel werden onze kredietkaarten niet aanvaard. "omdat het bedrag te groot is en de bank (respectievelijk KBC en Argenta) niet gekend (lees: louche en niet te vertrouwen) is". Voor hier was het te betalen bedrag (bijna 600 euro) inderdaad groot, maar naar onze europese standaarden is dat geen reden om onze kaarten te weigeren. Dan naar een bank gegaan om met diezelfde kredietkaarten dat bedrag af te halen. En tiens tiens, onze louche kredietkaart werd toch wel aanvaard zeker. Wij met dat bedrag terug naar ons agentschap, in de hoop dat zij die waarborg nu correct hebben overgeschreven op de rekening van het organiserende agentschap in La Paz.
Vandaag hebben we hier in Tupiza, een soort woestijnstadje, een triatlontour gedaaan. Gewandeld, met de jeep gereden (uiteraard ons laten rijden) en paard gereden in de indrukwekkende woestijnomgeving. Echt, zo´n uniek geërodeerd berglandschap heb ik nog nooit gezien. Een berglandschap dat alle kleuren (rood, geel, blauw...) en vormen (palen, speren, golven...) heeft. Je waant je in de Far West. Ook omdat de temperatuur hier zalig is; een goeie 27 of 30 graden. Zalig.
Morgenvroeg laten we Tupiza achter ons, en starten we aan onze 4-daagse toer over de lagunes en de zoutvlaktes van Bolivia. Het zou naar verluid het hoogtepunt van onze reis moeten worden. Ik houd jullie op de hoogte!
Verder leven genoeg op de bus. De ene brengt 12 kartonnen eieren mee, de ander een berg emmers.
Om 2.30u ´s nachts waren we dan in Tupiza. Slaperig naar onze hostel gestapt en hier meteen in ons bed gedoken.
Vanochtend de dag begonnen met irritante bureaucratie. We moesten aan ons agentschap in La Paz een waarborg betalen voor onze amazonetoer van volgende week. Maar hier in het stadje is geen ATM (banccontact) en ook niet het type bank (blijkbaar een kredietbank) waar we die waarborg konden gaan betalen. We stelden ons agentschap in Tupiza voor om via kredietkaart die waarborg aan hen te betalen, zodat zij het op hun beurt zouden overschrijven aan het agentschap in Tupiza. Maar in het agentschap van onze hostel werden onze kredietkaarten niet aanvaard. "omdat het bedrag te groot is en de bank (respectievelijk KBC en Argenta) niet gekend (lees: louche en niet te vertrouwen) is". Voor hier was het te betalen bedrag (bijna 600 euro) inderdaad groot, maar naar onze europese standaarden is dat geen reden om onze kaarten te weigeren. Dan naar een bank gegaan om met diezelfde kredietkaarten dat bedrag af te halen. En tiens tiens, onze louche kredietkaart werd toch wel aanvaard zeker. Wij met dat bedrag terug naar ons agentschap, in de hoop dat zij die waarborg nu correct hebben overgeschreven op de rekening van het organiserende agentschap in La Paz.
Vandaag hebben we hier in Tupiza, een soort woestijnstadje, een triatlontour gedaaan. Gewandeld, met de jeep gereden (uiteraard ons laten rijden) en paard gereden in de indrukwekkende woestijnomgeving. Echt, zo´n uniek geërodeerd berglandschap heb ik nog nooit gezien. Een berglandschap dat alle kleuren (rood, geel, blauw...) en vormen (palen, speren, golven...) heeft. Je waant je in de Far West. Ook omdat de temperatuur hier zalig is; een goeie 27 of 30 graden. Zalig.
Morgenvroeg laten we Tupiza achter ons, en starten we aan onze 4-daagse toer over de lagunes en de zoutvlaktes van Bolivia. Het zou naar verluid het hoogtepunt van onze reis moeten worden. Ik houd jullie op de hoogte!
Abonneren op:
Posts (Atom)